Zweedse prostitutiemodel verovert de wereld

Het kopen van seks wordt lastiger, vooral om de vrouwenhandel tegen te gaan. beeld Istock
4

Het kopen van seks wordt lastiger. In Zweden slingeren ze de klant op de bon. En dit is de benadering die veel landen volgen.

Nederland is een „topbestemming” voor de vrouwenhandel, schreef Mary Honeyball begin 2014 in een rapport voor het Europees Parlement. Het liberale prostitutiebeleid heeft zijn doelen totaal niet bereikt.

Heel anders is dat met de Zweedse wetgeving. Daar is de prostitutie afgenomen. Honeyball stelde een motie op waarin dit beleid als voorbeeld voor de hele EU werd gesteld. Het Britse parlementslid won de steun van een ruime meerderheid in het Europees Parlement. Haar motie is trouwens niet meer dan een ongevraagd advies, dat de regeringen vriendelijk naast zich neer kunnen leggen.

Het heeft lang geduurd voor de Zweedse prostitutiewet serieus werd genomen. Vanaf 1999 worden de meisjes daar ongemoeid gelaten, maar krijgt de gebruiker een boete. Elders op de wereld zagen velen deze wet als een eenmalig succes van feministen die prostitutie zien als vernedering van vrouwen.

„Het ging ons om het principe”, zegt Gunilla Ekberg, destijds regeringsadviseur in Zweden. „Alle vrouwen hebben recht op een leven zonder geweld. En prostitutie is een vorm van geweld. Nergens loop je zo veel kans op blauwe plekken als in dat werk. Een vrouw is ook niet gemaakt om meerdere malen per dag seks te hebben. Als je streeft naar gelijkheid van man en vrouw is het belangrijk zulke normen in wetten vast te leggen.”

Maar in 2000 had Nederland geen boodschap aan Zweden. Den Haag besloot tot opheffing van het bordeelverbod. Het bestuurlijke doel was de prostitutiesector beter onder controle te krijgen. Ook in Nederland ging het om de bescherming van vrouwen. Het vergunningenstelsel moest een einde maken aan de uitbuiting van vrouwen.

Duitsland volgde Nederland in 2002 met de liberalisering van de prostitutie. Zweden leek ver weg.

Huwelijkstrouw

Dat Duitsland en Nederland alles vrijgaven, was niet toevallig. In beide landen waren regeringen aangetreden zonder christelijke partijen (in Nederland in 1994, in Duitsland in 1998). Eerdere kabinetten hadden de prostitutie doorgaans gedoogd. De christendemocraten bekeken de publieke zedelijkheid toch altijd met de huwelijkstrouw in het achterhoofd. De staat kon niet alles regelen, maar er moesten grenzen blijven.

Premier Kok en bondskanselier Schröder leidden in hun land de sociaaldemocratische volkspartij. Binnen die bewegingen uitten radicalen soms openlijke weerzin tegen de huwelijkstrouw. De staat moest hier eindelijk eens bevrijdend werken. Binnen zo’n sfeer was het opheffen van het bordeelverbod veel logischer. Als iemand buiten de deur wilde vrijen of zich daarvoor beschikbaar stelde, wie was de staat dan om hem of haar tegen te houden?

Bestuurlijk gezien is de vrije prostitutie altijd met twijfel omgeven geweest. Tippelzones werden aangepakt, maar het ondergrondse seksbedrijf is nooit verdwenen. In zijn tijd als burgemeester van Amsterdam heeft Job Cohen meermalen verzucht dat de opheffing van het bordeelverbod „niet heeft gewerkt.” Het lot van de vrouwen verbeterde immers niet.

Deze uitlatingen waren opmerkelijk. Cohen was niet alleen de burgemeester van de ‘sekshoofdstad’ van de wereld. Als staatssecretaris in het kabinet-Kok II was hij tevens medeverantwoordelijk geweest voor het vrije bordeelbeleid.

Zo verloor het liberale model dus zijn belofte. Onderzoekers gingen zelfs verbanden zien tussen het Nederlandse beleid en de vrouwenhandel. Mensensmokkel is immers de donkere kant van de mondialisering.

Niemand weet hoeveel vrouwen zich naar welvarende steden laten lokken. Alleen al in Europa zou het jaarlijks gaan om tussen de 70.000 en 140.000 mensen. Van hen eindigt 80 procent in de prostitutie – doorgaans onder dwang. Van de prostituees in Nederland zou 50 tot 90 procent niet vrijwillig werken.

Niemand kent trouwens de echte cijfers en percentages. In het onderzoek dat aan de motie-Honeyball in het Europees Parlement voorafging, wordt fijntjes opgemerkt dat in veel studies rond de prostitutie de feitenweergave is gekleurd door de mening van de wetenschapper. Het is daardoor onmogelijk de echte feiten te kennen. De Zweed Ekberg erkent dat: „Misschien gaat het uiteindelijk wel niet om aantallen en feiten. Het gaat om de waarden achter het beleid.”

