Dominee betwijfelt of hij een vis kan doden

Dominee op zee
Ds. G. van Zanden laat aan boord van de UK 189 een gevangen vis zien. beeld Cornelis de Vries
2

De Noordzeevisserij is regelmatig in het nieuws. Maar hoe gaat het er nu eigenlijk aan toe op een kotter? Ds. G. van Zanden, gereformeerd predikant in Urk, verwisselt zijn ambtskleding deze week voor het werkgoed van een visserman. Hij vaart mee op de UK 189 en doet verslag van zijn belevenissen.

Vissen is een spannende bezigheid. Je kunt niet onder water kijken, dus je weet nooit wat er in je netten zit als ze weer ”gehaald” worden.

We vissen op schol, een soort platvis waarvan de wetenschap ons voorhoudt dat ze momenteel ongekend rijkelijk voorkomt in de Noordzee, terwijl de vangsten dit seizoen knap tegenvallen.

BCK40_bw_DSC_3881-1_webUrker dominee Van Zanden vertrekt naar zee

Sinds we een uurtje uit de kust zijn gevaren, worden aan de linker- en de rechterzijde van het schip elke twee uur de netten uitgeworpen. We laten ze zinken tot een diepte van 15 tot 30 meter. Op de meeste plaatsen is de Noordzee niet dieper dan dat. Dan volgt er een ”trek”: met de motor op volle kracht brengt een zogeheten wekker van stalen kettingen de bodem in beweging. De platvis wordt ”gewekt” –hij springt op van de zeebodem. De grotere vissen komen een paar seconden later in een groot net terecht; de kleinste visjes kunnen ontsnappen door de mazen van het net.

Het verschil tussen de traditionele boomkor waarmee wij vissen en het ”pulsen” waar de laatste tijd zoveel ophef over is ontstaan, is eigenlijk alleen dat er een andere wektechniek gebruikt wordt. Pulsen is stabieler: in plaats van dat de bodem wordt omgeploeg met stalen kettingen, worden er kleine stroomstootjes de bodem ingestuurd waardoor de vis opschrikt.

BCK40_bw_DSC_3881-1_webDominee ligt ziek te kooi, een emmer naast zich

Ik laat me vertellen dat het grootste verschil in het brandstofverbruik zit: het kan wel 40 procent schelen. Dat is niet alleen goed voor de portemonnee van de schipper, de bemanning en de rederij, maar het levert ook milieuwinst op. In de visserij wordt dan ook niet zo goed begrepen dat juist milieuactivisten bezwaren hebben tegen deze innovatie. Van de horrorverhalen over geëlektrocuteerde vis klopt in ieder geval niets. De vis komt net zo levend aan boord als bij de boomkor –al duurt het ook bij ons niet lang voordat de visjes op de lopende band terechtkomen waarop er over hun lot beslist wordt.

De ondermaatse vis en de bijvangst (krabbetjes en zeesterren maar ook stenen, stukken plastic en soms een stuk bot) gaat terug de zee in. Maar de schol, schar, kabeljauw, zeeduivel, tarbot en andere goede vis wordt met één daadkrachtige haal van een mes gedood en van zijn ingewanden ontdaan.

De grote vraag is: zal ik zo heldhaftig wezen om zo’n mesje ter hand te nemen?