Vrijspraak in eerste proces aanslagen Parijs

beeld AFP

In het eerste proces over de terroristische aanslagen van 13 november 2015 in Parijs, is de belangrijkste beklaagde, Jawad Bendaoud, woensdag vrijgesproken. De rechters achten het niet bewezen dat hij wist dat hij in een appartement in Saint-Denis onderdak bood aan terroristen, die kort tevoren in de nabijgelegen Franse hoofdstad betrokken waren geweest bij de aanslagen.

Hij werd ervan beschuldigd die terroristen te hebben verborgen en had daar zes jaar cel voor kunnen krijgen.

Een in de ogen van aanklagers minder belangrijke medeverdachte, Mohamed Soumah, kreeg vijf jaar cel. Volgens de rechters leidde hij de voortvluchtigen naar Bendaoud en wist hij wel degelijk met wie hij te doen had. Een tweede medeverdachte, Youssef Aït Boulahcen, kreeg vier jaar cel waarvan een jaar voorwaardelijk omdat hij erover heeft gezwegen dat de terroristen onderdak zochten, meldden Franse media.

Bendaoud verleende in november 2015 onderdak aan Abdelhamid Abaaoud en Chakib Akrouh. Volgens de rechtbank is er geen hard bewijs dat hij wist dat het terroristen waren. Abaaoud en Akrouh namen deel aan de aanslagen van 13 november waardoor 130 doden en meer dan vierhonderd gewonden vielen. De Belg Abaaoud zou zelfs de leiding hebben gehad over de aanslagen in Parijs en bij het Stade de France in Saint-Denis.

Bendaoud stond terecht met Soumah en Aït Boulahcen die de aanklagers minder belangrijk vonden. Soumah zou volgens hen de voortvluchtigen in contact hebben gebracht met een jonge vrouw, Hasna Aït Boulahcen, die een schuilplaats regelde. Haar broer Youssef zou dat hebben geweten, maar zweeg erover. Die zus is net als Abaaoud en Akrouh omgekomen bij de politie-inval op 18 november 2015 in de woning van Bendaoud in Saint-Denis.