Storm over de (zogenaamde) rechtsstaat

President Trump over de zogenaamde rechters. beeld Twitter
8

Meestal leggen regeringsleiders zich erbij neer dat rechters hun beleid dwarsbomen. Hun gemopper blijft binnenskamers. Maar sinds Twitter en Facebook bekend zijn in de regeringskwartieren, begint er iets te veranderen. Vooral populisten maken daar dankbaar gebruik van.

Een „zogenaamde rechter”, foeterde de Amerikaanse president Trump vorig weekeinde. De rechter had zijn inreisverbod opgeschort. Terwijl dat nu juist iets was wat Trump zo belangrijk vond.

Woensdag deed hij dit nog een dunnetjes over. „Zelfs een slechte middelbareschoolleerling zou dit inreisverbod goedkeuren”, zei hij. „Het gaat ons immers om veiligheid.”

Nu gingen er geen volksstammen de straat op om tegen de jongste tweet van de Amerikaanse president te protesteren. Maar toch was er wereldwijd verbazing over de opstelling van de president.

Het inreisverbod zelf gaat over de vraag wie er wel (en niet) het Amerikaanse huis binnen mogen. Maar door te spreken over een „zogenaamde rechter” zegt hij eigenlijk dat het fundament van dat huis zelf niet deugt. Terwijl juist dat fundament, zoals verwoord in de befaamde Constitutie, in Amerika min of meer heilig is.

Trump is niet uniek met zijn uitlatingen. De Nederlandse politicus Wilders sprak na zijn veroordeling in december over „PVV-hatende rechters” die „knettergek” waren.

Ook de Franse president Sarkozy had er een handje van zich neerbuigend over rechters uit te laten. In 2007 noemde hij hen „erwten zonder smaak”. En vrijwel geen politicus maakte het bonter dan de Italiaanse premier Berlusconi, die de lastige juristen in 2011 bestempelde als de „kanker van de democratie.”

Toen de Britse hoge raad eind vorig jaar besloot dat het parlement een stem zou krijgen rond het vertrek uit de Europese Unie, schreven enkele tabloids in grote letters over „vijanden van het volk” (Daily Mail) en „Wie denkt u wel dat u bent?” (The Sun). Ook in deze uitspraken werd de legitimiteit van rechters in twijfel getrokken.

Spelregels

Geen magistraat zal het leuk vinden een „zogenaamde rechter” of een „vijand van het volk” te worden genoemd. Maar hij blijft vrij en onafhankelijk. Elke dienaar van de staat (de president zowel als de rechter) legt een eed af op de grondwet en aanvaardt daarmee de spelregels die daarin staan. Ook president Trump kan daarop worden aangesproken.

De rechter is voor de staat zoals de teugel is voor een paard. Zonder teugel kan de overheid de verkeerde kant uit gaan.

De Amerikaanse grondwet voorziet de regering nog van een andere teugel, namelijk het parlement (Congres). Vrijwel alle landen kennen een huis dat op deze drie pijlers is gebouwd (regering, parlement en rechterlijke macht; zie kader). Of rechters overal ook echt onafhankelijk zijn, is natuurlijk de vraag.

In westerse landen is het een goed gebruik dat politici zich niet (te veel) bemoeien met rechters, en andersom. Om echt onafhankelijk te zijn, moet iedereen de „benodigde afstand” houden tot elkaar, zo zei prof. Klaas de Vries (zelf oud-politicus) in 2010 in zijn oratie over het „ontwerp en onderhoud” van de democratie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zonder trouwens precies te zeggen hoe groot die afstand dan moet zijn. Volgens de oud-bewindsman is het in de Nederlandse ministerraad een „sport geworden om adviezen (van de Raad van State, EvV) die niet in de kabinetskraam te pas komen, behendig te neutraliseren.” Hij vindt dat „zorgelijk.”

Hellend vlak

„Uiterst bedreigend”, noemt prof. Friso Wielenga de tendens van politici om zich negatief over rechters uit te laten. De onderzoeker aan de Wilhelms-Universität in het Duitse Münster vindt dat critici dit niet moeten laten passeren. „De onafhankelijkheid van de rechter is fundamenteel voor ons staatsbestel. Ga je daaraan morrelen, dan kom je op een hellend vlak.”

Wielenga is niet de enige politicoloog of historicus die kritisch reageert op Trumps uitlatingen. Binnen de academische wereld lijkt niemand het voor de Amerikaanse president op te nemen.

Dr. Paul Lucardie, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) in Groningen, denkt dat steeds vaker kritiek van politici op rechters klinkt. „Waarschijnlijk houdt dat verband met het toenemend wantrouwen en cynisme in de samenleving. De rechtspraak gold vroeger min of meer als onaantastbaar. Maar net als alle andere vormen van gezag wordt dit respect minder.”

