Virus vraagt om verantwoordelijke wereldleiders

Een luchthaven als Schiphol is een plaats om het coronavirus op te lopen. Nu ogen ze verlaten. beeld ANP

De wereld is een dorp geworden. Dat weten we en daar profiteren van. Een iPad valt zo te bestellen in China. De keerzijde van die nabijheid beleven we nu. Uit China blijkt ongevraagd een gevaarlijk virus te komen. Wie leidt de strijd tegen deze kosmopoliet? Het antwoord daarop is zo gemakkelijk nog niet.

VS: terug in eigen bastion

Als er één land is dat de leiding in de strijd tegen de coronacrisis zou kunnen nemen, dan zijn het de Verenigde Staten. Washington trekt zich echter vooralsnog achter de eigen linies terug.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Amerika steeds het voortouw genomen bij de aanpak van wereldomvattende problemen. Variërend van het Marshallplan om Europa weer op te bouwen, tot de internationale strijd tegen het terrorisme na de aanslagen van 11 september 2001.

In de huidige coronacrisis zijn de VS op het internationale toneel echter de grote afwezige. Afgezien van een paar telefoontjes met andere wereldleiders, lijkt president Donald Trump zich geheel op zijn eigen land te focussen.

Daarin verschilt hij niet direct van andere staatshoofden en regeringsleiders, wiens eerste verantwoordelijkheid het welzijn van de eigen bevolking geldt. Zijn voorgangers hebben in het verleden zelfs kritiek gekregen dat zij zich meer om de wereld dan om de Amerikaanse burger bekommerden.

Dat is niet de lijn van Trump. ”America First” is al sinds zijn aantreden het devies van de president. En Amerika hééft ook genoeg te stellen met de interne aanpak van corona, want de piek van de crisis is nog lang niet in zicht. Daarmee gaat Trump echter voorbij aan de leidende rol die de VS zouden kunnen spelen in een gecoördineerde wereldwijde strijd tegen het virus.

Intussen is het de vraag tot welk niveau de VS nog daadwerkelijk in staat zijn die rol op zich te nemen, meent Nicholas Burns, hoogleraar internationale politiek aan Harvard University in Cambridge, Massachusetts. In het tijdschrift Foreign Affairs schrijft Burns dat Trump de afgelopen jaren de instituties die nu het voortouw bij een wereldwijde respons zouden moeten nemen, dramatisch heeft verzwakt: onder andere het ministerie van Buitenlandse Zaken, het Agentschap voor Internationale Ontwikkeling (USAID) en het Federaal Agentschap voor Crisismanagement (FEMA).

Maar hoewel het Witte Huis sinds december kostbare tijd heeft verloren, is het volgens Burns nog niet te laat voor de VS om alsnog een internationale coalitie te vormen om de wereldwijde verspreiding van Covid-19 tegen te gaan.

De Amerikaanse regering moet op drie topniveaus aan de slag, meent de wetenschapper. Ten eerste: een stuurgroep instellen van leiders van de G20-landen die wekelijks over de gezamenlijke aanpak overlegt. Die zouden ook een tweede ”topgroep” van ministers van Economische Zaken en presidenten van centrale banken moeten aansturen. Washington zou –ten derde– veel nauwer met China moeten samenwerken. In plaats van elkaar te beschuldigen van het fabriceren of verspreiden van het virus, zouden de grootmachten de handen ineen moeten slaan.

China: nu doorpakken

De aantallen zijn bijna astronomisch: twee miljoen, 20.000, 50.000. En dan hebben we het over mondkapjes, beschermende kleding, testkits. Ze werden de afgelopen weken vanuit China naar Italië verscheept als bijdrage aan de bestrijding van de coronacrisis. Ook Nederland en andere EU-landen kregen van China materiaal geleverd. Maar liefst 83 landen staan op China’s adressenlijst. Dát het land die spullen levert, is zo vreemd nog niet, want het meeste wordt er gemaakt, en: er moet gewoon voor worden betaald.

Ook op een andere manier is Peking actief. Zo wisselen Chinese ministers van gedachten met regeringsleiders. Daarbij wordt steevast de aanpak van China als voorbeeld gesteld. Want in die wonderlijke situatie bevindt zich de wereld nu: terwijl alom hevig strijd wordt geleverd tegen het virus, zegt China dat te hebben overwonnen. En toont het zich apetrots vanwege de rigoureuze wijze waarop dat gebeurde: een complete lockdown in besmettingshaarden en een niets en niemand ontziende controle van burgers.

Dat de autoriteiten de eerste twee maanden na de uitbraak het virus verzwegen, en medici de mond snoerden die wel de noodklok luidden? In de kranten waarmee China zijn ladingen medisch materieel verpakt, is hierover niets te lezen. Dat geldt ook voor de feitelijke oorzaak van de uitbraak: misstanden op de vis- en wilde dierenmarkt van Wuhan.

In plaats daarvan proberen de Chinezen de schuld bij de Amerikanen in de schoenen te schuiven. Zij zouden het virus in Wuhan hebben gedeponeerd. President Trump bleef op zijn beurt plagerig spreken over het „Chinese virus.”

Daaruit sijpelt al iets door van de werkelijke motieven achter China’s grootschalige ‘hulp’ aan de wereld. Die sluit aan bij wat president Xi al geruime tijd aan het doen is: zijn land naar een prominente plek manoeuvreren tegenover die van de Verenigde Staten.