Andere kritiek op het liberale model is de geslachtsneutrale taal. Het idee achter de opheffing van het bordeelverbod is dat volwassen mensen in staat zijn hun seksleven op basis van vrijwilligheid te organiseren, en dat de staat zich buiten de intimiteit behoort te houden.

Maar sceptici brengen daartegen in dat vrijwel alle prostituees vrouw zijn. Geweld rond het peeskamertje is dus gewoon geweld van man tegen vrouw. Bovendien, zegt de European Women’s Lobby, draait prostitutie helemaal niet om seks, maar om macht.

Waardigheid

Terwijl de Amsterdamse burgemeester worstelde om de zaak in de greep te krijgen, groeide in de wereld de waardering voor de Zweedse benadering. Ambtenaren van andere Europese overheden schreven aan hun meerderen dat was „bewezen” dat de vraag naar betaalde seks in Zweden kleiner was geworden (zie kader).

Zweden kreeg navolging. Finland kwam in 2007 met een wet die de gebruiker straft, Noorwegen en IJsland in 2009. Op Denemarken na geldt in de hele noordse wereld nu dus het Zweedse model.

Ook elders in de westerse wereld is dit nagevolgd. Canada verbood het kopen van seks in 2014, Noord-Ierland in 2015 en Frankrijk dit voorjaar. Ook een initiatiefvoorstel dat in Nederland in de Eerste Kamer ligt, staat onder Zweedse invloed (zie kader).

De ommezwaai komt niet door een morele herleving in deze landen. Het punt zit vooral in de pijn die seculiere politici voelen bij de mensenhandel. Die wringt met de individuele zelfbeschikking. Dat Nederland volgens het Europees Parlement een „topbestemming” is voor slachtoffers van vrouwenhandel, is immers geen reclame.

Ook de Raad van Europa –het veel grotere samenwerkingsverband van 47 Europese landen op het gebied van mensenrechten– stelde zich in 2014 achter het strafbaar stellen van het kopen van seks. „Gedwongen prostitutie en seksuele uitbuiting zijn schendingen van de menselijke waardigheid”, luidde een aanbeveling. Omdat het in deze sector vrijwel uitsluitend rond vrouwen draait, is de gedwongen prostitutie een „obstakel tegen gendergelijkheid.”

De parlementaire vergadering riep de regeringen op het Zweedse model te volgen, omdat dit het „meest effectieve instrument tegen mensenhandel” is. Regeringen zouden ook informatie over uitstapprogramma’s moeten ophangen in prostitutieruimtes.

De EU heeft niets te vertellen over het prostitutiebeleid, benadrukt een woordvoerder van de Europese Commissie. „Maar de richtlijn tegen mensenhandel verplicht de lidstaten wel om de vraag naar uitbuiting –waaronder seksuele uitbuiting– te ontmoedigen. De richtlijn roept EU-landen ook op om hen te straffen die de diensten van slachtoffers gebruiken.” Zelfs in deze woordkeuze valt enige Zweedse invloed terug te zien.

----Zweden als lichtend voorbeeld

Zweden ziet prostitutie als geweld tegen vrouwen. Vanaf 1999 is het betalen voor ”seksuele diensten” daarom strafbaar. De straf voor hoerenlopers is maximaal zes maanden celstraf.

Het aanbieden van seksuele diensten werd niet verboden. Slachtoffers van geweld bestraf je immers niet. Het adverteren voor betaalde seks werd wel verboden.

De hoop van de Zweedse autoriteiten was dat vraag naar prostitutie zou opdrogen. Ook voor de vrouwenhandel zou het land op termijn niet meer interessant zijn.

In werkelijkheid zijn er nooit veel mannen betrapt in Zweden, mogelijk ook omdat de politie er niet de benodigde moeite voor deed. Het aantal veroordelingen is enkele tientallen per jaar. De meeste mannen kopen vervolging af door direct contant te betalen.

Over de vraag of het Zweedse beleid werkt, woedt een strijd tussen liefhebbers en twijfelaars. De Zweedse regering sprak in 2010 in een evaluatie van een „halvering” van de straatprostitutie. Terwijl dit in diezelfde periode in de buurlanden Noorwegen en Denemarken juist was gegroeid.

De twijfelaars vinden die focus op straatprostitutie misleidend. Door de komst van internet hebben prostituees de straat helemaal niet meer nodig om contact te leggen. In het verborgene zouden vraag en aanbod even groot zijn gebleven.

De regering weegt ook al deze aspecten in de evaluatie en zegt dat er een „werkelijke afname van de prostitutie” is. Zij schrijft dat toe aan de „afschrikwekkende werking” van het verbod.

Ook de veiligheid van de sekswerkers is inzet van discussie. De Zweedse autoriteiten zeggen dat legale prostituees vandaag makkelijker naar de politie stappen om wangedrag te melden. Maar omdat klanten kwetsbaarder zijn, zouden ze zich fatsoenlijker gedragen. Tegenstanders zeggen dat klanten vandaag hogere eisen stellen, onder meer door seks op minder veilige plaatsen te eisen.