Tegelijk zit hier een andere kant aan, waarschuwt Lucardie. „Rechters worden ook eerder betrokken bij politieke problemen. Een voorbeeld daarvan is de zaak-Wilders.” Ook het juridische gevecht rond het Amerikaanse inreisverbod is deel van een politiek steekspel.

Dr. Koen Vossen publiceerde onlangs het boek ”The Power of Populism” over de PVV van Wilders. De onderzoeker van de Radboud Universiteit in Nijmegen ziet de uitlatingen van Trump als deel van het populisme. „De ideologie van populisten is vrij eenvoudig. Het zet twee groepen tegenover elkaar. Enerzijds heb je het homogene volk, dat de bron is van alle goed. Anderzijds heb je de corrupte elite, die de bron is van alle kwaad.”

Het doel van het populisme is de volmaakte democratie te bereiken, waarin het volk steeds de doorslag geeft. „De stem van het volk staat dus boven een vonnis van de rechter.”

Vossen kent de zwakheden in deze theorie. Zo bestaan er binnen een volk doorgaans verschillende meningen die onderling ook nog eens botsen. „Het populisme lost dat op met een vrij rauw meerderheidsdenken, dat zich uit in een voorliefde voor referenda. Minderheden tellen niet echt mee. Het kan ook zijn dat populisten zeggen dat een deel van het volk nog niet ziet wat zijn werkelijke belang is. De elite strooit immers iedereen zand in de ogen. Dat lijkt een beetje op de theorie van Karl Marx, die zei dat mensen waren verblind door religie of het kapitaal.”

Populisten zien rechters niet als beschermers van het volk tegen de overmacht van de staat, maar scharen hen onder de elite. „Samen met de media, wetenschappers en kerkleiders. Die vormen in hun ogen een netwerk om het volk onder de duim te houden.”

Trumpetisering

De Duitse kenner van het populisme, dr. Florian Hartleb, spreekt van een ”trumpetisering” van de politiek. Dat is het thema van zijn boek ”Die Stunde der Populisten” dat hij volgende maand publiceert. „Populisten trekken het liefst de geloofwaardigheid van het establishment in twijfel. In Duitsland is zo het begrip ”Lügenpresse” in zwang gekomen. Twitter maakt het mogelijk dat mensen als Wilders de traditionele media niet meer nodig hebben. Via nieuwe media voeden zij de complottheorie waarin alle kritiek geldt als een aanval op het volk.”

Wat prof. Wielenga betreft betrachten politici wat meer zelfbeheersing in het gebruik van de nieuwe media. „Via Twitter en Facebook komen allerlei impulsieve reacties de wereld binnen. Maar misschien is het beter niet alles altijd te weten. In het Torentje zal net zo goed als in het Witte Huis weleens gemopperd worden. Maar laten leiders zich alstublieft wat inhouden.”

Ook Lucardie denkt dat mensen als Trump en Wilders voorzichtiger dienen te zijn. „Zulke tweets gaan een eigen leven leiden. Dit zal hoe dan ook gevolgen hebben.”

De Amerikaanse regering erkent intussen wel de uitspraak van de rechter en heeft het inreisverbod daadwerkelijk opgeschort. Maar dat is niet alles, zegt Wielenga. „Het stelsel van de scheiding der machten veronderstelt ook dat politici de rechtspraak niet in zulke bewoordingen becommentariëren. Als Trump dan ook zegt dat hij de uitspraak wil overrulen en dat hij hoe dan zal winnen, komt de strijdbijl in beeld. Elke rechter die de zaak nog op tafel krijgt, voelt de druk. Ik denk dat de Donald Tusk (voorzitter van de Europese Raad, EvV) gelijk had toen hij zei dat Amerika zijn tradities overboord zet.”

Volgens Hartleb is er geen enkel probleem als politici kritiek uiten op de rechtspraak. „Neem bijvoorbeeld de beslissing van het Duitse grondwettelijk hof om de extreemrechtse NPD niet te verbieden, een paar weken geleden. Het staat iedereen vrij te zeggen dat hij het daar niet mee eens is. Maar het is ongepast de legitimiteit van de rechter ter discussie te stellen. En dat is precies wat Trump en Wilders wel doen.”

Turkije

Veel politicologen verwijzen naar Turkije, Hongarije en Polen als landen waar de rechter niet meer werkelijk vrij is. Vossen: „In Hongarije verlaagde de regering-Orban de pensioenleeftijd van rechters. Dat lijkt op een poging ruimte te creëren om nieuwe rechters te benoemen. Ook in Polen beperkt de huidige regering de rechtspraak. In beide landen probeert de regering ook de media te binden, bijvoorbeeld door een raad voor eerlijke berichtgeving in het leven te roepen. Het zal me niet verbazen als ook Trump dat laatste zal proberen.”

