Familie Hulsman eet elke dag havermout en is toch dankbaar

Rond geld en goed
De familie Hulsman uit Houten leeft van 12,50 euro per persoon per week. V.l.n.r.: Edith, Ida, Menno, vader Hessel, Martine, Hanna en moeder Corrie. beeld Sjaak Verboom

Als er minder geld binnenkomt, gaat er ook minder uit. Een bekende stelregel die de familie Hulsman uit Houten al jaren in praktijk brengt. Halverwege het gesprek klinkt het vol overtuiging: „We komen echt niets tekort.”

Nee, dat is geen uitspraak van Hessel (48) of Corrie (44) Hulsman. Het is Ida (13) die het zegt. Ze komt net van het Van Lodenstein College in Amersfoort en heeft een slordige 25 kilometer gefietst. Enkele reis. Ze ploft neer op een stoel, krijgt thee en een stuk ontbijtkoek en luistert hoe haar moeder uitlegt dat ze voor elke persoon in het gezin slechts 12,50 euro per week uittrekt.

Dat is nog geen 90 euro per week voor het gezin dat bestaat uit zeven personen. „We doen dit sinds begin dit jaar en het lukt. We hebben genoeg, zo simpel is het. En minimaal twee keer in de week eten mensen mee, zoals buurvrouw Diny van hierachter of een weduwnaar uit de buurt.”

Hulsman

Volgens Hessel en Corrie is de sobere levensstijl van het gezin geen bittere noodzaak. „We hebben echt wel spaargeld op de bank. Tegelijkertijd hebben we wel bewust gekozen voor die 12,50 per persoon, om straks het schilderwerk te kunnen bekostigen. Daarnaast kopen we fairtradeartikelen. Die plicht hebben we.”

„En we zijn géén geitenwollensokkenfamilie”, zegt Hessel met nadruk. Voordat hij een relatie met Corrie kreeg, kocht hij dure pakken en maakte hij weinig werk van soberheid. Nu is dat wel anders. „Ja, dat was wennen. Toch heb ik geen spijt van deze verandering. Als christenen hebben we de plicht om matig te zijn. En het geeft voldoening.”

Even is er hectiek in het gezin. Heeft Martine, bijna twee jaar, nu wel of geen luier om? Hanna (7) is verdiept in een boek en moet in haar geheugen graven of ze haar zusje wel iets omgedaan heeft. Uit voorzorg zet moeder Corrie haar op de pot. „Dat is ook zoiets”, zegt ze dan. „Ik heb ze voor hun tweede jaar zindelijk.” Over kostenbesparing gesproken.

De middenwoning in Houten is eenvoudig ingericht. Speelgoed ligt in een hoek en een volle wasmand staat voor een kast. Menno (9) leest een stripboek op de bank, Edith (4) blaast een grote ballon op en laat de lucht weer ontsnappen. In dit huis wordt geleefd.

Tijdelijke tent

Corrie wijst naar de muur tussen het keukentje en de kamer. „Vrienden hebben ons al meermalen geadviseerd om die ertussenuit te halen. Dat geeft ruimte, zeggen ze. Maar voor ons hoeft het niet, we geven er gewoon niet om.”

Daar komt nog iets bij. Hessel heeft een spierziekte en kan moeilijk lopen. Omdat alles nu wat dichter op elkaar staat, kan hij zich in huis zonder rolstoel redden. „Ik moet er niet aan denken dat de kamer één grote ruimte is”, zegt hij. Maar wat nog belangrijker is: „Een huis is een tijdelijke tent, zo zien we dat.”

Al 28 jaar werkt Hessel als adviseur dagelijkse bankzaken bij ING op de afdeling groot zakelijk. Daar gaat het over miljoenen euro’s. Wat vinden zijn collega’s van zijn manier van leven? Hessel begint te lachen. „Vijf kinderen hebben, is al een noviteit. Daarnaast ben ik eenverdiener, heb geen smartphone en werk ik vanwege mijn beperking maar vier dagen. Ja, in de wereld van het grote geld is dat best bijzonder. Mijn collega’s kijken me ook vol verwondering aan als ik er iets over vertel. Tegelijk ervaar ik respect en krijg ik soms tassen vol spullen aangeboden.”

Corrie veert op. „Dát is zo bijzonder. Er komt hier echt van alles aanwaaien. Onze kinderen dragen gekregen kleren. Maar zelf geven we ook veel weg. Als je veel geeft, krijg je veel terug. Dat ervaren we hier. Hoe krap we misschien ook leven, iedereen die hier komt, krijgt iets mee. Altijd iets wat ik zelf gebakken heb.”

Voedsel maken

En daarmee komt het gesprek op hét domein van moeder Corrie. Want zelf voedsel maken is haar specialiteit. Brood natuurlijk, maar ook muesli, koek, stokbrood en allerhande andere lekkernijen. In de hoek van de keuken staat een broodbakmachine, in de oven liggen twee kaasbroden. „Die zijn voor mijn zus, die viert vanavond haar verjaardag.” Een zelfgebakken brood ligt op de vensterbank af te koelen. Die is straks voor de meneer van de krant, weet Hanna.

Ontbijten doet de familie Hulsman al zo’n vier jaar met havermout. „Het is voedzaam, handig en goedkoop.” Ja, het staat de kinderen soms tegen, realiseert ze zich. „Maar met een beetje honing eroverheen is het goed te doen. Havermout met appelmoes uit de oven is ook heerlijk.”

Niet onbewogen vertelt ze dat Menno ’s morgens een vrij gebed deed. „Heere, de havermout vinden we niet altijd lekker. Maar miljoenen mensen hebben honger, daarom danken we U voor dit eten.”

„Daar word je toch stil van?”