Südtirol welvarend maar ontevreden

De Italiaanse Alpenprovincie Südtirol/Alto Adige kent een vlijmscherpe indeling in taalgroepen: Duits, Italiaans en Ladinisch. beeld Ewout Kieckens
5

Honderd jaar na aansluiting bij Italië gaat het economisch uitstekend met Südtirol. Toch heerst er animositeit tussen het Italiaanse en het Duitse deel van de bevolking.

Valentina, een vrouw uit Rome, kan haar verontwaardigd niet verbergen. „Als ik in Alto Adige ben, spreken ze me in het Duits aan. Dat is niet normaal. We zijn toch zeker in Italië?” Italianen hebben het niet zo op Alto Adige, de Italiaanse Alpenprovincie die beter bekendstaat als Südtirol. „Ze profiteren ook nog eens van een genereuze autonomieregeling, waardoor ze veel minder belasting betalen dan wij,” meent Danilo, eveneens uit Rome.

Arno Kompatscher, de gouverneur van Südtirol/Alto Adige (dat luistert nauw: eerst het Duits, dan het Italiaans), schudt meewarig zijn hoofd als hij met deze uitspraken wordt geconfronteerd. „Wij zijn nettobetalers aan de Italiaanse overheid”, zegt de 48-jarige Landeshauptmann, zoals de gouverneurstitel in het Duits luidt. „Elke inwoner van onze provincie draagt na belastingen gemiddeld 2200 euro extra af aan de overheid. Wij nemen van niemand wat af. Integendeel, we ondersteunen de Italiaanse republiek alleen maar.”

Gouverneur Arno Kompatscher weerlegt een vooroordeel: „Südtirol is nettobetaler aan de Italiaanse overheid.” beeld Ewout Kieckens

Beter dan gemiddeld

Die 2200 euro kunnen ze misschien ook wel missen. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in Südtirol is 42.500 euro, tegen 27.700 euro in de rest van Italië. De provincie, waar drie taalgroepen de dienst uitmaken, is vlijtig. Het werkloosheidscijfer ligt maar net boven de 3 procent. De economische groei voor 2020 wordt geschat op 1,5 procent. „We doen het gewoonweg vijftien keer beter dan gemiddeld in Italië”, zegt Kompatscher verwijzend naar de bijna nulgroei (0,1 procent) voor Italië. Op de lijst van Italiaanse provincies met de hoogste levenskwaliteit staat Südtirol steevast in de top 3. „Sinds vorig jaar heeft Fitch onze provincie gehonoreerd met de hoogste kredietbeoordeling”, vertelt Kompatscher tevreden op zijn kantoor.

Toch is niet iedereen tevreden in Südtirol/Alto Adige. Het komt erop neer dat de Italiaanstaligen zich achtergesteld voelen en de Duitstaligen vinden dat de Tiroolse autonomie niet ver genoeg gaat. „Belangrijke politieke besluiten gaan veelal over de hoofden van de Italiaanstaligen heen. In de provincieraad hebben de Duitstaligen de meerderheid. Alle belangrijke posten hebben zij in handen”, zegt Alessandro Urzi (53). De rechtse politicus vormt een eenmansfractie in de provincieraad en komt op voor de Italiaanstalige bevolkingsgroep. „Het provinciale parlement schenkt in het algemeen meer aandacht aan de dorpen en het platteland dan aan de ontwikkeling van de stad Bolzano, waar de meeste Italianen wonen.”

Südtirol is binnen Italië een vreemde eend in de bijt. Het zuiden van Tirol was 550 jaar lang onderdeel van Oostenrijk toen het na de Eerste Wereldoorlog als oorlogsbuit in handen van Italië kwam. Het gebied had weinig met Italië van doen. In 1919 bestond slechts 3 procent van de bevolking Italianen. Tijdens het fascisme werd de Duitstalige bevolking onderdrukt en werden er tienduizenden Italiaanse immigranten binnengehaald.

Na de Tweede Wereldoorlog bleef Südtirol bij Italië. De geallieerden, en na hen de Verenigde Naties, droegen Italië echter op om de Duitstalige bevolking een vergaande autonomie te bieden. Na veel vijven en zessen werd uiteindelijk in 1992 het conflict tussen Italië en Oostenrijk (in zijn rol als hoeder van Südtirol) beëindigd.

