„Afschaffing dividendbelasting geeft verkeerd signaal af”

Dividendbelasting
Prof. dr. J.L. van de Streek. beeld Universiteit van Amsterdam

Ook de wetenschap mengt zich in de discussie over het plan van het kabinet om de dividendbelasting af te schaffen. Prof. dr. Jan van de Streek, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, organiseert er een congres over.

Eerder dit jaar kreeg de onderzoeker de ambtelijke memo’s over de voorgenomen afschaffing in bezit door een verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Door de memo’s laaide de discussie weer op.

Waarom een congres?

„Het voornemen om de dividendbelasting af te schaffen is in het regeerakkoord terechtgekomen zonder dat daaraan een gedegen voorbereiding vooraf is gegaan. Dat is wel gebruikelijk bij belastingherzieningen. Dan was er ook ruimte voor discussie geweest en inbreng vanuit de wetenschap. Nu is die voorbereidingsfase overgeslagen en ontbreekt een onderbouwing. Ik zie het dan als taak van de wetenschap om zelf de discussie te starten en het nodige onderzoek en debat alsnog te stimuleren.”

Kunt u één argument noemen voor het afschaffen van de dividendbelasting?

„De enige reden die ik kan bedenken is dat de belasting wordt afgeschaft om olie- en gasmaatschappij Shell en levensmiddelenconcern Unilever ter wille te zijn. Kennelijk moeten we het zien als een blijk van waardering voor deze twee Brits-Nederlandse multinationals. AkzoNobel, onlangs geconfronteerd met een overnamebod van een buitenlands bedrijf, is inmiddels ook een partij. Als deze Nederlandse multinationals hun hoofdkantoor in Nederland hebben, zou de gedachte kunnen zijn dat dit van toegevoegde waarde is voor de economie. De afschaffing kost de staatskas 2 miljard euro per jaar. Maar levert dat wel genoeg voordeel op voor de hele economie? Naar mijn mening staat de maatregel niet in verhouding tot de kosten.

Bovendien lijkt de dividendbelasting ook niet van invloed op keuze van buitenlandse aandeelhouders. In december 2017 pleitte ik al voor economisch onderzoek naar het effect van de dividendbelasting op aandelenkoersen. Als het afschaffen van de dividendbelasting meer rendement geeft op de aandelen voor de beleggers, zouden de aandelen veel populairder zijn op de beurs. Of dat in de praktijk zo werkt, is nu dus niet bekend.

Andere grote internationaal opererende bedrijven ervaren de dividendbelasting niet als last. Hun prioriteiten liggen bij andere thema’s. Dat is ook logisch, want buitenlandse aandeelhouders kunnen in het algemeen de dividendheffing verrekenen met hun lokale inkomstenbelasting.”

Waar ligt voor grote bedrijven dan wel prioriteit?

„Als het gaat om het fiscale vestigingsklimaat is de vennootschapsbelasting belangrijk. Uit economisch onderzoek blijkt dat bedrijven wel gevoelig zijn voor de belasting op winst bij de keuze om extra investeringen te doen of bij de keuze voor een bepaald land. Een internationaal bedrijf is vaak zo flexibel georganiseerd dat het kan kiezen waar het een fabriek, inkoopafdeling, callcenter of onderzoeksafdeling neerzet. Die keuze hangt vaak mede af van het belastingtarief.”

Hoe is dan het Nederlandse vestigingsklimaat voor bedrijven vergeleken met andere landen?

„Nederland heeft een gezond vestigingsklimaat, ook vanwege onze fiscale kroonjuwelen. De Belastingdienst jaagt bedrijven niet het land uit. Integendeel. Een bedrijf kan via vooroverleg (”ruling”) duidelijkheid krijgen over hoeveel belasting het moet betalen voor een investering. Belangrijk, want bedrijven moeten weten waar ze aan toe zijn.

Ten tweede heeft Nederland met zo’n 100 andere landen verdragen gesloten waarin afgesproken is om dubbele belastingheffing te voorkomen. Ook deelnemingsvrijstelling is gunstig. Daardoor hoeft een concern over bepaalde inkomsten uit het buitenland geen belasting te betalen. Daarin zie je dat ons hele belastingstelsel ontplooiing van internationale bedrijfsactiviteiten ondersteunt.”

