Aan buiten wonen​ hangt een prijskaartje

Column Gerhard Hormann
Wonen in het groen: een uitdaging.  beeld ANP, Vincent Jannink
2

Steeds meer thuiswerkers fantaseren stiekem over een ruime woning in het groen. Daarbij is vaak geen oog voor de bijkomende kosten en het psychologische prijskaartje.

Het gedwongen thuiswerken heeft veel werknemers met de neus op de feiten gedrukt. Hoewel het thuis zeker niet altijd op rolletjes liep, zeker niet met jonge kinderen in de buurt die op hetzelfde moment thuisonderwijs kregen, bleek constante aanwezigheid op kantoor geen dwingende noodzaak. In de toekomst hoeft bijna niemand niet meer vlakbij het werk te wonen of te verhuizen voor een nieuwe baan.

Daardoor zijn veel mensen in de drukke, overvolle Randstad aan het rekenen geslagen. Voor de prijs van een tussenwoning kan elders vaak een vrijstaand huis in het groen worden gekocht. Zo kun je met gesloten beurs verhuizen van een appartement op twee hoog achter zonder balkon naar een tweekapper met een flinke tuin. Soms kun je zelfs zoveel winst maken met de bijbehorende transactie dat er een aardig appeltje voor de dorst overblijft.

Zwichten

Het is in die situatie verleidelijk om naar te koop staande woningen te kijken met de blik van een vakantieganger. Naast praktische zaken als een eigen werkkamer en genoeg buitenruimte om je zelfs bij een totale lockdown niet opgesloten te hoeven voelen, spelen zaken als ligging en uitzicht een belangrijke rol. Wie uit een drukke stad komt, zwicht al snel voor het beeld van een ondergaande zon boven een uitgestrekt landschap of de impliciete belofte van rust en ruimte.

Inderdaad is het een enorme luxe om bij wijze van spreken vanuit de tuin zó het bos in te lopen of langs een meanderende rivier te wandelen. Wie kinderen heeft –of een kinderwens– kan daar nog het klassieke plaatje aan toevoegen van boomhutten en kikkervisjes in een leeg jampotje. Op het platteland leeft men minder gejaagd, groet men elkaar vriendelijk en is meer sociale controle en gemeenschapszin.

Wat daarbij uit het oog verloren wordt, is dat in het buitengebied alles een uitdaging kan vormen. Van de energienota van die enorme woonboerderij kun je elders een flatje huren en de verzekeringspremie van het romantische rieten dak kost een vermogen. Zelfs tweeverdieners die veel thuiswerken komen al snel tot de ontdekking dat ze toch twee auto’s nodig hebben, omdat alles ver weg is of onmogelijk te bereiken met het openbaar vervoer.

Voorzieningen

Dan pas besef je dat het een enorme luxe is –en tevens een forse besparing in geld en tijd– wanneer alles binnen handbereik is. Alle voorzieningen waar je in je oude omgeving zonder nadenken even snel naartoe fietste, blijken afwezig of bevinden zich op grote afstand. Dat lijkt allemaal logisch, maar wie zwijmelend naar foto’s kijkt van droomhuizen staat vaak niet stil bij al die logistiek.

Wat nog meer wordt onderschat –of bij de afweging zelfs geen enkele rol speelt– is het psychologische effect van een verhuizing naar een verre provincie. Niet alleen blijf je in sommige streken altijd een buitenstaander, het gemis van familie en vrienden in de buurt kan juist bij een pandemie als deze extra zwaar op het gemoed drukken.

De auteur is publicist. Voor eerdere columns zie rd.nl/hormann. Reageren? hormann@refdag.nl