Toen het spookte onder de Berlijnse Muur (webspecial)

Val van de muur
De West-Berlijnse ingang van metrostation Nordbahnhof lag in het verlengde van de Berlijnse Muur langs de Bernauer Strasse. Door de reconstructie die de laatste jaren van het grensgebied is gemaakt, is dat weer goed zichtbaar. Beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom
25

De Koude Oorlog woedde ook ondergronds. Om te voorkomen dat DDR-burgers naar het Westen zouden vluchten, deed Oost-Berlijn zestien metrostations op slot. In plaats van vriendelijke klapdeuren verschenen daar gemetselde muren en prikkeldraadvesperringen. Spookstations noemde men ze: Geisterbahnhöfe.

Klik hier voor een interactieve rondleiding door de spookstations. De special is optimaal te bekijken in Chrome.

Kurt en Dieter hadden alles goed voorbereid. Begin oktober 1966 braken ze in in het stationsgebouw aan de Heinrich Heine Strasse. Het station was afgesloten, maar werd wel bewaakt. Dagelijks raasden er nog metro’s door van en naar West-Berlijn.

Dagenlang waren de twee vluchtelingen bezig om alle hindernissen te nemen. Hier stond een gemetselde muur, daar een hek. En vanwege het geluid konden ze niet de hele dag doorwerken, maar moesten ze hun kansen goed kiezen.

Na drie dagen hadden ze het spoor bereikt. Nu zou het makkelijk worden; sluipen langs de baan naar station Moritzplatz in het Westen. Maar dat liep anders. Of het Kurt of Dieter was die het verborgen alarm raakte, is nooit bekend geworden. Feit is dat 25 meter voor de grens ineens grenssoldaten op de baan sprongen. In plaats van de vrijheid te bereiken, draaiden ze enkele jaren de gevangenis in vanwege ”Republikflucht”.

De ‘mollengangen’ van de metro oogden aantrekkelijk als vluchtroute naar West-Berlijn. Voorafgaand aan de bouw van de Muur in 1961 hadden duizenden de stadsbaan al gekozen als wagen naar de vrijheid.

De DDR-autoriteiten hadden vanaf het begin door dat ontevreden burgers via de ondergrondse zouden kunnen vluchten. Udo Dittfurth (historicus en schrijver van het boek ”S-Bahn und Mauerbau”) toont een foto van de beruchte zondag 13 augustus 1961, toen de Muur ineens verscheen. Het beeld toont twee politieagenten achter een groot hek op station Potsdammer Platz. „Vanaf die dag gingen alle stations op slot.”

Maat

Aanvankelijk hadden grenswachten nog de meeste kans om via de onderaardse wegen te vluchten. In 1963 –twee jaar na het oprichten van de Muur– zag een leidinggevende dat een van zijn mensen ontbrak en gaf iemand opdracht zijn maat te zoeken. Die bleef echter ook weg, waarop een derde eropuit werd gestuurd. Toen ook die niet meer terugkwam, drong het tot de leider door dat de DDR drie grenssoldaten minder had.

Na dit soort ervaringen besloot de DDR strenger met grenswachten om te gaan. Grenssoldaten zouden geen bekenden meer van elkaar zijn, zodat ze niet konden samenspannen tegen het regime. Bovendien zaten er in veel ploegen leden van de geheime dienst (de Stasi). Ten slotte zouden grenssoldaten verantwoordelijk worden voor het vluchten van collega’s. Dat betekende dat ze zo nodig op hun maten zouden schieten.

In 1963 wilde een spoormedewerker via Nordbahnhof vluchten, vertelt Udo Dittfurth. „De zaak was verraden. Toen hij een deur opendeed, zag hij in plaats van een handlanger mannen met getrokken geweren. Zo mislukten de meeste vluchtpogingen.”

Een van de Oost-Berlijnse uitgangen van Nordbahnhof. beeld Sjaak Verboom

Sperrmauer

Vandaag de dag ziet Nordbahnhof er alledaags uit. Het is eenvoudig en verzorgd. In de ingang aan de Gartenstrasse zitten drie houten klapdeuren naar de lange rechthoekige gang.

