Zo ziet het leven in lijdend Jemen eruit

14

In Jemen zijn 24 miljoen van de 27 miljoen inwoners afhankelijk van hulp van buitenaf. Het armste Arabische land is het toneel van de grootste cholera-epidemie van de moderne tijd, van honger en van oorlog. Kijk mee in de hoofdstad Sanaa door de ogen van Ayman.

26 maart 2015

Ik ging vroeg naar bed. Ik was moe en viel al snel in slaap. Maar midden in de nacht werd ik wakker van een hoop herrie. Ik zag op mijn telefoon dat het 2.25 uur in de ochtend was. Bam, klonk het, bam, bam. Ik realiseerde me dat het geluid van bommen was. Ook hoorde ik straaljagers.

Jemen

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Ik begreep niet direct wat er aan de hand was. De elektriciteit was uitgevallen. Ik wist niets beters te doen dan weer te gaan slapen, maar dat lukte niet. Het was een nachtmerrie, maar dan echt. Na een halfuur belde een vriend. „Ayman, vandaag is de interventie van de Saudi’s en de Emirati’s begonnen. Ze noemen het operatie Beslissende Storm.” Ik herinner me hoe gefrustreerd en hopeloos ik me voelde. Waarom? Waarom? Ik bleef dat woord maar in mezelf herhalen.

Rond 4.00 uur in de ochtend stopte het bombardement. Ik ben weer naar bed gegaan en sliep tot een uur of negen. Toen ik buiten kwam, zag ik dat alle benzinestations dicht waren. Ook de winkels en zelfs de bakkerijen waren gesloten. Het was alsof er geen leven was in de stad.

Op mijn telefoon las ik nieuwsberichten. Sommige Saudische media waren trots op de operatie, begreep ik. En dat terwijl ze hadden aangekondigd om het Jemenitische volk te helpen. Is dit helpen?

Toen ik de volgende dag naar de wijken ging die gebombardeerd waren, vond ik een dode stad. Er reden zelfs geen auto’s door de straten. In de verte hoorde ik opnieuw het geluid van bommen-werpers. Voor mij was het duidelijk. We waren onder beleg.

2018-11-02-KRK9-brandbrief-3-FC_webBrandbrief om hongersnood Jemen

24 april 2015

De allergrootste aanval had op 24 april plaats. Dat was een bombardement op de wijk Faj Attan, vlak bij mijn huis. Ik ging direct na de aanval naar de wijk toe om een vriend van me te helpen.

Hoe moet ik de situatie beschrijven? Wat ik zag was gruwelijk. Ik zag gewonde mensen, ik zag bloed, ik zag stof, ik hoorde geschreeuw. Ik hielp samen met andere jongeren om mensen te bevrijden vanonder het puin. Daarna ben ik naar een van de ziekenhuizen gegaan om bloed te geven. Ik voelde me wanhopig. Ik wilde alles wel doen om die wanhoop te ontlopen, maar wat kon ik doen? Ik stuurde een mail naar de Amerikaanse ambassade omdat ik familie heb in de Verenigde Staten, maar de ambassade wilde niets voor me doen. De enige landen waar ik als Jemeniet nog heen kon, waren Egypte en Jordanië.

10 januari 2016

Op 10 januari vloog ik naar Caïro, na meer dan twee maanden op een visum te hebben gewacht. Maar we moesten verplicht een tussenlanding maken in Saudi-Arabië. Drie Saudische officieren kwamen het vliegtuig binnen en namen onze paspoorten in. Na meer dan twee uur mochten we verder.

Van het moment dat we eenmaal in Caïro waren geland, herinner ik me vooral de frisse lucht. Ik kon slapen zonder de geluiden van bombardementen in de verte of dichtbij. Zonder bang te hoeven zijn dat de volgende bom misschien op mijn huis terecht zou komen.

