„Terroristen proberen de geest van Sderot te breken”

Bouwvakkers nemen de schade op van een raketinslag. beeld Alfred Muller

Het lijkt wel een sabbat in Jeruzalem, deze donderdag in Sderot. Het is midden in de zomervakantie, maar de straten lijken uitgestoren. Op straat rijden slechts enkele auto’s.

Op de bankjes ontbreken de bejaarden, terrasjes zijn vrijwel verlaten en kinderen zijn haast nergens te zien op straat, al hebben ze zomervakantie. De bevolking heeft het advies gekregen op plekken te blijven waarvandaan ze binnen 15 seconden een beveiligde ruimte kunnen bereiken. Bijna iedereen blijft dus binnen.

Video

Maar Naor Halevy komt naar buiten om zijn auto te laten zien. De ruiten zijn eruit geslagen, in de portieren zitten gaatjes en de banden zijn lek. „De verzekering betaalt niks”, zegt hij. „Maar de staat vergoedt alles.”

Het gebeurde woensdagavond. Hij bevond zich met zijn kinderen op de speelplaats tegenover zijn flat. Toen het luchtalarm klonk, rende iedereen naar het flatgebouw dat het dichtst in de buurt was. Maar voordat ze binnen waren, sloeg de raketgranaat al in op het trottoir.

De burgers van Sderot kampen al jarenlang met de vliegende bommen die vanuit Gaza de stad bereiken. Veel is er verbeterd nadat het leger het antiraketsysteem Iron Dome in gebruik nam. Iron Dome komt niet in actie als een raket afkoerst op onbewoond gebied. Van de raketten die zijn gericht op dorpen en steden, onderschept het systeem ongeveer 90 procent. Maar soms gaat het dus nog mis. En dat is te zien in de straat waar Halevy woont.

„Ik vertel mijn leerlingen dat ze zich moeten ontspannen”, zegt de leraar wiskunde. „Elk kind reageert anders. Het hangt af van zijn of haar karakter. Ik zie het bij mijn eigen kinderen. De een reageert met meer stress dan de andere. Maar ik denk er niet over om hier weg te gaan.”

In Sderot zijn tal van nieuwe flatgebouwen in aanbouw. Een ervan werd deze week geraakt. In een balkon zit een gat en een plafond is zwartgeblakerd. De stad Sderot ligt op enkele kilometers van de grens met de Gazastrook. Vandaar dat het al jaren onder vuur ligt van raketten van Hamas en andere Palestijnse militanten. In de stad wonen bijna 20.000 mensen. Voor 1948 lag op deze plek het dorp Najd. De 600 Palestijnse bewoners daarvan zouden zijn gevlucht.

Tunnels

Ook burgemeester Alon Davidi vertoont zich in de straat. „Wij gaan door met de opbouw van onze stad. Natuurijk vinden we mensen die de nieuwe huizen willen kopen. Dat is het verschil met Gaza. Als een land Hamas of een aan Hamas verbonden organisatie geld geeft, gaat dat naar de tunnels en raketten. Hier zien we gelukkige mensen die graag een normaal leven willen leiden.”

De burgervader bezoekt de plekken die zijn getroffen. „Dit gaat nu al meer dan tien jaar zo in Sderot”, zegt hij. „We zijn in een oorlog tegen terreur verwikkeld. Als de terroristen uit Gaza –de Jihad, ISIS, Hamas en andere organisaties– de kans krijgen om naar andere landen te gaan, dan zullen ze ook daar mensen doden. Ze doen dit nu bij ons omdat wij dicht bij de Gazastrook wonen.”

Elders in de stad woont rabbijn David Fendel, hoofd van de organisatie Hesder Yeshiva, die de Thorastudie combineert met militaire dienst. Achter hem staat een beschadigde auto, bij een speelplaats die vol met kinderen was toen op enkele tientallen meters afstand een raket insloeg.

Hij schrijft de problemen toe aan de terugtrekking van Israël uit de Israëlische nederzetting Kush Katif in de Gazastrook, in 2005. Volgens hem moet Israël naar dat gebied terugkeren. Hij geeft toe dat Israëlische woonplaatsen ook voor 2005 werden aangevallen, maar dat was toen wel minder vaak het geval dan nu.

Hamas probeert volgens hem de geest van de Joden in Sderot te breken. „Ze vergeten dat die onbreekbaar is. Ze proberen deze stad te veranderen in een spookstad. Dat laten we niet gebeuren. We maken van Sderot een hoofdstad van het zionisme. Wij gaan door met de opbouw. Zij graven tunnels, wij leggen parken aan. Zij maken raketten, wij bouwen wolkenkrabbers.”

Ari Katz, voorlichter van de Hesder Yeshiva, zegt dat de mensen bereid zijn een paar weken te lijden als het daarna maar rustig wordt. Maar een feit is dat de situatie instabiel is.

Grotere zaak

Het is het geloof in God dat de religieuze Joden in de stad helpt bij de verwerking van de onrust. Katz toont een plek vlak bij een kinderspeelplaats waar een raket insloeg. „Als je ziet dat er geen doden zijn gevallen, zeg je: er is Iemand Die over ons waakt.”

Achter hem is een verlaten speeltuin. Ernaast staan bunkers, om in geval van alarm te kunnen vluchten. „Bij het geloof in God hoort ook dat er moeilijke tijden in het leven zullen komen, zoals problemen en oorlogen”, zegt Katz. „Mensen zullen gewond raken of gedood worden.”

Zelf heeft Katz kinderen in het leger. „Mogelijk moeten ook wij een hoge prijs betalen. Maar het geloof in God leert mij dat er een grotere zaak is dan de onze, wat er ook gebeurt. Die grotere zaak is dat het Joodse volk thuiskomt. We hebben recht op dit land. Wij geloven dat we hier in Sderot moeten zijn.”