Vlak voor de deur ligt een stalen strip in de vloer: ”Sperrmauer 1961-1989” staat erin. Die aanduiding werd vijf jaar geleden aangebracht, bij de herdenking van twintig jaar val van de Muur. Twee meter verder, achter de deuren, ligt nog zo’n strip, en onder aan de trap opnieuw. Alleen al in dit ingangsportaal stonden drie gemetselde muren.

Nordbahnhof lag op het randje van Oost-Berlijn. Maar de uitgang aan de Gartenstrasse glipte net onder de grens door naar het Westen. Twee meter van de deur liep de grijze Muur, om daarachter een haakse bocht te maken. De entree stond echt in een uithoekje van West-Berlijn.

Nordbahnhof was daarom een dubbel gevaarlijke plek. Zelfs zonder dat de metro hier stopte kon dit station een sluis naar het Westen zijn. Mensen zouden gewoon de ingang in Oost-Berlijn nemen en ondergronds naar het westen wandelen.

De leiding van de DDR wist dus wat haar te doen stond: hermetisch afsluiten. Wie door Nordbahnhof wilde, moest zich heen breken door in totaal door zes gemetselde muren en een versperring van prikkeldraad.

Bakstenen en prikkeldraad waren echter niet genoeg. Langs de baan bracht de DDR alarminstallaties aan. De ondergrondse muur van Berlijn werd even ondoordringbaar als de bovengrondse.

Metrostations zonder bovengronds gebouw verdwenen gaandeweg volkomen uit het straatbeeld. Bernauer Strasse bijvoorbeeld kent alleen maar een trap met een bord. In de DDR-tijd zou geen enkele voorbijganger raden dat er een fraai station onder zijn voeten lag.

Ook nooduitgangen her en der langs de rails werden afgesloten. Enkele werden omgevormd tot bewaakte toegang.

En de metro? Die bleef rijden. Inzittenden voelden wel dat de trein bij de oude stations iets afremde, maar zagen verder alleen een donker perron met af en toe een glimp van een Oost-Duitse schildwacht.

Omroepberichten

Het domweg afsluiten van een station was nog het eenvoudigst voor de DDR. Op sommige spookstations lag de zaak echter wat ingewikkelder. Enkele haltes werden namelijk gebruikt door metro’s uit beide stadsdelen.

Alexanderplatz was bijvoorbeeld altijd al een belangrijk knooppunt, waar reizigers in alle richtingen konden overstappen. De oplossing hiervoor was rigoureus: het perron waar de West-Berlijnse metro langskwam, werd aan beide kanten met een muur afgesloten. Zodoende waren de treinen niet meer zichtbaar. Hoorbaar waren ze nog wel, wat de zaak iets spookachtigs gaf.

Alexanderplatz functioneerde in de DDR-tijd als stadscentrum voor Oost-Berlijn. beeld Sjaak Verboom

Helemaal ingewikkeld was de situatie op station Friedrichstrasse. Dat was niet alleen knooppunt van Oost-Berlijnse lijnen, maar ook van twee West-Berlijnse.

Zolang de ”wessies” binnen afgeschermde ruimtes bleven, mochten ze op Friedrichstrasse blijven overstappen. Ook konden ze hier instappen in sneltreinen die Berlijn verlieten richting West-Duitsland. Alles onder toezicht van gewapende DDR-politie.

De perrons waren volkomen van elkaar gescheiden. De muren ertussen werden steeds hoger en raakten uiteindelijk het dak. „Tot het laatst toe hoorden de mensen de omroepberichten voor elkaar”, vertelt Udo Dittfurth. Dat was heel vreemd, want tegelijk waren de inwoners uit beide stadsdelen onbereikbaar ver weg van elkaar.

Op Friedrichstrasse was ook nog een grenskantoor om mensen binnen te laten in Oost-Berlijn. Al die stromen van mensen hebben menige douanier hoofdpijn bezorgd.

Uitstulping

Als de grens tussen Oost- en West-Berlijn kaarsrecht was geweest, had geen enkel station afgesloten hoeven worden. Maar de Muur maakte een bocht naar het westen om het oude stadscentrum bij Oost-Berlijn te trekken. Straten zoals Unter den Linden –met de Brandenburger Tor– behoorden bij Oost-Duitsland.

Zodoende vertoonde de grens een uitstulping (zie kaartje). De ondergrondse noord-zuidverbinding was echter niet te verplaatsen en bleef daarom onder de Oost-Berlijnse bocht door rijden.

