Carrièreswitcher Van Raaij: Ik trainde van die honden die kindjes opeten

Carriereswitchers
ROTTERDAM – Ivonne van Raaij runt een hondenschool in Rotterdam. Eerder volgde ze een opleiding communicatie en werkte ze als trainer-accountmanager bij een zakelijk opleidingsinstituut. Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Eerst communiceerde Ivonne van Raaij als trainer-accountmanager volop met mensen. Daarna ging ze honden trainen. Nu runt ze een hondenschool in Rotterdam, en ze zegt: „Wat wij vooral doen, is mensen opvoeden.”

Van Raaij (35) is sinds 2001 eigenaar van de Martin Gaus Hondenschool Rotterdam. Daarnaast werkt ze drie dagen in Lelystad, op het hoofdkantoor van Martin Gaus – een organisatie met 26 hondenscholen in Nederland en België. Ze begeleidt en coacht collega-franchisenemers en houdt zich bezig met werving en selectie van nieuwe hondenscholen.

Ze is altijd blij als ze „het bordje Brabant” ziet, wanneer ze vanuit Lelystad naar Oosterhout rijdt. De verhuizing naar een ander deel van het land is het enige schaduwpuntje dat Ivonne van Raaij –na hard nadenken– kan noemen rond haar overstap van een zakelijk opleidingsinstituut naar een hondenschool. „Ik was gezelligheid gewend, en moest in Lelystad een heel nieuw privéleven opbouwen.” Ze bleef trouwens niet lang wonen in Flevoland; na anderhalf jaar werd het weer Brabant.

Veertien jaar geleden begon haar switch. „In die tijd gaf ik communicatietrainingen. Ik leidde mensen op tot verkoper binnen- en buitendienst bijvoorbeeld. Die trainingen moest ik ook zelf verkopen: ik belde bedrijven, plande afspraken.” Het beviel Van Raaij prima.

Toen kreeg ze de golden retriever Summer, die ze meenam naar de dichtstbijzijnde gehoorzaamheidscursus. „De trainer zei: Mevrouw, wacht u maar een halfjaar, deze hond is aan het puberen.” Dat leek me vreemd, en ik zocht verder en vond een andere gehoorzaamheidscursus. Daar vertelde een jongen van alles over hondengedrag. Zo interessant. Ik bleef maar trainen, eerst met mijn eigen hond, daarna met die van mijn ouders.” Op den duur besteedde ze al haar vrije tijd aan de hondenschool. De trainers vroegen haar of ze zelf les wilde geven. „Dat vond ik best een hele verantwoordelijkheid. Ik ging kijken welke opleidingen er bestonden op dit gebied. Het waren er niet zo veel in die tijd.” Ze kwam terecht in Lelystad, waar Martin Gaus haar opleidde.

Ze gaf puppylessen en gehoorzaamheidscursussen, trainde probleemhonden. „Gaus zei: Begin je eigen hondenschool. Maar ik wilde eerst meer ervaring opdoen.” Dat deed ze een jaar of twee, voordat ze haar eigen hondenschool begon in Rotterdam. Ze werd gedragstherapeut en begeleidde de „interne honden”: dieren die in Lelystad zitten voor heropvoeding. „Ik trainde de grootste etterbakken, van die kindjes opetende en niet-luisterende honden.”

Van de opmerkingen die mensen in haar omgeving maakten over haar overstap, trok Van Raaij zich „echt niks” aan. „Of bijna niks. Mensen zeiden wel: Geef je een goede baan op om hónden te gaan trainen? Alsof je alleen met laarzen aan op het veld staat. Dat is zo’n fout beeld.”

Bij de overstap wist Van Raaij dat ze er financieel eerst wat op achteruit zou gaan. „Maar ik vond dit werk zo leuk dat ik het risico nam. Trouwens, ik was commercieel genoeg om een minimumbedrag te vragen.” Via Lelystad lag een markt voor haar open, en dat sprak Van Raaij zeer aan. Behalve hondenliefhebber is ze namelijk ondernemer. „In het bedrijfsleven had ik bewegingsvrijheid, maar toch gold een vast kader: dit zijn de opleidingen, daar kun je mee aan de slag. In Lelystad zag ik allerlei mogelijkheden. Ik heb nieuwe dingen mee opgezet. De instructeurscursussen bijvoorbeeld, en de hbo-opleiding voor gedragstherapeut.”

Dat ze met haar Rotterdamse hondenschool een eigen koers kan varen, past precies bij Van Raaij. „Ik ben niet alleen hondentrainer. Ik heb dagenlang tientallen honden getraind, ging kennel in, kennel uit. Maar dan voelde ik me heel eenzaam. Ik moet ook met mensen werken.”

Een voorbeeld van hoe ze haar eerdere werkervaring combineert met haar huidige baan zijn de trainingen die ze geeft bij bedrijven. Mooie bijkomstigheid zijn de inkomsten: „Met alleen puppy- en basiscursussen ga ik het niet redden.”

Bij die bedrijfstrainingen leren werknemers van honden. „Stel, collega’s hebben moeite met luisteren naar elkaar. Ik laat hen oefenen met dieren. Om iets van een hond gedaan te krijgen, moet je goed naar hem kijken. Dat kun je leren: kijken. En: je krijgt meer voor elkaar door te belonen dan met correcties. In de communicatie tussen mensen en de interactie tussen honden zit niet veel verschil.”

Dit is het zevende deel in een serie over carrièreswitchers.