Biologen adviseren uitbreiding tongquota

Verse schol. beeld RD, Henk Visscher
2

Als het aan de biologen ligt, mogen vissers volgend jaar 22 procent meer tong uit de Noordzee halen dan dit jaar. Ook de vangst van wijting kan omhoog. De kabeljauwvisserij moet fors inleveren.

Dat blijkt uit de jaarlijkse adviezen van de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES), die dinsdag door Wageningen Marine Research aan de Nederlandse visserijbranche zijn gepresenteerd.

De meeste soorten die voor Nederlandse vissers belangrijk zijn, staan er goed voor. Dat is vooral te danken aan de verminderde visserijdruk in de afgelopen jaren. Zo zwemt er in de Noordzee en het Skagerrak volgens metingen van de biologen meer dan 1,2 miljoen ton volwassen schol rond, een record sinds de start van de bestandsschattingen in 1957. Ook de tong staat er goed voor, doordat er in 2018 erg veel jonge vis van deze soort geboren is.

Schol en tong zijn voor de Nederlandse kottervloot de belangrijkste doelsoorten. Voor beide geeft ICES adviezen die gericht zijn op het behouden van een zogeheten maximaal duurzame oogst (MSY). In de Noordzee en het Skagerrak samen mogen de vissers volgende jaar, als het aan de biologen ligt, een kleine 163.000 ton schol uit het water halen. Dat is iets minder dan dit jaar, maar vissers vangen in de praktijk al jaren minder schol dan is toegestaan. Het advies voor Noordzeetong is ruim 21.000 ton.

Van de zogeheten commerciële bijvangst die in de netten van schol- en tongvissers terechtkomt, kwalificeert ICES de bestanden tarbot, griet en wijting als „gezond.” Het advies voor tarbot is met 3.948 ton lager dan dit jaar, doordat ICES afstapt van het zogeheten voorzorgsprincipe naar het strengere MSY.

Het kabeljauwbestand in de Noordzee, Skagerrak en het oostelijke deel van Het Kanaal is na enkele jaren van voorzichtige groei weer gedaald en zit in de gevarenzone: de voortplanting blijft achter bij de visserijdruk. Daarom adviseren de biologen een verlaging van de toegestane vangst met 17 procent. Dat raakt vooral Britse en Deense vissers.

Het haringbestand fluctueert door natuurlijke oorzaken. Naar schatting zwemt er 1,3 miljoen ton volwassen haring in de Noordzee, Kattegat, Skagerrak en het oostelijke deel van Het Kanaal. De afgelopen jaren daalt het stand gestaag. Het bevindt zich nu rond het MSY-streefniveau. ICES adviseert een krimp van de toegestane vangst met 7 procent.

ICES heeft voor meer dan twintig visbestanden in de Noordzee advies afgegeven. Een deel van de bestanden wordt gezamenlijk beheerd door de Europese Unie –inclusief het Verenigd Koninkrijk– en Noorwegen. Voor Europese vissers worden de vangstquota voor 2021 in december vastgesteld door de Europese visserijministers. De ICES-adviezen spelen bij dat besluit een belangrijke rol.

Brexit

Pim Visser, directeur van de organisatie van kottervissers VisNed, vindt het positief dat de belangrijkste bestanden duurzaam worden bevist. „Als de ICES-adviezen worden gevolgd, kunnen onze leden in 2021 op een stabiele manier blijven vissen.”

Een zorg voor de sector blijft de afwikkeling van de brexit. Volgens Visser heeft het Verenigd Koninkrijk gezegd de ICES-adviezen te volgen. „De ‘omvang van de taart’ wordt dus duurzaam vastgesteld. Maar we weten nog niet hoe groot de taartpunt voor Nederland zal zijn. De onderhandelingen daarover lopen nog.”