„Beleid pensioenfonds met betrekking tot Israël onveranderd”

beeld ANP

Het Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) heeft zijn beleid met betrekking tot vijf Israëlische banken niet gewijzigd. Dat heeft een woordvoerster woensdagmiddag desgevraagd laten weten.

Dinsdag meldde het Nieuw Israëlietisch Weekblad op zijn website dat pensioenverzekeraar PGGM de boycot uit begin 2014 zou hebben ingetrokken. Het gaat om Bank Hapoalim, Bank Leumi, First International Bank of Israel, Israel Discount Bank en de Mizrahi Tefahot Bank.

PGGM is de uitvoeringsorganisatie voor de beleggingen van PFZW. Het pensioenfonds beslist zelf in welke bedrijven en organisaties zij niet wenst te beleggen. Deze lijst met zogeheten uitsluitingen is per 1 januari 2019 aangepast. Op de nieuwe lijst zijn de vijf Israëlische banken niet meer zichtbaar, maar het beleggingsbeleid is volgens de woordvoerster feitelijk niet veranderd. Dat betekent dat PFZW (via PGGM) nog steeds geen zaken doet met de genoemde banken.

„Wij hebben de presentatie van ons beleggingsbeleid aangepast aan de richtlijnen uit het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen, dat de grote Nederlandse pensioenfondsen in december hebben ondertekend. Op onze website staan daardoor niet langer al onze uitsluitingen genoemd”, legt de woordvoerster uit.

PFZW gebruikt het jaar 2019 om te beoordelen welke beleggingen passen bij dat convenant en bij –eveneens in 2018 uitgevaardigde– nieuwe internationale richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. De zogeheten passieve aandelenindex van het PFZW, het ‘mandje’ met bedrijven waarin belegd wordt, blijft in 2019 ongewijzigd. De vijf Israëlische banken zitten daar niet in, meldt de woordvoerster.

De banken kwamen in 2014 op de zwarte lijst van PFZW terecht omdat ze betrokken zouden zijn bij het financieren van de bouw van Joodse nederzettingen op de ‘bezette’ Westelijke Jordaanoever. Volgens de banken verboden de wetten in Israël hen niet om hun diensten te verlenen aan de nederzettingen.

PFZW besloot destijds geen zaken meer met de banken te doen omdat de internationale rechtspraak de nederzettingen in Palestijns gebied in toenemende mate bestempelde als illegaal. Over de boycot ontstond veel commotie. Onder meer de Nederlandse ambassadeur werd in Israël op het matje geroepen.