Column Elbert Dijkgraaf: Eurolanden moeten tering naar de nering zetten

Hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank. beeld AFP, Daniel Roland

Wie de grote lijnen in de wereldgeschiedenis analyseert, denkt al gauw aan de spreuk ”Opgaan, blinken en verzinken”. Rijken komen, bloeien en vergaan.

Denk aan het Romeinse Rijk. Een machtig bolwerk dat grote delen van de wereld in bezit had. Maar de politici gingen zo op in het succes dat ze dachten dat ze onverslaanbaar waren. Het kon niet op. De burgers begonnen al te zuchten, maar het feest ging door.

Niet voor niets schreef een wijsgeer toen: „De publieke financiën moeten in evenwicht zijn, de begroting moet onder controle gehouden worden, de overheidsschulden moeten dalen en de arrogantie van de overheidsadministraties en politici moet tegengewerkt worden. De hulp aan andere landen moet verminderd worden zodat we niet failliet gaan. De bevolking moet leren werken in plaats van te leven op kosten van de overheid.”

Maar het mocht niet baten. Het rijk ging ten onder. Feitelijk aan het eigen succes. Het blinken verblindde.

Wie het bovenstaande citaat nog eens leest en op de Europese Unie plakt, ziet bevestigd wat Salomo schreef in Prediker: „Er is niets nieuws onder de zon. De jaren dat Nederlands macht bekend was op grote delen van de aarde zijn allang vergeten. De Britten, die in landoppervlakte gemeten het grootste wereldrijk ooit hadden, staan nu vooral bekend om de brexitcartoons. En de opkomst van Trump is niet te verklaren zonder de onderliggende angst van Amerikanen om de wereldmacht te verliezen. En China, lang uitgelachen en bekend van de witte lijst, groeit elk jaar in macht en aanzien.

”Opgaan, blinken en verzinken” kan leiden tot defaitisme. Het helpt toch allemaal niks. Je denkt wat bereikt te hebben, maar het vergaat. Maar wie scherper kijkt ziet dat de levensduur van landen (of regio’s) die het goed doen, drastisch verschilt. Zo hield het Romeinse Rijk het 1229 jaar vol en duurde de macht van Rusland nog geen 200 jaar. En naar het zich laat aanzien gaan de Verenigde Staten de honderd jaar nog niet halen.

Het maakt wel uit hoe met uitdagingen omgegaan wordt. Veel is niet te sturen. Maar eigenlijk is het ook simpel. Wie boven zijn stand leeft, krijgt vroeg of laat een probleem. Het is daarom dat het huidige beleid van veel centrale banken zo desastreus is. Met heel veel geweld wordt de financiële wereld monetair opgepompt, zeker in de EU. Om het tekort aan verdiencapaciteit in Italië en Frankrijk (om maar een paar voorbeelden te noemen) te verbloemen. Dan werk je wel erg mee aan het verkorten van de levensduur van het blinken.

Het besef dat na opgaan en blinken, verzinken op de loer ligt, kan ook leiden tot verstandig handelen. Door de tering naar de nering te zetten. Door beleid te voeren dat zorgt voor een overheid die niet allerlei taken naar zich toe trekt die van de samenleving zijn. Door maatregelen te richten op herstel van concurrentiekracht op de wereldmarkt.

Nederland doet het wat dat betreft relatief goed als je het vergelijkt met zuidelijk Europa. Maar het feit dat we een open economie zijn en binnen de EU en de euro opereren maakt ons sterk afhankelijk van landen die nog staan te juichen terwijl het schip aan het ondergaan is. Hopelijk worden ze wakker voordat ze verzonken zijn.

De auteur is econoom en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.