Boerin Gerda Briene schrijft boek over fipronilcrisis

Gerda Briene temidden van haar biologische kippen. De boerin uit Wierden presenteerde het eerste exemplaar van haar boek over de fipronilcrisis aan burgemeester Van Dijk van Barneveld, „een man met het hart op de juiste plaats.” beeld Jan van de Maat
2

Totaal onverwachts brak een jaar geleden in de pluimveehouderij de fipronilcrisis uit. De impact op bijna 300 boerengezinnen was en is enorm, zegt Gerda Briene uit het Twentse Wierden. Onder de titel ”Fipronil, beslist geen eitje!” schreef zij er een boek over, dat donderdag in Barneveld is gepresenteerd.

Johan (49) en Gerda (48) Briene hebben twee pluimveebedrijven op dezelfde locatie: een stal met 27.000 ”gangbare” scharrelkippen en een stal met 11.500 biologische kippen. De twee stallen zijn juridisch en fysiek gescheiden. Daar hebben ze tijdens de fipronilcrisis veel profijt van gehad: terwijl de scharrelstal geblokkeerd was, kon de verkoop van eieren van de biologische kippen doorgaan en had het gezin tenminste nog inkomsten.

Kort voor de zomer hadden de Brienes te goeder trouw een servicebedrijf ingehuurd om hun scharrelstal te ontsmetten. Achteraf bleek dat dit bedrijf het verboden insecticide fipronil gebruikte tegen vogelmijt (”bloedluis”). Op 26 juli werd de stal geblokkeerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De stal met biologische kippen bleef buiten schot: die was nog in productie en niet eerder ontsmet door het gewraakte servicebedrijf.

Schade

Dat neemt niet weg dat de financiële schade groot is. Maar daar praat Gerda liever niet over. De langdurige onzekerheid, het verdriet, het gevoel niet begrepen te worden, soms ook de woede: dat alles heeft hen en al die gedupeerde collega’s diep geraakt, zegt zij.

Waarom hebt u een boek geschreven?

„In die zwarte zomer van 2017 wilde ik iets positiefs doen tegenover alle ellende en die sfeer van somberheid die over ons heen kwam. Ik besloot de leuke dingen die er gelukkig ook nog op het bedrijf en in het gezin gebeurden, op te schrijven. Maar toen ik dat tegen het einde van het jaar teruglas, vond ik dat dit geen goed beeld gaf van de werkelijkheid. Toen ben ik alles wat we hebben meegemaakt eraan gaan toevoegen. En zo is het een persoonlijk verslag geworden van een bewogen jaar.”

Wie hebt u op het oog, uw collega’s of consumenten?

„Allebei. Het raakt mij dat de fipronilcrisis zo snel weer uit het nieuws is verdwenen. Terwijl er nu, een jaar na de uitbraak, nog steeds pluimveehouders zijn die kippen moeten vergassen, die hun stal nog niet vrij hebben, die het laatste restje van hun spaargeld aanspreken en niet weten of ze straks weer nieuwe kippen kunnen betalen. Ik ontmoet burgers die al niet eens meer weten wat er aan de hand is geweest. Maar de impact op het dagelijks leven van 291 boerengezinnen is zo enorm geweest, dat moet heel Nederland weten.”

Wie geeft het boek uit?

„Dat doen wij in eigen beheer. Een paar deskundige mensen hebben me begeleid. We hebben duizend exemplaren laten drukken. Ieder boekhandel kan ze bestellen. De verkoopprijs is 17,50 euro. Voor zover ik weet is dit het eerste boek over de fipronilcrisis. Hennie de Haan (voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, TR) schrijft in het voorwoord dat ze er erg blij mee is, want deze zwarte periode in ons vak mag niet vergeten worden.”

Het eerste exemplaar was voor burgemeester Asje van Dijk van Barneveld. Waarom voor hem?

„Deze crisis heeft de Nederlandse pluimveehouderij in het hart geraakt. En Barneveld staat toch symbool voor het hart van de sector. Daar komt bij dat deze burgemeester heeft laten zien zijn hart op de juiste plaats te hebben. Hij heeft zich steeds sterk gemaakt om ons te helpen. Hij heeft al snel een crisisteam opgezet en later het initiatief genomen voor de actie Boenen bij de boeren.”

Hoe is het op jullie eigen bedrijf gegaan?

„Onze scharrelhennen waren in juli goed en wel aan de leg en te jong om in de rui te brengen. We hebben ze wel op een dieet gezet, maar zo dat ze nog net eieren bleven leggen. Het fipronilgehalte in de eieren is toen geleidelijk gedaald. Vanaf begin november konden we weer eieren uit de scharrelstal leveren, die hoefden toen niet meer te worden vernietigd. De eieren waren onze eerste zorg. Intussen bleef de mest – ook besmet – zich ophopen. Pas begin januari poepten de kippen weer schone mest. Sinds februari mogen we de oude en de nieuwe mest mengen, zodat het gehalte onder de norm komt. In april was dat het geval, maar toen moesten we nog twee weken wachten totdat een gecertificeerd bureau tijd had om de verzegeling op te heffen. Toen was het te laat om de mest op ons eigen maisland uit te rijden. Nu laten we het ophalen.”