Zelfbeschikking

Het resultaat is een vergaande autonomie. „Alto Adige heeft nagenoeg een absoluut zelfbeschikkingsrecht binnen Italië. Nergens ter wereld bestaat er een vergaandere autonomie dan bij ons”, meent Urzi. Zo kan de provincie 90 procent van de belastinginkomsten aanwenden voor zelfbestuur. Slechts 10 procent gaat naar de staatskas. Dat dekt onder meer de weinige taken die de Italiaanse overheid nog op zich neemt, zoals de politie en een deel van de rechtelijke macht.

Toch vindt Sven Knoll (39) dat niet genoeg gaan. Hij is voorman van de Süd-Tiroler Freiheit, die in het regionale parlement 2 van de in totaal 35 zetels bezet. „We willen dat er een democratische volksstemming wordt georganiseerd. De vraag is: willen we bij Italië horen, bij Oostenrijk of onafhankelijk worden”, vertelt hij op het partijkantoor in het centrum van Bolzano. Knoll ziet wel iets in een verenigd Tirol, waarbij het Oostenrijkse Tirol zou samengaan met het Italiaanse Südtirol.

Sven Knoll, voorman van de Süd-Tiroler Freiheit, ziet wel iets in een verenigd Tirol, waarbij het Oostenrijkse Tirol zou samengaan met zijn provincie. beeld Ewout Kieckens

De Süd-Tiroler Freiheit is bekend van affiches die af en toe in het straatbeeld opduiken. De posters met rood-witte banen van de Tiroolse vlag dragen de tekst ”Südtirol is geen Italië”. Er worden wel meer steken uitgedeeld. Zo bevestigden onbekenden eerder dit jaar in Bolzano een rouwvlag aan de Oostenrijkse vlag op de feestdag van de Italiaanse Nationale Eenheid. Knoll ontkent dat zijn partij daarmee iets te maken heeft.

Knoll en veel andere Duitstalige inwoners van Südtirol beschouwen Italië nog altijd niet helemaal als hun land. In de lokale Duitstalige pers is het bijvoorbeeld heel normaal dat premier Conte wordt bestempeld als ”de Italiaanse minister-president” alsof er sprake is van een buitenlandse mogendheid. De Duitstalige bevolking richt zich op Oostenrijk. „We kijken naar de Oostenrijkse televisie, we gaan naar de universiteit in Innsbruck en onze kinderen hebben op school Oostenrijkse lesboeken”, zegt Knoll.

Vrijstaat

Ulli Mair (45) van de Freiheitlichen, een zusterpartij van de Oostenrijkse rechtspopulistische FPÖ, is er niet gerust op dat de autonomie blijvend is. „Ik wil niet dat Südtirol ten onder gaat als Italië te pletter valt. Je weet met Italië nooit welke kant het opgaat. Er is zo veel instabiliteit”, zegt ze in haar fractiekamer op het provinciehuis in Bolzano. Haar partij streeft daarom naar de ”Freistaat” Südtirol, een onafhankelijk land binnen Europa, zodat de toekomst gewaarborgd is. Allessandro Urzi vindt dat heiligschennis. „Aanhangers van afsplitsing of aansluiting bij Oostenrijk zijn moedwillige verraders van onze autonomie. De waarheid is dat de Duitstalige bevolkingsgroep geen onderdrukte minderheid is, integendeel. Als er een groep onderdrukt wordt, zijn wij Italiaanstaligen dat wel.”

De partij van Ulli Mair streeft naar de ”Freistaat” Südtirol, een onafhankelijk land binnen Europa, zodat de toekomst gewaarborgd is. beeld Ewout Kieckens

Het is opmerkelijk dat na honderd jaar het conflict nog steeds hoog opspeelt. Dat heeft deels te maken met de vlijmscherpe indeling in drie taalgroepen. Er bestaat een verzuiling zoals in Nederland in de jaren 50. Elke groep heeft zijn eigen school, krant, televisiekanaal, sportclub, kerk, verenigingsgebouw enzovoort. De deling is zo vanzelfsprekend dat ook immigranten moeten kiezen voor een van de drie taalgroepen. „Dit systeem had veertig jaar geleden zin, toen er nog geen grootscheepse immigratie bestond en er geen gemengde huwelijken werden gesloten”, zegt Urzi. „Maar nu is je reinste onzin dat een asielgerechtigde Syriër moet kiezen tussen Italiaans en Duits.”

