Buitenruimte populairder 
door corona

Column Gerhard Hormann
Klein huis met een grote tuin. beeld ANP, Koen Suyk
2

Door de coronacrisis zijn mensen zich veel bewuster geworden van hun woonsituatie en hun leefomgeving. Dat zorgt straks voor een heel ander wensenpakket.

Na het behalen van mijn kandidaats politicologie –dat zou nu bachelor heten– koos ik voor een afstudeerrichting in een ander vakgebied. Zo studeerde ik eerst af als planoloog voordat ik alsnog mijn doctoraal –nu master– politicologie in ontvangst mocht nemen. Met die eerste opleiding heb ik verder nooit iets gedaan, maar toch kijk ik sindsdien met andere ogen naar ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.

Op een bepaald moment in mijn leven had ik de beschikking over drie huizen: een vrijstaand arbeidershuisje in Ridderkerk, een vakantiehuisje in Staphorst en een vrijstaand huisje op een heuvel in het uiterste oosten van voormalig Oost-Duitsland. Die overdaad, die deels het gevolg was van overmoed, zou uiteindelijk zorgen voor een kentering in mijn leven en een omslag in het denken.

Toch kun je terugblikkend vaststellen dat er een rode draad is en ook dat ik telkens onbewust bezig was mijn allereerste keuze te bevestigen. In alle drie de gevallen was ik namelijk bezweken voor de verleiding van een bescheiden vrijstaand huis met veel buitenruimte. Later zou ik in een van mijn boeken zelfs schrijven dat je misschien meer hebt aan een klein huis met een grote tuin dan omgekeerd.

Die uitspraak is natuurlijk enigszins provocerend, in die zin dat hij vooral bedoeld is om tot nadenken te stemmen. Veel te vaak maken we keuzes in het leven klakkeloos of slechts in navolging van anderen. Dan kan het helpen om eens met een andere blik te kijken naar de eigen verwachtingen of bepaalde vanzelfsprekendheden. Want moet de eerstvolgende woning altijd per se groter zijn dan de voorgaande?

Natuurlijk speelt gezinsgrootte, naast het beschikbare budget en de gewenste regio, een zwaarwegende, zo niet doorslaggevende rol. Tegelijk laat mijn voorbeeld zien dat je met precies hetzelfde inkomen ook kunt beschikken over drie bescheiden woningen in plaats van één grote. Een dergelijke constructie bleek onpraktisch, onwerkbaar en onzinnig, maar het was wel een interessant en leerzaam avontuur.

In zekere zin kun je zeggen dat mijn wooncarrière een lange, omslachtige voorbereiding was op de maatregelen die voortvloeiden uit de coronacrisis. Niet lang nadat ik dat Duitse huis had verkocht, kreeg ik de mogelijkheid om meer dan vijfhonderd vierkante meter weidegrond te kopen achter ons eerste huis. Zo hadden we opeens een soort camping aan huis en genoten we van onze eerste thuisblijfvakantie.

Met een werkplek aan de keukentafel en genoeg grond om zelfs bij een volledige lockdown rondjes te kunnen rennen in de eigen tuin, was er niet veel verschil in beleving tussen mijn oude leven en het zogeheten ‘nieuwe normaal’.

Dat zal totaal anders geweest zijn voor wie recentelijk een modern appartement betrok in de stad zonder buitenruimte of balkon. De verwachting is dan ook dat het wensenlijstje van woningzoekenden voortaan niet alleen een afgesloten werkkamer zal bevatten, maar ook een locatie met wat meer natuur, minder naaste buren en een lekker plekje in de zon.

Reageren? hormann@refdag.nl