Column: Gerhard Hormann over ”tiny houses”

Een traditioneel tiny house staat op wielen en is zo klein dat je het met een trekhaak kunt verplaatsen. Foto: tiny house in aanbouw in een werkplaats in Frankrijk. beeld AFP Damien Meyer

Over het schrijven van boeken wordt nog weleens in romantische termen gedacht, zeker als het gaat om de vraag of je daarmee iets wilt nalaten.

De omloopsnelheid van het gedrukte boek is tegenwoordig echter zo groot dat de meeste schrijvers er geen blijvende roem mee vergaren en niet zelden al tijdens hun leven in de vergetelheid raken. Dat was voor mij lange tijd een schrikbeeld: dat mijn kleinkinderen op zolder een koffer met boeken zouden vinden en zich hardop zouden verwonderen over het feit dat er naar hun grootvader nergens een straat was vernoemd. Inmiddels heb ik een aantal bescheiden bestsellers op mijn naam staan, maar van enkele oudere titels werden slechts een paar honderd stuks verkocht.

Wat ik persoonlijk beschouw als mijn belangrijkste wapenfeit heeft echter niets met verkoopcijfers te maken en zit verstopt in een alinea van een hoofdstuk dat slechts zijdelings met het hoofdonderwerp te maken heeft. Niet alleen schreef ik in 2012 als een van de eersten over het Amerikaanse fenomeen ”tiny houses”, ik opperde ook dat een stad als Almere goede sier zou kunnen maken met een project waarbij mensen zelf zo’n woning zouden mogen ontwerpen en bouwen.

Die bewuste alinea hangt waarschijnlijk ingelijst achter het bureau van burgemeester Weerwind, want dat is precies wat deze gemeente heeft gedaan. Niet alleen heeft de stad Almere een prijsvraag uitgeloofd voor de mooiste en meest gedurfde ontwerpen, er komt in het project Oosterwold een speciaal plekje voor mensen die een tiny house willen (laten) bouwen.

Om het tot een succes te laten uitgroeien, worden de regels aan alle kanten verruimd. Zo wordt het stringente Bouwbesluit deels losgelaten, terwijl de te bouwen huizen ook niet zo compact hoeven te zijn als de meest extreme Amerikaanse voorbeelden. Een traditioneel tiny house staat op wielen en is zo klein dat je het met een trekhaak kunt ver­plaatsen, maar in Almere mag 
het vloeroppervlak maximaal 
75 vierkante meter bedragen.

Inmiddels wordt het estafette­stokje door meer gemeenten overgenomen, want Den Helder gaat nog een stapje verder. Daar bestaan niet alleen plannen voor een dergelijke woonwijk, maar wordt het straks ook mogelijk om een tiny house te húren dat door de woningstichting is neergezet. Wie liever koopt, heeft al voor een bedrag van 35.000 euro de sleutel in handen en kan binnen de kortste keren hypotheekvrij zijn. Wel zullen er strenge eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de gebruikte materialen, om te voorkomen dat het een soort veredelde krottenwijk wordt.

In regeltjesland Nederland blijkt dus veel meer te kunnen dan gedacht, en dat doet mij als afgestudeerd planoloog deugd. Wel voorzie ik problemen op een ander front. Wie de plattegrond van het Tiny House Project in Almere bekijkt, ziet ruwweg een rechthoek met in het midden een gemeenschappelijke ruimte waarin zich onder meer een wasse­rette, een mediatheek en een fietsenstalling bevinden. Zonder voor­kennis zou je denken dat je te maken hebt met een vakantiepark waar iedereen naar believen een recreatiebungalow mag neerzetten. De scheidslijn met die wooncategorie wordt daarmee zo flinterdun dat het verbod op het permanent bewonen van zomerhuisjes op termijn onhoudbaar zal blijken, zeker wanneer je bedenkt dat heel veel recreatiewoningen eigenlijk al lang een soort tiny houses wáren.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl