Bankieren terwijl er Eén meekijkt

materialisme
Henk van Leerdam is eigenaar van de Regiobank in het Zeeuwse Arnemuiden. Hij nam de zaak van zijn vader over. „Geld is het meest gevaarlijke goedje dat er is.” beeld Sjaak Verboom

Er waren maar weinig bankzaken in Arnemuiden waar hij als bankier niet bij betrokken was. Nu regelt bijna iedereen alles zelf via de smartphone, dus ziet Henk van Leerdam lang niet alles meer. Eerlijk zakendoen blijft hij zichzelf en zijn klanten echter voorhouden.

Vanuit het nieuwe vrijstaande huis aan de rand van het Zeeuwse dorp Arnemuiden kijk je kilometers ver over de akkers richting Middelburg. Bij helder weer is de toren De Lange Jan goed te zien. Een prachtige plek en dito huis.

„En hier moeten we gaan praten over materialisme”, zegt Van Leerdam (55) met enige zelfspot als hij zijn bezoek binnenlaat. „Kijk er maar gerust doorheen hoor. Het is allemaal betrekkelijk.”

Dat lijken gemakkelijk uitgesproken woorden, maar de zelfstandig adviseur RegioBank weet wat betrekkelijkheid betekent. Vorig jaar, toen ze op deze plek aan het bouwen waren, werd er darmkanker bij hem geconstateerd. „Dan komt de vraag op je af of je hier ooit wel mag wonen.”

Daarmee heeft Van Leerdam, die ook diaken van de gereformeerde gemeente in Middelburg-Zuid is, wat hem betreft direct de kern van de zaak te pakken als het om materialisme gaat. „Als je momenten mag kennen waarop je kunt zeggen: „Weg wereld, weg schatten”, dán kun je werkelijk alles loslaten. Dat is van nature ook niet op mijn akker te vinden hoor. Het is genade als je zo met je geld en goed om mag gaan.”

Van Leerdam is glashelder als het over geld gaat. „Het is het gevaarlijkste goedje dat er is.” En dat terwijl hij als het ware tussen het geld is geboren. Vader Van Leerdam was ook bankier in het dorp. Klanten zaten aan de keukentafel, geldzaken werden op de eerste verdieping afgehandeld. Toen zijn vader overleed, nam Van Leerdam de zaak over, dat later een plaatselijke RegioBank werd.

Voor de bankier is eerlijk zakendoen een absolute voorwaarde. Dat kan volgens hem alleen als je beseft dat er Eén is Die altijd meekijkt. „Dat maakt voorzichtig en doet me realiseren dat ik van elke transactie straks rekenschap moet geven aan God.”

Kritischer

In het eerste onderzoek van het Reformatorisch Dagblad naar materialisme in de gereformeerde gezindte, in 1997 zei 49 procent van de bijna 400 ondervraagden duidelijk „nee” tegen de vraag of zwartwerk is toegestaan. Dat percentage is gestegen naar 67 procent (zie grafiek).

Van Leerdam noemt het mooi dat de gezindte kritischer is geworden op zwartwerken. „Maar dat betekent niet dat het niet meer gebeurt. Bij de bank kom ik elk kwartaal wel een bepaalde vorm tegen.”

Ergens een avondje klussen, handje contantje geld beuren en dat vervolgens niet opgeven bij de belastingaangifte is wellicht de bekendste vorm van zwartwerk. Maar Van Leerdam kent vanuit de praktijk meerdere varianten.

Hij vertelt over een klant die in december een groot deel van zijn spaargeld wilde opnemen. „Om zijn kinderen een gift te geven, zei hij. Maar in januari stond hij met een nog groter bedrag weer op kantoor, of ik het geld toch maar weer wilde storten. Hij had zich zogenaamd bedacht. Ik heb de transactie geweigerd, want dit deed hij alleen maar om zijn belastingaangifte wat aantrekkelijker te maken.”

Zwartwerk kun je ook gerust breder trekken, aldus Van Leerdam. Want wat te denken van mensen met een eigen bedrijf die de telefoonabonnementen van de kinderen op rekening van de zaak zetten? „Ook daarin moet je zuiver zijn. Het gaat om het hart. Want wat is het doel van zulke acties? Er beter van worden; een van onze oerzonden.”

Of hij zelf weleens heeft zwartgewerkt? Even gaat de blik naar zijn vrouw. Dan schudt Van Leerdam bedachtzaam zijn hoofd. „Nee, dat denk ik niet. Wel gebeurt het heel soms dat ik voor een belastingaangifte 50 euro krijg in plaats van de 35 euro die het eigenlijk kost. Die meeropbrengst zou ik moeten opgeven. Maar meestal zeggen de mensen: geef maar aan de kinders. Dat doen we dan ook.”

Imago

Van Leerdam realiseert zich dat bankiers niet zo’n best imago hebben. Zeker in aanloop naar de crisis werden financiële producten aangeboden die op z’n zachtst gezegd discutabel waren. Bijvoorbeeld met geleend geld beleggen.

„Een deel van de consumenten wist echt niet wat voor producten dat waren. Maar ik vind het te gemakkelijk om je daarachter te verschuilen. De klanten die deze producten afnamen, deden dat veelal uit hebzucht. Maar datzelfde geldt ook voor de verkopers van deze producten.

In de kerk hebben we net weer vanuit de Heidelbergse Catechismus de Tien Geboden behandeld. Dan gaat iedereen, ook wat materialisme betreft, met schuld de kerk uit.”