Wielenga: „In Polen en Hongarije is op zijn minst politieke druk op de rechter. Misschien moet je zelfs zeggen dat de rechtspraak daar ondergeschikt is geraakt aan de politiek. Als we dit normaal gaan vinden, bestaat het gevaar dat ook wij ons in die richting bewegen.”

Vossen betwijfelt intussen of het zin heeft populisten te bestrijden. „Dat werkt alleen in het voordeel van de populisten. Ze gebruiken alle kritiek om hun beeld van de elite tegen het volk te bevestigen. Net als krabben de jeuk soms erger maakt, zit er hier ook weinig anders op dan het ongemak gewoon te accepteren.”

Als kenner van populistische bewegingen volgde Wielenga enkele weken geleden de conferentie van rechtsradicale partijen als Front National, Alternative für Deutschland en de PVV in Koblenz. Hij acht het niet reëel dat deze partijen werkelijk de staatsinrichting in Europa zullen wijzigen. „Ze zijn allemaal nog ontzettend ver van de macht verwijderd. Marine Le Pen heeft misschien nog de beste kansen. Maar als ze de kans krijgen, zullen ze wel dingen veranderen. Bij velen van hen is de minachting voor de onafhankelijke rechtsspraak overduidelijk. Ze zullen meer invloed willen op de benoeming van rechters. Maar een politiestaat zullen ze er niet van maken.”

Het eerste doel dat populisten nastreven is volgens Vossen een sterke uitvoerende macht. „Als zij in de naam van het volk iets willen, moeten er niet te veel teugels en tegenwichten in de weg staan. Dus als zij aan de macht komen, zullen ze zeker proberen het huis te verbouwen.”

Volgens Wielenga is de situatie in Nederland en Amerika nog niet werkelijk zorgelijk. „Je moet de kracht van de rechtsstaat niet onderschatten. Eén rare uitspraak van een politicus haalt de drie machten niet onderuit. Laten we ook een beetje rechtsstatelijk zelfvertrouwen beoefenen.”

Lucardie: „Amerika is natuurlijk geen Turkije. Maar er gaat wel een signaal van uit als een president spreekt over een zogenaamde rechter. De consequentie van dit gedrag is dat het vertrouwen in de rechtsstaat afbrokkelt. Dat lijkt me geen prettige ontwikkeling.”

Vijf adviezen aan (nep)politici

Dr. Ronald Janse (hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van ”Rule of Law: a Guide for Politicians”) geeft vijf adviezen aan politici:

In een rechtsstaat valt iedereen (ook een politicus) onder de wet.

Het bewaken van de rechtsstaat is een taak van de rechter. De rechter (en niet de politicus) bepaalt of een politiek vertegenwoordiger in strijd met het recht handelt.

In een rechtsstaat houdt iedereen (ook de politicus) zich aan rechterlijke uitspraken.

Een politicus mag op gepaste wijze zeggen als hij het niet eens is met een rechterlijke uitspraak. Maar hij mag de rechtspraak nooit in diskrediet brengen. Hij onthoudt zich ook van persoonlijke aanvallen op rechters.

De politicus morrelt niet aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak.

De drie machten

tekst Richard Donk

De Franse koning had in de zeventiende en achttiende eeuw de absolute macht. „De staat, dat ben ik”, is een gevleugelde uitspraak van Lodewijk de Veertiende, bijgenaamd de Zonnekoning. En hij kon doen wat hij wilde.

Hoe voorkom je echter dat de koning (of de staat) zo veel macht krijgt? Door die macht te verdelen over verschillende instellingen die elkaar controleren. Dat is simpel gezegd het principe van de drie machten (ofwel: de trias politica).

Om die absolute macht te doorbreken bedacht de Franse filosoof Charles de Montesquieu (1689-1755) de scheiding der machten. De staat zou voortaan worden opgedeeld in drie organen die elkaar bewaken.

Als eerste de wetgevende macht (parlement). Die heeft het laatste woord over wetsvoorstellen. Die kunnen zowel door de regering als door parlementsleden worden ingediend.

Als tweede de uitvoerende macht. Die is in handen van de regering. Zij voert de wetten uit en is belast met het dagelijks bestuur van het land.

Als derde de controlerende macht: onafhankelijke rechters die voor het leven worden benoemd. Zij toetsen of de regering zich aan de wet houdt en of wetgeving in lijn is met het internationaal recht.

Officieus worden de media tegenwoordig wel beschouwd als de vierde macht. Zij vormen een niet weg te denken kritische stem en hebben aanzienlijke invloed.

Montesquieu was overigens niet de eerste die met de ”drie machten” kwam. Al in de Griekse en Romeinse tijd werd nagedacht over inperking van de absolute macht van de heerser. Filosoof John Locke was de eerste die de scheiding der machten in een theorie vastlegde.