Welk belang de Golfstaten hebben bij vrede in Oost-Afrika

”Welkom in vrij Eritrea”: affiche in de hoofdstad Asmara. beeld RD

Het lijkt er nog niet op dat dissidenten en vervolgde christenen in Eritrea beter af zijn nu er sinds de zomer vrede met Ethiopië is. Inzicht in de rol van de Golfstaten in de vrede helpt dat te begrijpen.

In de zomer gebeurde waar velen al lang niet meer mee rekenden: Eritrea en Ethiopië sloten na een jarenlange koude oorlog vrede. Het leidde tot emotionele taferelen van familieleden die elkaar na decennia voor het eerst weer in de armen vielen. Er klonken ook aandoenlijke getuigenissen van mensen die vanuit Ethiopië naar het eerste de beste nummer in Eritrea belden. Lange tijd was zelfs zo’n simpel telefoontje onmogelijk.

De toenadering tussen beide landen gaf de voorzichtige hoop op hervormingen in het vanouds restrictieve Eritrea. In het Oost-Afrikaanse land zitten volgens mensenrechtengroepen duizenden mensen om politieke of religieuze redenen gevangen.

Eritrea liet in juli enkele tientallen gevangenen vrij, maar het algehele beleid lijkt niet te zijn veranderd. In september arresteerden de autoriteiten nog een voormalige minister van Financiën, Abrehe Kidane Berhane, nadat hij in geschrift en beeld stevige kritiek op het regime van president Isaias Afewerki had geuit.

Hoe dan ook zag de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties deze maand voldoende reden om na negen jaar de sancties tegen Eritrea op te heffen. Die waren ooit ingesteld omdat Eritrea de Somalische terreurgroep al-Shabaab zou steunen, om zo Ethiopië dwars te zitten. Nu stelt de Veiligheidsraad echter dat het de VN niet gelukt is bewijs te vinden voor deze beschuldiging.

Het is aan te nemen dat Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) stevig hebben gelobbyd om tot opheffing van de sancties tegen Eritrea te komen. Beide landen hebben een grote rol gespeeld in de totstandkoming van de vrede tussen Eritrea en Ethiopië. Inzicht in die rol maakt duidelijk dat de vredesregeling nu niet voortkwam uit een drang tot grotere openheid bij het Eritrese regime en maakt de verwachtingen rond verdere hervormingen reëel.

Er zijn vanouds commerciële banden tussen de Golf en de Oost-Afrikaanse havensteden, maar met de Arabische Lente in 2011 werd het gebied rond de Rode Zee ook van strategisch belang. Saudi-Arabië en de VAE zagen met lede ogen aan hoe de Moslimbroeders, die beide landen als vijanden beschouwen, aan invloed wonnen. Ze gingen dissidente groepen ondersteunen in landen als Libië en Egypte, maar haalden ook de banden aan met landen aan de Rode Zee.

In 2015 volgde de oorlog in Jemen, waar Saudi-Arabië en de VAE bij betrokken raakten, vanuit de angst voor de toenemende invloed van Iran in de regio. In die strijd zocht de door Saudi-Arabië geleide coalitie een uitvalsbasis voor marineschepen en gevechtsvliegtuigen. Dat werd de havenstad Assad, in Eritrea.

Intussen probeerde de VAE ook de banden met Ethiopië aan te halen. Met de komst van de nieuwe Ethiopische premier Abiy Ahmed in 2018 lag de weg open om daar vaart achter te zetten. In één moeite door faciliteerden de VAE en Saudi-Arabië gesprekken tussen Ethiopië en Eritrea.

Rust en vrede in Oost-Afrika zijn kortom nuttig in het geopolitieke schaakspel van de Golfstaten. Een oorlog in Jemen kan zo katalysator zijn van vrede tussen Eritrea en Ethiopië. Maar de repressieve aard van het Eritrese regime is daarmee nog niet zomaar veranderd.