Na een maand moest ik terug naar Sanaa. Exact een dag na mijn aankomst viel er een bom op vijftig meter van mijn huis. Volgens de Saudische overheid waren daar Houthi-leiders in een bijeenkomst. Mijn auto raakte zwaar beschadigd en alle ramen van mijn huis waren kapot als gevolg van de luchtdruk bij de ontploffing.

8 oktober 2016

De vroege ochtend van 8 oktober beloofde een mooie en zonnige dag. Het weer was niet te warm. Ik begon de dag met een rondje hard-lopen, een kilometer of vier. Daarna ging ik boodschappen doen: melk, brood, eieren, wat fruit.

Ik herinner me nog hoe ik naar de prijzen staarde. Opnieuw waren ze omhoog gegaan, en niet weinig. Een liter verse melk kostte nu 400 Jemenitische rial. Twee weken eerder was dat nog 300 rial en voor de oorlog was het niet meer dan 200 rial – zeg maar één Amerikaanse dollar (88 eurocent, red.). En dit was alleen nog maar de melk. Alles was duurder geworden, en de prijzen bleven maar stijgen. Dit kon niet goed blijven gaan.

Na mijn ontbijt bezocht ik mijn vriend Zakaria, een architect voor wie ik regelmatig websites en programma’s heb ontworpen. Hij woont vlakbij. We werkten de hele dag aan een project tot we rond 15.30 weer het bekende geluid van de bommenwerpers hoorden. Boem, boem, boem, klonk het weer.

Ik kreeg telefoontjes dat de Saudische vliegtuigen de grootste hal van Sanaa onder vuur aan het nemen waren. Die hal was op dat moment afgehuurd door de vorige minister van Binnenlandse Zaken, Jalal al-Rowaishan. Diens vader was overleden en in de hal was een rouwbijeenkomst.

We gingen die kant op en een paar minuten later zag ik opnieuw raketten neerkomen op dezelfde plaats. Ik was in shock. Mensen schreeuwden. Ik zag allerlei soorten verwondingen. Er lagen verbrande lichamen op de grond. Dit was het meest gruwelijke dat ik in heel mijn leven heb gezien. Ik huilde maar voelde ook machteloze woede.

Ik kreeg berichtjes dat de burgemeester van Sanaa, Abdul Qader Hilal, binnen was. Hij deed een hoop voor de jongeren in de stad; ik had hem verschillende keren ontmoet. En ook hoorde ik dat de vader van één van mijn beste vrienden, Sadiq al-Dhafif, bij de rouwplechtigheid was. Ik belde Sadiq. Hij nam niet op. Steeds opnieuw probeerde ik het. Uiteindelijk hoorde ik zijn stem. Hij was in het ziekenhuis, met zijn vader. Onmiddellijk ben ik naar het ziekenhuis gegaan. Maar toen ik bij de ingang was, belde Sadiq me. „Mijn vader is overleden”, zei hij. „We zullen hem in de ochtend in het geheim begraven. We willen niet opnieuw raketten tijdens een begrafenis.” Ik kon niet anders dan huilen. Dit was zonder twijfel de ergste dag van 2016.

10 maart 2017

Ik kwam ’s avonds laat thuis. De oorlog leek ver weg die dag. Ik nam een douche en op bed nam ik de berichten op WhatsApp van die dag door. Er waren een hoop berichtjes in een groepsapp van mijn vroegere school. Ik schrok. Het eerste wat ik zag, waren foto’s van Mohammed, één van mijn beste vrienden. Hij was overleden. Ik kon het niet bevatten. Het voelde alsof alle kracht uit me vloeide; ik was gewoon niet in staat om iets te doen. Pas na tien minuten kon ik een bericht intikken. „Waar gebeurde dit? En hoe? Hoe???”

Eén van mijn vrienden vertelde me dat drie overvallers die middag zijn huis waren binnengedrongen en hem daarbij hadden gedood. Ik was er kapot van. Ik huilde en huilde. Wat is dit voor leven, met elke dag weer nieuwe doodsberichten? Pas uren later viel ik in slaap.

