Crisis, goed dat we zuinig zijn geweest

Minister Wopke Hoekstra. beeld ANP, Sem van der Wal

Minister Wopke Hoekstra hoeft er geen spijt van te hebben dat hij de afgelopen jaren –anders dan van diverse kanten werd bepleit– zuinig is geweest. De opgebouwde buffer komt nu goed van pas.

Het kabinet presenteerde dinsdag een omvangrijk pakket noodmaatregelen. Zonder financiële begrenzing. Hoeveel de bestrijding van de economische gevolgen van de coronacrisis zal gaan kosten, valt niet te zeggen. Maar reken maar op tientallen miljarden euro’s.

„Onze zakken zijn echt heel diep en ik ben bereid om ze allemaal te legen”, zei Hoekstra vorige week al. Die uitspraak van de bewindsman van Financiën is door menigeen vergelijken met de fameuze woorden in 2012 van Mario Draghi, de voormalig president van de Europese Centrale Bank (ECB). Toen de problemen in Griekenland de muntunie omver dreigden te blazen, verzekerde hij: „Whatever it takes” (koste wat het kost), we zullen de euro redden.

De schatkistbeheerder gaf met een absoluut bedrag invulling aan de beschikbare financiële ruimte. De staatsschuld is teruggebracht van 68 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2014 tot 49 procent in 2019. Volgens de door de EU in het groei- en stabiliteitspact verankerde spelregels moet ze onder de 60 blijven. Veel lidstaten voldoen niet aan die norm. Zo heeft Italië, dat tot dusver het zwaarst getroffen wordt door het virus, een quote van bijna 140. Brussel kondigde overigens aan dat het in deze uitzonderlijke omstandigheden een oogje dichtknijpt en overheidsplannen soepel zal beoordelen. Terug naar Nederland: wij kunnen in ieder geval voorlopig volop lenen zonder de Europese voorschriften voor de overheidsschuld te overtreden. Dan praten we, rekende de minister voor, over zo’n 90 miljard euro. Noem het maar de spaarpot van Hoekstra.

Een kanttekening hierbij: fors meer uitgeven brengt wel in botsing met een andere EU-bepaling. Het begrotingstekort schiet dan door de grens van 3 procent.

In de achterliggende jaren is van verschillende zijden, door economen en internationale instellingen, druk uitgeoefend op politiek Den Haag om minder spaarzaam te zijn, om overschotten niet in te zetten voor verkleining van de schuld, maar voor extra uitgaven. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bijvoorbeeld, toen onder aanvoering van huidig ECB-chef Christine Lagarde, liet herhaalde malen zulke geluiden horen. Niet bedoeld om geld in de consumptieve sfeer over de balk te gooien, maar om te investeren in zaken als infrastructuur, onderwijs en innovatie en daarmee het verdienvermogen op langere termijn te vergroten. Overdreven zuinigheid zou de economie schaden, luidde de waarschuwing.

Hoekstra hield echter de hand op de knip. Volgens een goede Nederlandse traditie, want ook zijn voorgangers schreven begrotingsdiscipline hoog in het vaandel en stonden altijd op de bres voor handhaving van de Europese afspraken op budgettair terrein.

Nu er een recessie aankomt, blijkt weer hoe goed het is om als de zon schijnt het dak te repareren, om bij gunstig tij de overheidsfinanciën op orde te brengen. Veel landen vergeten dat nogal eens. Maar gelukkig besefte Hoekstra het de afgelopen periode maar al te goed. Zo zei hij een jaar geleden: „We weten uit het verleden dat goed weer snel kan omslaan.” Hij kan nu goede sier maken met zijn eerdere, zuinige opstelling.