Kaartje met spookstations in Oost-Berlijn 1961-1989. Beeld Stiftung Berliner Mauer

Het stilleggen van de metro is wel overwogen, maar nooit uitgevoerd. Dan zou er geen rechtstreekse noord-zuidverbinding in de stad meer zijn. Ook politiek zou dit een vernedering zijn geweest. De DDR was namelijk niet de baas in West-Berlijn.

Ook Oost-Duitsland had zich veel moeite kunnen besparen door de spoorweg gewoon te blokkeren. Udo Dittfurth weet waarom het dit nooit heeft gedaan. „De DDR kreeg er goed geld voor om deze baan te laten gebruiken. In 1984 ging het zelfs om 8 miljoen D-mark. Voor een land dat altijd op zoek was naar buitenlands geld was dit belangrijk.”

Een rit onder Oost-Berlijn hoefde niet langer dan tien minuten te duren. Normaal was er geen gevaar bij, zegt Dittfurth. In de 28 jaar tussen 1961 en 1989 zijn er slechts weinig pechgevallen bekend. Grote ongelukken –zoals met brand– hebben zich helemaal niet voorgedaan.

Pech onder Oost-Berlijn was wel lastig. De inzittenden moesten eerst wachten tot de grenspolitie verscheen. Die besliste wat er moest gebeuren: wandelen naar een volgend spookstation en per telefoon regelen dat de volgende trein voor deze ene keer wel zou stoppen. Of uit de tunnel klimmen en bovengronds in een bus stappen die iedereen zou terugbrengen naar West-Berlijn.

Dittfurth: „Het is bekend dat de mensen dit uiterst vervelend vonden. Ze moesten gehoorzamen aan geüniformeerde grenssoldaten van wie bekend was dat die rond de grens gemakkelijk geweld gebruikten.”

Juist deze kleine kans op pech was de reden dat bepaalde mensen de route langs de spookstations beter niet konden nemen. „Dat betrof bijvoorbeeld geüniformeerde mensen zoals politieagenten of militairen. DDR-grenssoldaten zouden hen direct als vijand zien. Ook mensen die eerder uit de DDR waren gevlucht, konden beter niet in deze metro stappen.”

Udo Dittfurth. beeld Sjaak Verboom

Bevroren

Na de val van de Muur op 9 november 1989 duurde het twee dagen voordat het eerste spookstation weer open was: Jannowitzbrücke. De meeste andere Geisterbahnhöfe bleven echter nog de zomer van 1990 dicht, door de grote reparaties die moesten worden gedaan.

Op alle stations had de tijd stilgestaan. Achtentwintig jaar lang was er niets gedaan aan onderhoud of aankleding. Her en der lagen metrokaartjes die al tijden niet meer werden gebruikt. En aan de muren hingen advertentieposters van merken die niet eens meer bestonden. Dittfurth: „De tijd was er gewoon bevroren.”

Klik hier voor een interactieve rondleiding door de spookstations. De special is optimaal te bekijken in Chrome.

Trein Amsterdam-Berlijn

Trein Amsterdam-Berlijn

Berlijn (660 kilometer van Amsterdam) is op allerlei manieren te bereiken. Een comfortabele manier van reizen is met de snelle ICE-trein van Deutsche Bahn. Opstappen kan op intercitystations op de route van Amsterdam-Centraal via Amersfoort en Apeldoorn naar Hengelo. De directe verbinding tussen Amsterdam en Berlijn Hauptbahnhof duurt 6.15 uur. Retourprijs vanaf 150 euro.

www.nshispeed.nl

www.d-bahn.de

Tentoonstelling spookstations

De centrale hal van station Nordbahnhof in Berlijn herbergt de permanente tentoonstelling ”Grenz- und Geisterbahnhöfe” (voor het openbaar vervoer in Berlijn zie bvg.de). Daar valt van alles te zien en te lezen over de spookstations in de 28 jaren van de Muur. Vanuit het station wandelt de bezoeker direct de reconstructie van de grensstrook langs de Bernauer Strasse binnen. Daar zijn ook nog enkele honderden meters van de oorspronkelijke Muur te vinden.

www.berliner-mauer-gedenkstaette.de/de/geisterbahnhoefe-558.html. Informatie in het Nederlands ook via www.germany.travel.nl.