Wachten op de aanval op Iran

Nucleaire dreiging
De Iraanse president Ahmadinejad. Foto EPA EPA

Zo langzamerhand lijkt het niet langer de vraag óf, maar wannéér Israël de Iraanse atoominstallaties zal aanvallen. Dat is althans de strekking van een recent rapport van Instituut Clingendael. Opsteller dr. Alfred Pijpers: „De kans van ingrijpen wordt steeds groter.”

Het rapport ”Een Israëlische aanval op de Iraanse atoominstallaties – fictie of werkelijkheid?” laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. De spanningen rond het omstreden Iraanse atoomprogramma lopen gestaag op, en de tijd begint voor Israël dan ook te dringen om militair in te grijpen. „Anno 2010 stapelen zich voor Jeruzalem de argumenten op om eerder vroeg dan laat over te gaan tot een aanval.”

De noodzaak voor militair optreden tegen de Islamitische Republiek heeft alles te maken met de existentiële bedreiging die Israël in het atoomprogramma van Teheran ziet. Sinds de Iraanse Revolutie van 1979 hebben radicale Iraanse leiders er geen onduidelijkheid over laten bestaan dat zij de Joodse staat liever vandaag dan morgen van de aardbodem zien verdwijnen. Vooral de huidige Iraanse president Ahmadinejad heeft herhaaldelijk verklaard dat de „zionistische entiteit” van de kaart moet worden geveegd.

De internationale gemeenschap probeert al enkele jaren de nucleaire ambities van Iran in te dammen. Vorige week nog kondigde de VN-Veiligheidsraad nieuwe strafmaatregelen tegen Teheran af. Die moeten voorkomen dat de Islamitische Republiek de beschikking over kernwapens krijgt.

Pessimistische conclusie

Het Clingendaelrapport plaatst vraagtekens bij de effectiviteit van de strafmaatregelen. „Diplomatieke druk en sancties hebben tot nu toe niet het vereiste effect gesorteerd, en zullen dat hoogstwaarschijnlijk in de komende tijd ook niet doen”, is de pessimistische conclusie. Sancties kunnen gemakkelijk worden omzeild en bovendien is de handel in technische onderdelen moeilijk te controleren, aldus het rapport.

Van Amerikaanse zijde valt vooralsnog ook geen militaire actie tegen Iran te verwachten. „Officieel sluit de regering-Obama geen enkele optie uit, maar er is praktisch niemand in Washington die gelooft dat de VS ook daadwerkelijk zullen ingrijpen. De Amerikaanse strijdkrachten zijn compleet overbelast, en hebben nog steeds de handen vol in Irak en Afghanistan, en in toenemende mate ook in Pakistan.”

En dus komt de militaire optie voor Israël steeds dichterbij, concludeert dr. Alfred Pijpers, opsteller van het Clingendaelrapport.

Tussen de regels door lijkt uw conclusie dat een Israëlische aanval op Iran nog slechts een kwestie van tijd is.

„Als Iran zijn koers van de afgelopen jaren blijft handhaven, wordt de kans groter dat Israël militair zal ingrijpen.”

Welke koers is dat precies?

„Onderdelen van het Iraanse kernprogramma zijn volgens de Veiligheidsraad verboden. Iran mag volgens het Non-proliferatieverdrag een beperkte hoeveelheid uranium onder toezicht verrijken, maar het land produceert veel meer dan is toegestaan. Bovendien wordt Teheran ervan verdacht dat het aan militaire toepassingen van nucleaire technologie werkt. Bindende voorschriften dienaangaande worden niet nagekomen. Het atoombureau in Wenen heeft in februari van dit jaar expliciet de vrees uitgesproken dat Iran aan een atoomwapen werkt. Dat perspectief vormt een aanzienlijk risico voor de veiligheid in het Midden-Oosten.”

Wanneer verwacht u een Israëlisch militair ingrijpen?

„Het gevaar voor Israël is niet acuut. Er zal in juni 2010 heus geen Israëlische aanval komen, en ook de komende maanden niet. In welke fase Israël zal ingrijpen, weten we niet. Ik waag me niet aan een concrete voorspelling. Er zijn diverse factoren die een rol spelen. Iran werkt momenteel hard aan het uitbreiden van zijn ballistische rakettenarsenaal. Als daarmee kernkoppen kunnen worden vervoerd, wordt de dreiging voor Israël aanzienlijk groter. Ik schat dat Israël binnen nu en twee jaar actie onderneemt, mits Iran op de huidige weg voortgaat.

