EU: Kwart landbouw moet in 2030 biologisch zijn

De verkoop van biologische levensmiddelen moet omhoog, vindt de EU. beeld ANP, Lex van Lieshout

Over tien jaar moet een kwart van de landbouw in de Europese Unie biologisch zijn. Nu is dat nog geen 10 procent.

Boeren en tuinders moeten het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot 2030 met de helft verminderen, dat van kunstmest met 20 procent. Dat staat in de ‘Farm to Fork-strategie’ die de Europese Commissie woensdagmiddag in Brussel heeft gepresenteerd. ‘Farm to Fork’ betekent ‘Van boer tot bord’ en is een plan om het voedselsysteem duurzamer te maken. Het is onderdeel van de zogeheten Green Deal, waarmee commissaris Frans Timmermans Europa in 2050 klimaatneutraal wil krijgen.

Op dit moment is in Europa nog geen 10 procent van de landbouwgrond in gebruik bij biologische boeren. In Nederland ligt dat percentage rond de 5 procent.

De EU wil biologische landbouw aantrekkelijker maken door deze sector financieel te steunen en de subsidies voor gangbare landbouw te verminderen. „Boeren zijn onderdeel van de oplossing, maar ze hebben wel onze aanmoediging en steun nodig om de groene stap te maken”, staat in het plan. De boeren zullen het gebruik van bestrijdingsmiddelen moeten afbouwen en dierenwelzijn voorop stellen.

De EU wil ook bevorderen dat consumenten meer regionale producten kopen en zo de lokale boeren meer inkomsten verstrekken.

Een ander onderdeel van het plan is de vergroting van beschermde natuur in de EU van 20 procent nu naar 30 procent in 2030. Daarvoor is de aanplant van 3 miljard nieuwe bomen nodig, een gebied ter grootte van heel België. De bomen zuiveren de lucht en slaan CO2 op.

SGP-Europarlementslid Bert-Jan Ruissen mist in het voorstel grondige informatie over de effecten op de landbouwproductie. „Het lijkt me dat de roep om meer natuur en biologische landbouw onze voedselzekerheid vermindert. De voedselproductie moet minstens gelijk blijven, om de groeiende bevolking te kunnen voeden.”

De SGP heeft ook vragen bij de halvering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. „Wat betekent dat voor het boerenerf? Krijgen bepaalde ziekten en plagen daardoor vrij spel? Met misoogsten als gevolg?”