De volgende ochtend ging ik naar het huis van Mohammed. Ik sprak zijn broer die me meer details verstrekte. Mohammed had een speciale Jemenitische dolk gedragen die we hier janbiya noemen. Ze zijn vaak heel prijzig. Die van Mohammed kostte 3000 dollar. De overvallers hadden het op die janbiya voorzien.

Drie dagen later zagen we de beelden terug van een bewakingscamera bij het huis. De drie overvallers kwamen op een motor. Maar wie het waren, is nooit duidelijk geworden.

De dood van Mohammed maakte me depressief. Steeds dacht ik terug aan de vele momenten die we samen hadden beleefd. Om hem te vergeten, begon ik video’s te bekijken op YouTube. Maar ik stuitte op een muziekvideo over een geliefde die is overleden en dat maakte het nog erger. Ik bleef maar huilen. Zelfs nu ik dit schrijf, veel later, moet ik huilen om Mohammed. Hij komt nooit meer terug.

Ik sliep slecht en toen het na een paar weken wat beter ging, kreeg ik een bericht van een vriend die nu in Duitsland is. Zijn oom was overleden. Hetzelfde verhaal: drie overvallers op een motor die hem doodden en zijn dolk meenamen. Het is schering en inslag. Nooit eerder is Jemen zo onveilig geweest. Ik zat gevoelsmatig op de bodem. Ik was ervan overtuigd dat ik het volgende slachtoffer zou zijn.

23 september 2017

Weg. Weg uit Jemen. Als tiener had ik al de droom om naar Canada te gaan, waar een broer woont. Maar met hem heb ik al jaren geen contact. Ik bereidde al de documenten voor die nodig waren voor een asielaanvraag. Op 23 september diende ik mijn aanvraag online in. Ik kreeg een reactie dat ik naar de dichtstbijzijnde ambassade moest gaan voor vingerafdrukken. Maar in Sanaa zijn alle ambassades dicht.

Toevallig zag ik op internet dat de Omaanse regering op dat moment een aanbod had voor gratis tijdelijke visa voor Jemenieten. Een week later, op 30 september, zat ik in de bus naar Oman. Vanaf Sanaa is dat meer dan 2500 kilometer, met elke 20, 25 kilometer een checkpoint. Voor de oorlog duurde de reis naar de grens met Oman zo’n twaalf uur. Nu deden we er meer dan twee dagen over. Bovendien is de weg gevaarlijk en onverlicht.

Ik was totaal uitgeput toen we bij de grens kwamen. Een dag later kreeg ik mijn visum. Oman is ons buurland, maar wat een enorm verschil met Jemen! Hier werkt alles goed en de mensen waren vriendelijk.

In de hoofdstad Muscat bezocht ik het centrum waar ik vingerafdrukken voor Canada moest laten maken. Ik was opgetogen, maar dat duurde niet lang. Na drie dagen kreeg ik bericht dat mijn asielaanvraag was afgewezen.

Dat had ik geen moment verwacht. Het voelde alsof de hele wereld tegen me was. Mijn depressie uit de tijd van de dood van Mohammed kwam weer terug. Wat heb ik en wat hebben mijn landgenoten gedaan dat we niet kunnen ontsnappen uit deze spiraal van ellende?

28 november 2017

Eenmaal terug in Sanaa braken er plotseling zware gevechten uit tussen de Houthi’s en de vorige president Ali Abdullah Saleh. De zoon van Ali Saleh woonde vlak bij mijn huis en daar waren voortdurend gevechten. Het gewone leven kwam volledig tot stilstand. Ik hoorde zelfs geen vogels meer fluiten in die dagen. Het enige wat ik hoorde was het geluid van kogels, dagenlang. Iedereen was bang, ik ook. Mijn moeder belde vanuit de Verenigde Staten, ook zij was bang. Maar wat konden we doen? Ik sliep soms voor een uur of twee, dan werd ik weer wakker van de gevechten. Ik bleef zo ver mogelijk van de ramen vandaan.