Wat betekent de afschaffing van de dividendbelasting voor de belastingdruk op binnenlandse bedrijven en Nederlandse burgers?

„Zoals het plaatje er nu uitziet, gaan Nederlandse midden- en kleinbedrijven, waaronder ook vele familiebedrijven, de rekening betalen. De voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting van 25 naar 21 procent gaat namelijk niet door. Het percentage vennootschapsbelasting wordt 22 procent voor bedrijven met winsten vanaf 200.000 euro per jaar. Dat zijn zeker niet alleen grote bedrijven.

Daarbij komt dat het kabinet de belasting op primaire levensbehoeften verhoogt van 6 naar 9 procent. Als de btw voor gewone boodschappen omhooggaat en de winstbelasting voor buitenlandse aandeelhouders wordt afgeschaft, geeft dat een verkeerd signaal af aan de samenleving.

Het idee achter belastingmaatregelen voor bepaalde groepen is dat iedereen in Nederland direct of indirect ervan profiteert. Maar ik heb grote twijfels of de welvaart wel verbetert door de afschaffing van de dividendbelasting. Het afschaffen van de heffing kan de belastingmoraal van burgers en bedrijven ondermijnen. Mensen zullen minder bereid zijn om belastingregels eerlijk na te leven.”

Hoe kun je dan wel investeringen naar je land krijgen?

„In elk geval niet alleen door belastingregels. Wel door bijvoorbeeld te zorgen dat we onze kenniseconomie, de arbeidscultuur, politieke stabiliteit, goede infrastructuur en degelijke scholing behouden. Die factoren blijken minstens zo belangrijk voor bedrijven om voor Nederland te kiezen als vestigingsland. De overheid schiet zichzelf in de voet door de dividendbelasting af te schaffen, omdat er daardoor minder geld overblijft om te investeren in de beroepsbevolking en infrastructuur. Uiteraard moet het belastingklimaat niet belemmeren. Maar met allerlei belastingcadeautjes krijg je de verkeerde gasten op je feestje en die zijn ook zo weer weg.”

Hoe komt het dat politici zich hierin toch zo vastbijten?

„Dat is mij ook een raadsel. Toen Unilever voor de keuze stond om het hoofdkantoor in Londen of in Rotterdam te plaatsen, heeft de overheid een soort reclamefolder gemaakt. Wat in die folder heeft gestaan, is tot nu toe niet openbaar gemaakt door de regering. Het zou kunnen zijn dat de afschaffing van de dividendbelasting onderdeel was van het aanbod van de overheid aan Unilever. Voor Shell, dat in 2005 voor dezelfde keus stond, is er misschien een belastingafspraak over de dividendbelasting gemaakt, als tijdelijk alternatief voor het afschaffen van de belasting. Als er verwachtingen zijn gewekt, dan willen politici die verwachtingen waarmaken. Maar dat blijft speculeren.”

Welke kant moet het uit met het belastingstelsel?

„Ik noem er twee. Een goede stap die het kabinet al heeft ingezet is het invoeren van de zogenoemde ”vlaktaks” voor particulieren. Er komen twee belastingschijven voor werkenden: een basistarief van 36,93 procent en een hoog tarief van 49,5 procent. Het eerlijkst zou zijn om bij de inkomstenbelasting de werkelijk ontvangen rente, huur en dividend als basis te nemen voor de heffing. De huidige heffingspercentages zijn gebaseerd op een veronderstelling van het verkregen rendement. De maatschappelijke acceptatie daarvan brokkelt zienderogen af.

Als het gaat om bedrijven zouden we ervoor open moeten staan om de belasting op winst te harmoniseren met de andere landen in de Europese Unie. We moeten dan weliswaar een stuk van onze belastingsoevereiniteit opgeven, maar bedrijven zouden dan wel een eerlijk aandeel betalen.

In Europa zijn nu 27 varianten van de winstbelasting. Ieder systeem heeft zijn eigen voorwaarden en ‘speeltjes’ om bedrijven aan te trekken. Bedrijven kunnen het voor hen voordeligste eruit pikken. Het systeem nodigt multinationals uit tot vrij agressieve belastingontwijking. Door de winstbelasting gelijk te trekken, smoor je dat gedrag in de kiem. Dat zorgt voor meer rechtvaardigheid.”