De Italiaanse parlementariër pleit voor een meertalige school. Maar Knoll en Mair zijn daarop tegen. „Zonder gescheiden scholen gaan we ten onder. Dan gebeurt er wat er in de Elzas heeft plaatsgevonden. Daar spreekt de jeugd bijna geen Duits meer”, zegt Ulli Mair. „Als er geen bijzonder onderwijs meer is, worden we geassimileerd. Dat is de hond in de pot”, meent ook Sven Knoll.

Voorbeeld

Kompatscher deelt niet de vrees van deze rechtse partijen. Als lid van de Südtiroler Volkspartij (SVP), vergelijkbaar met het Duitse CDU, vindt hij dat zijn ”Land” er alleen maar beter op wordt. De SVP deelt sinds de Tweede Wereldoorlog de lakens uit. Traditionele partijen in Europa maken van alle kanten water, maar de SVP haalde bij de laatste verkiezingen zonder moeite 42 procent. Hij looft ook de politiek van zijn (SVP-)voorgangers, die onder andere heeft geleid tot een fijnmazig wegennet. „We hebben eerst wegen aangelegd naar de dorpen en toen naar alle boerderijen. Daarna scholen en crèches en bedrijfsterreinen opgezet, zodat de mensen niet zouden wegtrekken uit de kleine gemeenten en ook de boeren zouden blijven. Het is een succes gebleken.”

Südtirol is volgens Kompatscher een goed voorbeeld voor andere regio’s met een autonomiewens. „Ik heb sympathie voor autonomiebewegingen. Maar dialoog moet het kernwoord zijn en niet…” zegt de gouverneur en hij slaat een vuist tegen zijn vlakke hand. Niet botsen, maar praten. „Zo moeten Madrid en Catalonië de moed hebben om tot een compromis te komen.”

Knoll ziet een overeenkomst met het streven naar autonomie van de Catalanen en de Schotten. „Bijna iedereen denkt dat afsplitsing binnen Europese staten onmogelijk is. Maar het kan zo de andere kant opgaan. Wie had bijvoorbeeld de veranderingen van 1989 voorzien? We moeten klaar zijn als dat gebeurt. De bevolking moet voorbereid worden op een volksstemming die ons buiten Italië zal brengen.”

De volgorde luistert nauw: eerst het Duits, dan het Italiaans. beeld Ewout Kieckens

Drie taalgroepen

Südtirol (Alto Adige in het Italiaans) past ruim vijf keer in Nederland en telt 530.000 inwoners. In de hoofdstad Bolzano (Duits: Bozen) en omgeving wonen zo’n 150.000 mensen. Het merendeel van deze stadsbevolking is Italiaanstalig. De verhouding in de rest van de provincie is omgekeerd. De bevolking bestaat voor 69 procent uit Duitstaligen, 27 procent heeft het Italiaans als moedertaal. In het Gröden- en het Gaderdal (4 procent van de bevolking) wordt het Ladinisch gesproken, een Reto-Romaanse taal. De provincie is religieus wél homogeen. Alle taalgroepen behoren tot het rooms-katholicisme, uitzonderingen daargelaten.

Geschiedenis van (Süd)tirol

1363 – Graafschap Tirol wordt onderdeel van het Habsburgse Rijk

1805-1815 – Tirol valt onder koninkrijk Beieren

1809 – Opstand onder Andreas Hofer

1815 – Tirol weer bij Oostenrijk

1919 – Zuidelijk Tirol valt Italië toe

1922-1943 – Italianisering van de Duitstalige bevolking onder het fascisme

1939 – Duitstaligen moeten kiezen (”Option”): Italiaan worden en blijven of vertrekken naar Duitsland

1946 – Vredesverdrag van Parijs bepaalt dat de Duitstalige minderheid moet worden beschermd

1948 – Südtirol wordt een Italiaanse provincie (Alto Adige)

1960 – VN-resolutie spreekt zich uit voor uitbreiding autonomie

1961-1967 – Geweld van de zijde van het Befreiungsausschuß Südtirol

1969 – SVP (belangrijkste Südtirolse politieke partij) gaat akkoord met autonomie

1972 – Autonomieverdrag

1992 – Oostenrijk en Italië akkoord. Officieel einde aan het conflict