Baanloos maar niet waardeloos

10 jaar crisis
Constand Wassink uit Maassluis kreeg in 2008 met ontslag te maken door de economische crisis. beeld Roel Dijkstra

Zonder werk zitten stond altijd ver van Constand Wassink (65) uit Maassluis af. Totdat de financieel manager de gevolgen van de economische crisis –letterlijk en figuurlijk– aan den lijve ondervond. Over ontslag en talloze afwijzingen doet hij een boekje open.

„Wat kon mij nou gebeuren? Dat dacht ik tot het einde van de vorige eeuw. Hoe anders sta ik nu in het leven.

Vanaf het jaar 2000 ontstonden er problemen in het internationale bedrijf waar ik de leiding had over de financiële administratie. De ene na de andere directeur, manager en controller werd buiten de deur gezet. ’s Morgens wist je niet of je ’s avonds je baan nog had.

Mijn gezondheid leed eronder. Kort erna werd ik vanwege een dreigend hartinfarct met loeiende sirenes naar het ziekenhuis gebracht. Na een week of drie was ik gelukkig alweer aan de gang.

In die tijd heb ik met de controller een gouden team opgezet. Ik kreeg de zorg over de buitenlandse kantoren en werd coach voor de lokale boekhouders. Een mooie functie. Daarnaast werd ik benoemd als personeelsraadsman.

Toen een Amerikaanse reus het bedrijf medio 2007 overnam vielen er ontslagen in de top. Ook mijn naam stond op de lijst, hoorde ik. Op 1 oktober 2008 stond ik op straat.

Wat een dreun. Wat moet je als je 55 jaar bent? Die vraag bezorgde mij opnieuw hartklachten. Ineens was ik toegetreden tot het leger van werklozen. Het voelde als een vrije val: van internationaal manager –gewaardeerd door iedereen– naar geminachte ‘uitkeringstrekker’.

Even heb ik deze gedachte laten bezinken. Daarna heb ik mezelf aangepakt. Binnen twee weken had ik een andere baan. Voor een leuk salaris ging ik bij een zorginstelling aan de slag. Niet verkeerd. Achteraf was ik nog lang niet bekomen van de hartklachten en de schrik. Ook was het best een overstap en was mijn functiebeschrijving niet duidelijk. In goed overleg en met een nette financiële regeling op zak nam ik na tien maanden afscheid.

Groot Smoezenboek

Het volgende bedrijf waar ik aan de slag kon, kampte met de gevolgen van de crisis. Er kwam een fusie. Ik zou meegaan naar een nieuwe vestiging, dus er waren geen problemen. Dacht ik althans. Het pakte anders uit. Mijn jaarcontract werd niet verlengd. Weer die dreun.

Dat ik daarna toch een paar maal een baan heb kunnen vinden, is best bijzonder. Ik merkte bij mijn vele sollicitaties dat werknemers boven de 45 jaar als oud en afgeleefd werden beschouwd.

Ik kan een Groot Smoezenboek schrijven van alle antwoorden die ik kreeg op mijn pogingen. Ik noem het smoezen, omdat het discrimineren van ouderen natuurlijk niet mag.

Omdat ik mij nuttig wilde maken, deed ik veel vrijwilligerswerk. Ik hoop dat ik als ouderling voor het seniorenpastoraat van betekenis ben geweest.

Via een detacheringsbureau kon ik bij een klein bedrijf voor personeelsbemiddeling terecht. Daar heb ik het erg naar mijn zin gehad. Maar de positie in de zaak die mij was beloofd, ging aan mijn neus voorbij.

Cynisch

Een wat langere periode van werkloosheid volgde in 2011. Ik bleef solliciteren en reageerde op afwijzingen met cynische antwoordmails. Ik genoot ervan hoe personeelsfunctionarissen zich in allerlei bochten wrongen om hun antwoorden recht te praten. Maar ook thuis begon ik zo’n houding te ontwikkelen. Voor het gezin was dat niet bepaald goed.

Daarna vond ik weer een fulltimebaan. Mijn kennis en ervaring kon ik volop kwijt. Maar een jonge doctorandus economie nam mijn plaats in. Overladen met eer en bloemen kon ik gaan.

In het daaropvolgende werk werd ik een soort datatypiste. Dat lag mij niet en het ging dan ook verkeerd. Met hartklachten en acute spit in mijn rug eindigde deze periode.

Vergissing

Telkens heb ik wisselend werk gehad. Na mijn laatste ontslag, in 2013, heb ik in een jaar 1200 sollicitaties verstuurd. Slechts eenmaal kwam het tot een kennismakingsgesprek. De uitnodiging bleek echter een vergissing van een stagiaire te zijn.

Buitengesloten worden is het ergste. Ook al is er financieel geen wolkje aan de lucht en kan ik bijna met prepensioen. Vrijwilligerswerk compenseert niet de betekenis van betaald werk.

Met bestuurswerk op vrijwillige basis en als uitvaartpastor en seniorenouderling zoek ik naar een nieuwe invulling van mijn leven. Al hoop ik nog steeds op een betaalde baan. Ik laat mij niet meer meevoeren op de golven van woede en frustratie. Mijn vrijwilligerswerk is beloond met een koninklijke onderscheiding. Baanloos betekent voor mij niet hetzelfde als waardeloos.”