Wat Rembrandt in Josjkar-Ola doet

Standbeeld van Rembrandt in het centrum van de Russische stad Josjkar-Ola. beeld William Immink
3

De corrupte ex-gouverneur Leonid Markjelov van de Russische deelrepubliek Mari El wist niet wat hij moest met zijn gestolen roebels. Daarom maakte hij van dat geld onder meer de Amsterdamse grachten na. En kreeg Josjkar-Ola een standbeeld van Rembrandt.

Niemand in het Russische stadje Josjkar-Ola, in de deelrepubliek Mari El, lijkt te weten waarom er een standbeeld van Rembrandt staat. Ook Vladimir en zijn vrouw niet. Het gehuwde stel van in de vijftig wandelt zo af en toe langs de rivier, de kleine Koksjaga, die door het centrum meandert. „We hadden het er pas nog met elkaar over, waarom Rembrandt hier staat”, zegt Vladimir grinnikend, terwijl hij zijn schouders ophaalt.

Het standbeeld van Rembrandt werd neergezet op initiatief van oud-gouverneur van Mari-El, Leonid Markjelov. Hij schreef er een gedicht bij: ”Ik hoop dat Amsterdam, aan de oever van de Amstel, een standbeeld voor talent in Mari El krijgt.” De oever, waarop het standbeeld van de Nederlandse kunstenaar staat, is omgedoopt tot de Amsterdamse Oever.

Markjelov liet ook Amsterdamse grachten nabouwen, met ogenschijnlijk eeuwenoude pakhuizen met typische trapdaken. In de Amsterdamse pakhuizen zit nu onder meer het ministerie van Gezondheid. Maar dat is nog niet alles. De inmiddels ontslagen en aangeklaagde Markjelov liet nog veel meer nabouwen: de torens van het Kremlin in Moskou en replica’s van het Duitse Slot Neuschwanstein en de Rozenhoedkaai van Brugge.

Normaal

„We zijn er erg tevreden mee”, zegt Svetlana Simjonovna, receptioniste bij een school die aan de Brugse ‘kaai’ ligt. „Dankzij het centrum komen veel toeristen naar Josjkar-Ola.” Ze legt uit wat er in de gebouwen aan de Brugse oever gebeurt. Er zit een basisschool, een kunstacademie en er zijn woningen voor studenten. Aan de overkant, op de Amsterdamse oever, bevindt zich onder meer een conservatorium.

Svetlana Simjonovna, receptioniste op een school in ‘Klein Brugge’. beeld William Immink

Ze staat op de marmeren veranda bij de ingang van de basisschool over het water te turen naar de gebouwen. „Tot voor kort was hier helemaal niets. Alleen gras, weide en moeras”, zegt ze. Simjonovna ziet echter ook de andere kant aan al dit moois. „Markjelov heeft heel veel geld gestolen. Daardoor is bijvoorbeeld de landbouw in onze regio erg achteruit gegaan. Er werkten vroeger veel mensen in kassen voor groenten. Die zijn allemaal werkeloos geworden.”

De wijken rond het centrum van Josjkar-Ola zijn dan ook allesbehalve fraai. Ze staan vol typische, grijsgrauwe woonblokken, verwaarloosd door jarenlange economische achteruitgang. Zelfs de mooie gebouwen van Markjelov zijn niet zo mooi als ze lijken: verschillende ervan zijn van de achterkant niet om aan te zien. Er ligt hier en daar puin en ramen zijn ingegooid. Kapotte flessen en vuile kledingstukken wijzen op bezoek van zwervers.

Het imitatieproject van Markjelov ligt sinds diens arrestatie in april 2017 zo goed als stil. De activiteiten bleken omgeven van corruptie. Markjelov gebruikte onder meer het bouwbedrijf van een vriend en zijn stiefmoeder om geld weg te sluizen. Toen Poetin hem in april 2017 ontsloeg, had hij 120 gebouwen, 16 auto’s, een winkelcentrum en een sportpark in bezit. Daarnaast beschikte hij over bijna een miljoen euro aan contant geld in verschillende valuta’s.

Markjelov zit nu vast in Nizjni Novgorod. Begin september meldde de openbare aanklager dat de ex-gouverneur meer dan 2,2 miljard roebel (30 miljoen euro) aan de staat moest terugbetalen. „Dat is nog weinig voor Russische begrippen”, grapt Vladimir. „Hij was een prima gouverneur, hij was een goede vent.” Maar lang niet iedereen in Josjkar-Ola is dat met Vladimir eens.

Betonplaten

Van spijtgevoelens had Markjelov zelf overigens geen last. „Iedere persoon heeft talenten en die moeten aan het licht komen”, zei hij. „Dat heb ik gedaan. Met behulp van middelen van het bestuur is het me gelukt om ons stadscentrum net zo mooi te doen lijken als een Europese stad, en absoluut modern.”

Klaar voor toeristen is Josjkar-Ola echter allerminst. Er zijn geen bankjes, geen cafeetjes om te ”chillen”, zoals in Europese steden. De enige plek waar koffie wordt geschonken, heeft niet eens een naam op de voorgevel.

De torens, koepels en pakhuizen zijn bovendien met de meest goedkope materialen gebouwd. Hier en daar ligt een afgebrokkelde baksteen. En het groene water in de rivier staat tien meter lager dan men zou verwachten, met als gevolg dat de oever bestaat uit groengekleurde betonplaten in plaats van de ijzeren met ornamenten versierde hekken. De onderste trede van de betonnen trap komt niet eens tot het water.

Piano

Het echte leven van Russen vindt vooral plaats buiten het gloednieuwe centrum. Tussen de bomen op de Tsjavaina boulevard staan wel bankjes. Tussen de oude Sovjetgebouwen, zitten wel mensen.

In het centrum komen de meeste inwoners nauwelijks. Aleksej Korzjavin, een jonge Rus, vertelt dat hij na zijn werk nog wel eens langs de nagebouwde Kremlintoren loopt. Hij komt er nu ook net vandaan. Daar staat een piano, waarop hij van tijd tot tijd graag een deuntje speelt. Dat is volgens hem echter ook de enige reden dat hij in het centrum komt.

Aleksej Korzjavin voor de nagebouwde Kremlintorens. beeld William Immink

„Ik wandel er verder eigenlijk nooit”, zegt Korzjavin. „Enkel voor de piano. Nu kwamen er wat meiden op me af, die mee begonnen te zingen. Dat is erg leuk.” Korzjavin studeerde muziek aan het conservatorium en werkte een tijdlang in een orthodoxe kerk als dirigent.

Wat hij vindt van de erfenis van Markjelov? „Goed en slecht, zou ik zeggen. Hij heeft dit alles gebouwd. Maar ook een hoop gestolen. Er is hier nauwelijks werk, mensen trekken hier weg. Onze stad ligt in één van de krimpregio’s in Rusland.”