”Soft power diplomacy” heet zoiets. Het komt neer op landen met zoete woorden aan jou binden en losmaken van je rivaal. Het voortouw nemen in de mondiale strijd tegen het coronavirus past in deze softe aanpak, zij het dat een sneer richting VS erbij hoort. Dat land zou „enkel chaos” vertonen.

Wie zulke woorden bezigt, lijkt ervan overtuigd dat de VS in de nadagen van hun hegemonie zitten. Niet alleen China denkt dat. In Foreign Affairs formuleerden twee auteurs het vorige maand zo: „Verschuivingen in de wereldorde gaan geleidelijk, maar ze kunnen ook met een schok plaatsvinden.” Als voorbeeld noemen ze de Suezcrisis in 1956, die aangaf dat het Britse rijk ten einde was. „Wordt de corona-pandemie Amerika’s Suez-moment?”, vragen ze zich af. Tussen de regels hoor je ze het denken: Die vraag stellen is hem beantwoorden.

Europese Unie: gericht op interne verdeeldheid

De Europese lidstaten strijden vanaf het eerste begin van de coronacrisis allemaal voor zichzelf. Europese binnengrenzen gaan dicht, landen willen medische materialen niet delen en de maatregelen verschillen per land. Ergens langs de zijlijn roept Brussel om solidariteit en uniformiteit.

Het dagelijkse EU-bestuur lijkt in eerste instantie een roepende in de woestijn, maar langzaamaan begint dat te veranderen. De onenigheden rond medisch materiaal tussen EU-lidstaten worden opgelost. Verschillende EU-landen beginnen elkaar zelfs te hulp te schieten. Tientallen besmette Italianen worden naar Duitsland gebracht om daar medische hulp te ontvangen. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Heiko Maas, geeft er een hartverwarmende verklaring bij: „We steunen onze Italiaanse vrienden. We kunnen dit alleen samen doen.”

Toch blijkt donderdag tijdens een digitale vergadering tussen alle Europese regeringsleiders dat die Duitse steun aan de Italiaanse vrienden ook duidelijke grenzen kent. Het opnemen van patiënten is tot daaraantoe, maar het idee van onder andere Italië om een gemeenschappelijk schuldinstrument op te zetten, wordt radicaal door de Duitse bondkanselier Angela Merkel verworpen.

De meningsverschillen zorgen voor een langer gesprek tussen de EU-leiders dan gepland. Aan de ene kant willen voornamelijk Italië en Spanje –die tot nu toe het zwaarst door het virus zijn getroffen– een schuldinstrument in de vorm van corona-obligaties in leven roepen. Duitsland en Nederland zijn daar echter fel op tegen. Zij zijn er juist voorstander van om het bestaande EU-noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme, te gebruiken om de financiële klap van de coronacrisis te boven te komen.

De regeringsleiders komen er donderdagavond niet uit. De kwestie wordt overgedragen aan de Eurogroep – de EU-ministers van Financiën. Die moeten binnen twee weken met een idee op de proppen komen hoe de Europese Unie de economische druk door het virus het beste kan verlichten. De Spaanse premier Pedro Sanchez wijst op de grote gevaren: „Als we nu geen verenigd, krachtig en effectief antwoord op deze economische crisis voorstellen, zullen niet alleen de gevolgen groter zijn, maar zullen de effecten ook langer aanhouden en zullen we het hele Europese project in gevaar brengen.”

Door de interne verdeeldheid heeft de EU genoeg aan het oplossen van de eigen problemen. Laat staan dat zij nu ook ruimte ziet om de problemen van niet-Europese landen op te lossen. Het is eerder andersom, de EU heeft de afgelopen tijd dankbaar gebruik gemaakt van de hulp die China aanbood.

WHO moet volgen

Officieel is bij verdrag vastgelegd dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de wereldwijde strijd tegen besmettelijke ziekten moet leiden en coördineren. Van beide is in het gevecht tegen het coronavirus echter weinig te merken. De vraag is of de VN-instantie daar wat aan kan doen.

Na de uitbraak van het SARS-virus in 2003, leken landen hun lessen te hebben geleerd. Meer dan ooit werd de noodzaak gevoeld van een krachtig overkoepelend orgaan dat de aanpak van een infectieziekte zou kunnen managen.

De WHO onderwierp de bestaande internationale regelgeving aan een grondige herziening. Onder de nieuwe –bindende– regels zou de VN-organisatie dé centrale instantie zijn om de wereldwijde strijd tegen besmettelijke ziekten te coördineren. Alle 196 lidstaten zouden het agentschap in kennis stellen van uitbraken en informatie uitwisselen om medici te helpen gezamenlijk op te treden.

De coronacrisis heeft laten zien dat staten die internationale regels deels aan hun laars lappen en zich vooral richten op de aanpak in eigen land, zonder rekening te houden met de rest van de wereld, of gezamenlijke afspraken te maken. Tientallen landen bleven de afgelopen tijd in gebreke bij het doorgeven van cijfers over besmettingen en slachtoffers, terwijl dat wel verplicht is. Ook legden regeringen internationale reisbeperkingen op, tegen het dringend advies van de WHO in. Het laat zien dat de WHO niet bij machte is een rol van betekenis te spelen in de wereldwijde coördinatie van de strijd tegen het coronavirus. Dat heeft vooral te maken met het algemene manco van dit soort internationale organisaties om naleving van regelgeving af te dwingen.

Daar komt bij dat de organisatie financieel afhankelijk van donaties van machtige lidstaten als de VS en China, waardoor ze gevoelig zijn voor politieke druk. WHO-chef Tedros uitte meermalen zijn frustratie over gebrek aan samenwerking, maar hij paste ervoor landen aan de schandpaal te nagelen.