Spaanse topklasse komt in opstand

Buitenland
Boze burgers protesteren in de rijke wijk Salamanca in Madrid tegen de beperkingen die de Spaanse overheid heeft opgelegd. beeld EPA, J. M. Garcia

„Regering, moordenaars! Communisten, moordenaars!” Vanaf de achterbank van een Mercedes cabriolet, Spaanse vlag op de zitplaats naast hem, roept de corpulente man op leeftijd zijn leuzen tegen het kabinet van premier Pedro Sanchez.

Door een megafoon, want protesteren is leuk, maar het moet niet al te vermoeiend worden. „Regering, aftreden!” Zijn chauffeur stuurt de slee stapvoets door de straten van het centrum van Santander langs enkele tientallen geestverwanten. Gehuld in Spaanse vlaggen met zwarte rouwlussen slaan zij met lepels op potten en pannen. Het is hun manier om ruchtbaarheid te geven aan het ongenoegen over de „sociaal-communistische dictatuur” van Sanchez. „Vrijheid! Democratie!”

Sinds een week beleeft Spanje een merkwaardige opstand. Je zou het de opstand van de ”upper class” kunnen noemen, want de straatprotesten –elke avond om negen uur– begonnen in de wijk Salamanca in Madrid. Dit stadsdeel van 150.000 inwoners behoort tot de rijkste buurten van Spanje. Het inkomen per hoofd is driemaal het Spaanse gemiddelde. Een kwart van de inwoners heeft meer dan 200.000 euro per jaar te besteden. De rechtse PP krijgt hier 40 procent van de stemmen, het extreemrechtse Vox 20 procent. Vruchtbare grond voor een protestbeweging tegen de coalitievan sociaaldemocraten (PSOE) en de linkse partij Podemos.

De woede van de welgestelden is gericht tegen de alarmtoestand, half maart uitgeroepen door de regering-Sanchez om de verspreiding van het coronavirus te bestrijden. Tot nu toe is de alarmtoestand, die flinke beperkingen van de bewegingsvrijheid met zich meebrengt, viermaal met twee weken verlengd. Dat dit steeds gebeurde met goedkeuring van het Spaanse parlement, is voor de manifestanten geen beletsel om te klagen over een „dictatuur.” Zeker niet nu premier Sanchez om nog een verlenging met een maand wil vragen.

Geld uitgeven

Maar terwijl miljoenen Spanjaarden in de coronacrisis hun inkomen hebben verloren en de voedselbanken worden overstelpt, hebben de inwoners van Salamanca heel andere problemen aan hun hoofd. Ze kunnen hun geld niet uitgeven. „El Corte Ingles (een luxe warenhuis, LR) is niet eens open!”, klaagde een betoger voor de televisiecamera’s. De vrouw –mondkapje met Spaans vlaggetje erop– geloofde niets van de officiële cijfers „over al die doden.” Het waren allemaal verzinsels om de mensen op te kunnen sluiten. „Ik heb geen enkele doodskist en geen enkele autopsie gezien”, verzekerde een andere vrouw. „De regering neemt ons in de maling om Spanje naar de afgrond te brengen.”

De regering liegt en overdrijft het aantal doden. De lockdown is onzin en tegelijk is het kabinet schuldig aan de coronaslachtoffers. Het is een verhaal dat ook in de rijke buurten elders in het land aanslaat, zoals in Sevilla, Valencia en Santander.