Carriereswitcher Pul: Begrafenisverzorging heeft mijn hart

Carriereswitchers
ERMELO – Voormalig pluimveehouder Karel Pul verzorgt nu samen met zijn vrouw Coby begrafenissen. „Ik groeide ernaar toe dit werk te gaan doen. Daarin ervoer ik de leiding van de Heere.” Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Hij verruilde zijn overall voor een stemmig kostuum. Pluimveehouder Karel Pul (43) zette in 2006 een punt achter zijn agrarische bedrijf en werkt nu als begrafenisverzorger. „Het kost tien tot vijftien jaar voordat ik mezelf hiermee kan bedruipen.”

”Rustplaats Weydehof” vermeldt een opvallend bord bij de ingang van Karel Pul Begrafenisverzorging in de Ermelose buurtschap Horst. De naam heeft een dubbele betekenis, zegt Pul. „Het is een rustige plaats, tussen de weilanden, waar bedroefde families kunnen samenkomen. En het is een tijdelijke rustplaats voor lichamen die hier zijn opgebaard.”

Pul komt via een omweg in de uitvaartsector terecht. Aanvankelijk treedt de boerenzoon in het voetspoor van zijn vader, die een bedrijf met koeien en pluimvee runt. Mede door nieuwe wet- regelgeving legt deze zich alleen nog toe op kippen en eenden. Pul junior neemt het bedrijf in 1993 over.

In 2003 gaat de boerderij twaalf weken op slot vanwege vogelgriep. Pul vraagt zich af of hij nog toekomst ziet in de pluimveehouderij. Intussen maakt hij als drager bij een plaatselijke uitvaartvereniging kennis met een andere branche. Gaandeweg neemt zijn belangstelling hiervoor toe.

Pul volgt de cursus voor uitvaartondernemer bij de Stichting Vakopleiding Uitvaartzorg (Stivu), terwijl zijn vrouw Coby die voor de laatste verzorging doet. Ook loopt hij stage bij een ervaren uitvaartverzorger. „Ik groeide ernaar toe dit werk te gaan doen. Daarin ervoer ik de leiding van de Heere”, zegt de hersteld hervormde Pul.

In 2004 vestigt hij zich als begrafenisverzorger. Hij combineert zijn nieuwe functie met de pluimveehouderij. „Je moet je oude schoenen niet zomaar weggooien.” Na twee jaar, als de dreiging van vogelgriep vanuit Engeland opnieuw dichterbij komt, besluit hij echter een punt te zetten achter het agrarische werk.

Wel verkoopt hij als marktkoopman zaterdags nog pluimveeproducten. Als hij die dag een begrafenis heeft, staan zijn vrouw en kinderen achter de kraam. „We hoeven niet rijk te worden, maar ik moet wel mijn brood verdienen. Ik kan het werk op de markt nog niet missen.”

Puls carrièreswitch levert spannende perioden op. „Soms heb ik een paar weken geen werk. Dat beleven ook onze vier kinderen intens mee. Het komt er dan op aan te leven in afhankelijkheid. Dat houdt ons klein.” Pul zegt verscheidene malen boven zijn zorgen te zijn uitgetild. „Op Dankdag ging de preek over Israël in de woestijn. De Heere gaf het volk manna, niet per week, maar per dag. Zo hebben wij dat de afgelopen jaren ook ervaren.”

Wat hem aanspreekt in zijn huidige werk is het „dienend bezig zijn in tijden van verdriet. Juist in de dagen van het afscheid nemen moet er veel worden geregeld. Ik verleen daarbij graag hulp. Het moeilijkste moment vind ik het sluiten van de kist. Dan komt het verdriet van de familie het sterkst op me af.”

Hoewel Pul vooral voor christenen werkt, kloppen ook buitenkerkelijken bij hem aan. In alle gevallen sluit hij zo veel mogelijk aan bij de wensen van de familie. Wel vermeldt hij in advertenties duidelijk dat hij uitsluitend begrafenissen doet. „Dat is de Bijbelse lijn. Daar houd ik aan vast.”

Het is Pul één keer overkomen dat hij tijdens het gesprek met een rouwdragende familie hoorde dat ze tot een crematie had besloten. „Toen heb ik gezegd: „Dan stopt hier mijn werk. Ik zal een collega bellen die het van mij overneemt.” Omdat ik de familie niet wilde laten vallen, ben ik gebleven totdat mijn collega er was.”

Momenteel verzorgt Pul zo’n dertig begrafenissen per jaar. „Dat moet uitgroeien tot 75. We hebben nog een lange weg te gaan. Ik ga ervan uit dat het tien tot vijftien jaar kost voordat ik mezelf kan bedruipen.”

Dit najaar kwam de eerste opbaarkamer gereed in de vroegere stal, die grondig werd verbouwd. Komend jaar hoopt Pul een tweede te kunnen realiseren. „Daarmee speel ik in op de toenemende behoefte van families die geen mogelijkheid hebben thuis op te baren om toch 24 uur per dag bij de overledene te kunnen zijn.”

De resterende 160 vierkante meter van de vroegere stal hoopt Pul in de toekomst als koffiekamer te kunnen inrichten, zodat hij ook ruimte heeft voor condoleances. „Dat is fase drie. Het werk groeit langzaam en ik kan niet te veel financiële risico’s tegelijk nemen.”

Of hij de kippen nog wel eens mist? „Geen moment”, zegt Pul zonder aarzelen. „Door de vogelgriep en allerlei regelgeving was het werk gewoon niet leuk meer. Wat ik nu doe, heeft veel meer mijn hart.”

Dit is het derde deel in een serie over carrièreswitchers.