Prostituees die zeggen dat ze geheel vrijwillig werken, zeggen dat het nieuwe beleid hen met een stigma opzadelt. Ze bleven ”hoer” en emancipeerden nooit tot ”sekswerker”. „Het was heel vernederend”, zei een Zweedse prostituee op een congres in Nederland, „we mochten niet meer voor onze broodwinning kiezen.” Ze hadden last van het slachtofferschap, waarin de wet hen duwde.

Ekberg respecteert deze kritiek. „Ook als de overheid sociale maatregelen neemt, zijn er mensen die zeggen dat ze zich prima voelen in de armoede. In werkelijkheid zijn er maar weinig prostituees die niet lijden onder hun situatie.”

Meer filosofisch is de kritiek op de staats- en maatschappijvisie achter de wetgeving: de progressieve overheid in Zweden zou alleen maar bezig zijn burgers tot gewenst gedrag te brengen om zo een „natie van gelukkige mensen” te worden. Zweden is geen land van individuele zelfontplooiing, maar een sociaaldemocratische gemeenschap, waarin de staat de rol van het persoonlijk geweten overneemt.

Ekberg: „Waar is die individuele vrijheid in het liberale Nederland? Wordt die niet bepaald door gebrek aan geld en macht? Vrijheid is belangrijk, maar het algemeen belang van een wereld zonder geweld telt voor ons zwaarder.”

----Frankrijk

Het Franse parlement stemde in april voor het bestraffen van de klant van de prostituee. Het wetsvoorstel had vooral steun in de socialistische fractie. De opsteller van de wet, het socialistische parlementslid Maud Olivier, motiveerde haar voorstel door te zeggen: „Prostitutie is de enige vorm van geweld die in de wet nog niet zo is omschreven.” De boete voor kopen van seks is 1500 euro, maar loopt op bij herhaling.

Noord-Ierland

Noord-Ierland gooide in 2015 het roer om en stelde het gebruik van prostituees strafbaar. De Britse provincie kent tegenwoordig meer ruimte voor zelfbestuur en kan daarom een eigen beleid voeren. Voorheen kende Noord-Ierland dezelfde wetten als Engeland, Wales en Schotland, die neerkomen op een gedoogbeleid.

In het Schotse parlement zijn ook pogingen gedaan het Zweedse model in te voeren, maar dat is mislukt.

In Londen schreef de parlementaire werkgroep voor prostitutie in 2014 dat de Britse wet „faalt in het beschermen van de meest kwetsbaren.” De regelgeving treft juist de slachtoffers van prostitutie. Ondanks veel maatregelen is de overheid er niet in geslaagd de vraag naar prostitutie terug te dringen. Zodoende is het Verenigd Koninkrijk een „lucratieve bestemming voor mensenhandel” gebleven.

De werkgroep vraagt de wetgever beleid te bedenken dat de „vraag naar prostitutie” beperkt.

Canada

Canada voerde eind 2014 het Zweedse model in. De regering wilde hiermee erkenning geven aan een „paradigmashift” rond prostitutie. Voorheen werd het gezien als overlast, nu als uitbuiting van vrouwen en meisjes. De stelselwijziging in Canada volgde op een vonnis van het hooggerechtshof.

Duitsland

Duitsland volgde Nederland in 2002 in de liberalisering van de prostitutie. De huidige regering is bezig het beleid op enkele punten aan te scherpen. Het parlement bespreekt momenteel onder meer een wijziging die het bezoek van gedwóngen prostituees strafbaar stelt. De kern van de wet is dat klanten er zich van dienen te vergewissen dat de dame haar werk vrijwillig doet. De regering koos bewust niet voor het Zweedse model, omdat dit volgens minister Maas (Justitie) de prostitutie alleen maar ondergronds jaagt.

Nederland

Zestien jaar na de afschaffing van het bordeelverbod behandelt het parlement in Nederland een initiatiefwet van ChristenUnie, SP en PvdA. CU-Kamerlid Segers hoopte aanvankelijk een grote sprong richting het Zweedse model te zetten, maar om een meerderheid te krijgen bleef hier maar een klein stapje van over. Het stelt nu klanten aansprakelijk die een „ernstig vermoeden” hebben dat de prostituee slachtoffer is van mensenhandel. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel steunt het voorstel. Maar Proud, de belangvereniging van sekswerkers in Nederland, wijst het af.

Israël

De Israëlische regering overweegt een wetsvoorstel in te dienen dat het betalen voor seksuele diensten strafbaar stelt. Deze week schreven media dat het Israëlische kabinet het intern eens is geworden. Hoerenlopers boven de 18 jaar zouden 750 sjekel boete moeten gaan betalen (180 euro). Jongeren vallen buiten de wet. Tot nu toe is Israël vrij liberaal rond prostitutie, hoewel georganiseerde bordelen verboden zijn. Vooral immigranten van Russische afkomst zouden actief zijn in deze branche.