De Israëlische publieke opinie is voor twee derde voorstander van een aanval op Iran. De bereidheid om op te treden wordt bovendien gevoed door de vanouds geldende Israëlische veiligheidsdoctrine. Die is niet zozeer op passieve defensie, als wel op preventieve oorlogvoering gebaseerd. Daarbij komt dat de huidige Israëlische leiders een persoonlijke motivatie voor militair ingrijpen hebben.”

Sancties om Iran op andere gedachten te brengen hebben tot nu toe niet het gewenste effect gehad. Zijn internationale strafmaatregelen überhaupt wel een effectief middel?

„In Zuid-Afrika hebben internationale sancties er mede toe geleid dat er een einde aan het apartheidsbewind kwam – een soort laatste duwtje in de rug. Voor het overige moet je constateren dat sancties maar zeer beperkt werken. Als landen echt van mening zijn dat hun vitale nationale belangen in het geding zijn, zullen ze zich weinig van sancties aantrekken. Bovendien zijn strafmaatregelen doorgaans vrij gemakkelijk te ontwijken. In het geval van Iran zou alleen een totale quarantaine van het land soelaas kunnen bieden, inclusief een totale boycot van de olie-export. Maar iedereen weet dat dat geen realistische optie is.”

Iran houdt steeds vol dat het uranium alleen voor vreedzame doeleinden verrijkt. Wat denkt u?

„Het Atoombureau heeft vastgesteld dat er concrete aanwijzingen zijn dat Iran aan militaire toepassingen van nucleaire technologie werkt. Niet voor niets heeft de Veiligheidsraad Teheran opgedragen te stoppen met de verdere ontwikkeling van ballistische raketten, omdat die kernladingen zouden kunnen vervoeren. Ook diverse inlichtingendiensten hebben verklaard dat het sterke vermoeden bestaat dat Iran aan militaire toepassingen werkt. Dan is voor mij één en één wel twee.”

Enerzijds gaat Iran heel berekenend te werk in het bespelen van de internationale gemeenschap. Anderzijds wordt de machthebbers irrationaliteit verweten als het gaat om de triomf die het toebrengen van een slag aan Israël met zich mee zou brengen.

„De onzekere factor is op dit moment vooral Israël. Wanneer zal Israël de Iraanse dreiging niet meer aanvaardbaar vinden en het tot een uitbarsting laten komen? Dat is de grote vraag. De ontlading van deze crisis zal waarschijnlijk door optreden van Israël worden veroorzaakt en niet zozeer door Iraans handelen.”

Welke gevolgen zal zo’n uitbarsting hebben?

„Er wordt door sommigen op een wereldbrand gespeculeerd. Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs. Regionaal kan een Israëlische aanval op Iran wel grote gevolgen hebben. Hezbollah kan de situatie aangrijpen om een nieuw front te openen. Ik denk overigens dat de afschrikking van de Libanonoorlog van 2006 nog groot genoeg is om Hezbollah daarvan te weerhouden. Hetzelfde geldt voor Syrië. Het regime van Assad is uiterst wankel. Als Damascus tot militaire actie tegen Israël besluit, zet het bewind zijn eigen voortbestaan op het spel. Maar je kunt in het Midden-Oosten niets garanderen. Strategische afwegingen worden niet altijd rationeel gemaakt. Los daarvan heeft Israël genoeg militaire capaciteit om zich tegen welke regionale agressie dan ook te verdedigen.”

De VS staan volgens u bepaald niet te popelen om tegen Iran op te treden. Zal Washington wel toestaan dat Israël eenzijdig actie onderneemt?

„Natuurlijk is Israël gebaat bij een goede relatie met de Verenigde Staten. Maar Israëls eigen veiligheid blijft te allen tijde voorop staan. Er zijn in het verleden wel meer situaties geweest waarin Israël zonder het groene licht van Washington heeft geopereerd. Hoe dan ook zit Obama absoluut niet te wachten op weer een nieuw oorlogstheater in het Midden-Oosten.”

U stelt in uw rapport dat Nederland de Iraanse dreiging onderschat. Hoe komt dat?

„Wij houden in Nederland niet van grote strategische dreigingen. Dat blijkt ook in onze buitenlandse politiek. Wereldproblemen zoals terreur en internationale criminaliteit worden nauwelijks benoemd. Wij zijn van nature een pacifistisch volkje met een neutrale, afwachtende traditie. Dat is op zich begrijpelijk. Maar daarmee is de Iraanse dreiging er niet minder om.”