Eén keer tijdens die angstige dagen ben ik naar buiten gegaan. Ik hoorde van een buurman dat een vriend gewond was geraakt. Met die buurman ben ik naar het ziekenhuis gegaan om te zien wat we konden doen. Dat was één van de gevaarlijkste dingen die ik ooit heb gedaan. Aan twee kanten werd er gevochten. Het was een wonder dat we veilig aankwamen bij het ziekenhuis. De verwondingen van de vriend bleken mee te vallen. Toen moesten we weer terug. Ook dat overleefden we.

Op 4 december stopten de gevechten plotseling. Er was een rust die ik in geen dagen had gehoord. Op sociale media zag ik al gauw de reden: er werden video’s gedeeld van Ali Saleh die door de Houthi’s werd rondgedragen. Hij was dood.

2 maart 2018

Weer zo’n dag dat de oorlog ver weg leek. Het was vrijdag. Om 12.00 uur ging ik naar de moskee om de vrijdaggebeden te bidden. Onderweg zag ik een motor met twee mannen erop. Ze keken naar me, maar ik dacht daar verder niets bij.

Eenmaal in de moskee bad ik en luisterde ik naar de vrijdagpreek. Na afloop ontmoette ik een aantal vrienden en buren. „Jumma mubarak”, zeiden we tegen elkaar. „Gezegende vrijdag.” Dat zeggen we altijd op vrijdag.

Anderhalf uur later kwam ik weer thuis. Onmiddellijk zag ik dat er iets mis was. Twee ramen waren gebroken, twee deuren waren kapot. Overal lagen spullen op de vloer. Ik wist niet wat ik moest doen. Na een kwartier haalde ik diep adem en bekeek ik wat er eigenlijk gestolen was. Mijn laptop, mijn externe harde schijf, twee Jemenitische dolken, geld, juwelen en horloges. Zo ongeveer alles wat achtergebleven was, was gebroken. Maar het ergste was mijn laptop en mijn externe harde schijf. Die waren niet alleen duur; al mijn werk als programmeur stond op die apparaten. Een backup had ik niet – en dat was stom van me. Ik voelde me wanhopig. Dit was werk van jaren!

De volgende dag ging ik naar de politie, maar de agenten wilden eerst geld voordat ze überhaupt langs zouden komen. Ik besloot zelf aan de slag te gaan. In de straat zit een hotel en daar hebben ze een bewakingscamera. Op de beelden zag ik verschillende verdachte figuren, wel veertien. Uiteindelijk, na vier maanden, arresteerde de politie één van hen. Maar hij ontkende. Mijn spullen zijn nooit teruggekomen.

15 juni 2019

De honger! Ik zie ze lijden, de mensen. Elke dag weer. Steeds denk ik dat het niet erger kan, maar dan gaan de prijzen voor levensmiddelen wéér verder omhoog. Ik bezocht een vriend; hij woonde vlakbij mijn huis maar hij en zijn familie zijn verhuisd. Ze kunnen de huur niet meer betalen. En dan woon ik nog in een relatief welvarende buurt. Ik heb de inkomsten uit de huur van mijn huis, en ik krijg soms geld van familie in het buitenland. Dat geldt lang niet voor iedereen.

Kort voor de ramadan ging ik naar een arme wijk hier in Sanaa, om sommige mensen die ik ken een beetje te helpen. Die wijk is maar 4 kilometer verder, maar wat ik zag schokte me. Ik bezocht een gezin dat met acht personen in één kleine kamer woont. De armoede was overal om me heen.

Erger dan dat nog zijn de ziektes. Drie van de acht gezinsleden hadden cholera – net als duizenden en duizenden anderen. Vóór de oorlog hoorde je nooit over cholera.

