Een clausule in de schenkingsakte kan fiscaal gunstig uitpakken

De fiscus gaat vermogen vanaf 2022 mogelijk anders belasten.  beeld ANP, Lex van Lieshout

Een vermogensoverdracht tijdens leven kan fiscale voordelen opleveren. Hierbij kan worden gedacht aan het nu al benutten van fiscale vrijstellingen. Maar hoe kan dit het beste worden aangepakt?

Het spreiden van een vermogensoverdracht in de tijd om zo optimaal gebruik te maken van belastingtarieven, is zeker het overwegen waard. Een voordeel is dat de waardeaangroei over het vermogen dat nu al wordt overgedragen, in de toekomst niet meer belast wordt bij overlijden van de schenker.

Het is mogelijk om een schenking onder schuldigerkenning te doen zodat de schenker (bijvoorbeeld: vader en/of moeder) voorlopig over een geldbedrag kan blijven beschikken. Na de schenking wordt het bedrag bij de schenker als een schuld in box 3 in de aangifte inkomstenbelasting verwerkt. De begiftigde (bijvoorbeeld: kind) neemt het bedrag op als bezitting in box 3. De schenker betaalt jaarlijks een rente (voorgeschreven is 6%) aan de begiftigde, die daarmee de heffing kan betalen.

Recent maakte de staatssecretaris van Financiën de globale plannen voor de wijziging van de box 3-heffing per 1 januari 2022 bekend. Er komen drie categorieën vermogen: spaargelden, overige bezittingen en schulden met elke een eigen voorondersteld forfaitair rendementspercentage. Hierover is vervolgens 33 procent inkomstenbelasting verschuldigd. De vordering uit hoofde van de schenking onder schuldigerkenning valt bij de begiftigde in de categorie ”overige bezittingen”. Bij deze categorie hoort een forfaitair rendement van 5,33 procent. De schuld van de schenker wordt echter slechts in aanmerking genomen tegen een percentage van 3,03 procent. Per saldo wordt het verschil van 2,3 procent belast tegen 33 procent, waardoor de box 3-heffing dus hoger kan uitvallen.

Het is nog niet zeker of deze wetgeving er ook daadwerkelijk gaat komen. Om mogelijke fiscale nadelen te voorkomen, kan het verstandig zijn om op het moment van schenken een ”herroepingsclausule” overeen te komen. Zo’n bepaling kan worden vastgelegd in een schenkingsovereenkomst of -akte. Met de herroepingsclausule kan een schenking vervolgens worden teruggedraaid.

Voor een herroepelijke schenking geldt dat –op het moment dat de schenking plaatsvindt– de verkrijger schenkbelasting moet betalen, uiteraard na toepassing van eventuele vrijstellingen. Als een schenking op een later moment wordt herroepen, dan wordt daar melding van gemaakt bij de Belastingdienst en volgt een teruggaaf van de betaalde schenkbelasting. Vervolgens blijft het mogelijk om de schenking opnieuw te doen. Er kan in dat geval opnieuw gebruik worden gemaakt van een eventuele vrijstelling, mits op dat moment nog steeds aan de vereiste voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden moeten dan wel opnieuw worden getoetst. Daarnaast heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat een hernieuwd beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling niet zal worden gehonoreerd als de herroeping in overwegende mate is ingegeven door fiscale motieven. In de situatie dat wordt herroepen in verband met de wijzigingen in de box 3-heffing, vervalt daarmee vermoedelijk dus de mogelijkheid om een vrijstelling toe te passen.

De auteur is werkzaam bij BDO Belastingadviseurs