Het ergst getroffen worden de mensen die uit andere steden komen; steden die nu in de frontlinie liggen. Zij komen op hoop van zegen naar Sanaa, maar daar is de situatie nauwelijks beter. Sommige mensen slapen op straat – zelfs vrouwen doen dat, wat in onze cultuur heel ongepast is. Sommigen worden seksueel uitgebuit.

Ik voel me depressief. Ik vraag maar één ding: stop de oorlog, stop de oorlog, stop de oorlog. Verder kan ik alleen maar vertrouwen op Allah. Hopen dat morgen misschien beter zal zijn.

Verantwoording

Deze dagboekfragmenten zijn tot stand gekomen gedurende maandenlange contacten via sociale media met programmeur Ayman al-Kotof in het moeilijk toegankelijke Sanaa. Hij heeft ook de kleine foto’s bij de dagboeknotities gemaakt. Ayman is onderdeel van de Jemenitische middenklasse en schetst wat hij om zich heen ziet. Het doel van deze publicatie is niet om een kant te kiezen in de oorlog die Jemen teistert, maar om een beeld geven van het dagelijks leven in de Jemenitische hoofdstad.

Paspoort

Naam: Ayman Abdulkarim Ali al-Kotof

Woonplaats: Sanaa

Religie: moslim (Houthi)

Leeftijd: 31 jaar

Burgerlijke staat: single

Wie ben ik?

„Mijn naam is Ayman al-Kotof. Ik ben ongetrouwd en woon in Sanaa, de hoofdstad van Jemen. Mijn ouders zijn sinds 1992 gescheiden. Ik was toen 4 jaar oud. Sinds 1995 heb ik hem niet meer gezien. Eén broer is in Canada, maar met hem is het contact verbroken. Mijn moeder en zus wonen in de Verenigde Staten. Een jongere broer woont in Libanon. Ik heb hen niet meer gezien sinds 2010. Mijn asielaanvraag voor de Verenigde Staten werd afgewezen.

Ik woon alleen in het huis van onze familie. Ik gebruik zelf één verdieping, de andere verhuur ik voor inkomsten. Ook verdien ik geld als programmeur. Ik maak onder meer advertenties die bedrijven online kunnen gebruiken. Met de politiek heb ik niets te maken. Liever concentreer ik me op mijn werk. Ooit hoop ik een training te kunnen doen in Silicon Valley, in Amerika. En daarna? Dan wil ik een eigen app lanceren, iets als WhatsApp of Telegram.”

Tijdlijn

25 maart 2015: Coalitie onder aanvoering van Saudi-Arabië valt doelen aan in Sanaa. Bedoeling is de opmars van de sjiitische Houthi-groepering te stoppen.

24 april 2015: De woonwijk Faj Attan in Sanaa wordt gebombardeerd. Tientallen burgers komen om. Eerder vielen in de wijk ook al burgerdoden.

8 oktober 2016: Zeker 140 mensen komen om als de Saudische luchtmacht een rouwbijeenkomst in Sanaa bombardeert. Onder hen is de burgemeester van de stad.

15 juni 2017: Meer dan een miljoen mensen worden ziek door een uitbraak van cholera. Enkele duizenden mensen, vooral kinderen, komen om. De ziekte heerst nog altijd in Jemen.

4 december 2017: Ex-president Ali Saleh wordt gedood door de Houthi-opstandelingen tijdens hevige gevechten in Sanaa.

15 oktober 2018: De VN waarschuwen dat Jemen afstevent op „de ergste hongersnood in de wereld in een eeuw tijd.” Blokkades van vliegvelden en havens voorkomen dat voedsel het land in komt.

15 juni 2019: Saudi-Arabië onderschept vijf drones vanuit Jemen. De Houthi’s in Jemen voeren het aantal aanvallen op Saudi-Arabië via drones op.