Romavoorganger Subotin: Ik ben ook zo’n vreemdeling

Voorganger Aleksandar Subotin met zijn vrouw Daniela. beeld Marie Verheij

Over een paar maanden hoopt Aleksandar Subotin te ‘trouwen’ met Daniela, met wie hij al in 2005 in het huwelijk trad en twee kinderen heeft: Vladimir van elf en Rebeka van vier. Dominee J. het Lam uit Harderwijk zal het huwelijk, op 16 augustus, bevestigen in Kucura, in de autonome Servische provincie Vojvodina.

De reden van de verlate huwelijksinzegening is dat Daniela’s rooms-katholieke vader, een Sinti en kermisexploitant, destijds niet wilde dat zijn dochter met de evangelische Romavoorganger Aleksandar Subotin trouwde. „We zijn toen wel voor de wet getrouwd, dus daar was niets mis mee. Toch is het fijn dat nu in de kerk ons huwelijk alsnog bevestigd wordt”, vertelt Subotin, door velen liefkozend ”Sacha” genoemd.

2017-04-12-pkFLE2-Servië_1-5-FC_webDe weg loopt dood in Servië

Subotin is een belangrijk contactpersoon in Servië voor de Stichting Hulp Oost-Europa. Hij zorgt onder meer voor voedsel en kleding voor vluchtelingen dankzij transporten en financiële hulp uit Nederland. Subotin is geen man van de grote stad, maar meer iemand die zich het best thuisvoelt op het gemoedelijke platteland, in ‘zijn’ dorp Kucura. De wegen zijn hier smal en de huisjes klein, met keurige tuinen eromheen. De landerijen liggen er geploegd bij, klaar voor het inzaaien of poten. De grond is vruchtbaar in de Vojvodina – Subotin zegt en passant dat de Servische regering er goed aan zou doen de boeren in het land te steunen.

Grootouders

De perzikbomen achter het huis waar Subotin werd geboren, staan in bloei. „Ik houd van fruitbomen”, zegt Subotin en hij wijst op een tien jaar oude kas met honderden tomatenplanten. Het plastic laat het zonlicht gefilterd door. Aan de dunne buizen die tot in de nok reiken, zijn touwtjes bevestigd. „Hieraan laat ik de planten omhoogklimmen en dan weer naar beneden”, legt Subotin uit.

Subotin is dan wel voorganger, maar tegelijk agrariër met een klein bedrijf. Hij probeert inkomsten te genereren met de teelt van groenten, zoals zovelen van het klein aantal predikanten dat hier met elkaar een groot gebied bedient. Het gemiddelde inkomen per maand schommelt rond de 200 euro. De grootste kostenpost is de brandstof voor de auto. „Met een boerderij of aanverwant ondernemerschap kunnen we tenminste zelfvoorzienend zijn”, zegt hij.

Aleksandar Subotin (1984) is een Roma. Zijn wieg stond in het huis waarin zijn grootmoeder (80) nu ziek in bed ligt. De oude vrouw groet, maar komt niet overeind. De aanwezige oom pookt de kachel wat op, dat is nog wel nodig ’s avonds. „Ze heeft longkanker. De artsen zijn verbaasd dat ze geen pijn heeft.”

Subotin glimlacht en vertelt dat hij opgroeide bij zijn opa en oma. Zijn ouders scheidden na een slecht huwelijk. „In die tijd, en dat is nog niet lang geleden, hadden we het extreem arm. Ik kon goed leren en ging naar de basisschool. Geld voor vervolgonderwijs was er niet, en ik wilde graag naar een agrarische hogeschool. Dat ging dus niet door. Ik ging werken, op het veld, zoals zovelen nog steeds doen.”

Inclusie

Zijn moeder hertrouwde en kreeg nog eens vijf dochters. Zijn vader wilde dat Sacha naar een weeshuis ging. Gelukkig mocht hij bij zijn grootouders blijven. Hier groeide hij op. Tegenover dit huis staat een groen geverfd huis met erachter de vrije evangelische kerk, waar Subotin voorganger is. Ook achter dit huis staan kassen voor paprika’s en tomaten. Subotin heeft oog voor andere mensen – hij sluit nooit mensen uit, maar denkt in termen van inclusie. De vluchtelingen bijvoorbeeld die in groten getale het land binnenkomen, wil hij in aanraking brengen met het Evangelie. Hij deelt eten, schoenen en kleding uit, maar wil onder de radar blijven. „De politie kijkt argwanend aan tegen dit soort activiteiten.”

Wanneer realiseerde u zich dat u een Roma was?

„Toen ik zes was. Ik ben nooit gediscrimineerd. In Kucura groeide ik op met de dorpsjeugd. Iedereen in de klas was mijn vriend. Wel waren we arm en ik droeg geen mooie kleren.”

En daarna?

„Tussen april en augustus werkte ik vroeger op het land in de suikerbieten, paprika’s, tomaten en aardappelen. Toen ik 14 jaar was, kwam ik in aanraking met het Evangelie en leerde ik Jezus kennen. Ik vroeg de voorganger wat ik voor de kerk kon doen. Hij zei dat ik de toiletten en de kerk moest schoonmaken. Ik was blij dat ik dat kon doen en zo begon mijn bediening. Later ging ik met kinderen werken en in 2000 werd ik hulppastor in de toen zeer charismatische, evangelische kerk. In 2004 ontstond er een conflict in de kerk. Ik heb deze kerk verlaten en ben een eigen gemeente begonnen.”

Beloven

Niet lang erna ontmoette hij Ria Wormsbecher van de Stichting Hulp Oost-Europa. Zij maakte indruk op hem. „Ze zei: Ik wil jullie helpen, maar beloof jullie niets. Ik was geweldig blij met deze woorden. Daarvoor beloofde iedereen van alles en nog wat en kwam er niets van terecht. Ik zeg dus zelf ook altijd: Ik wil helpen, maar beloof niets.” In 2009 kwamen de hervormde gemeenten van Oldebroek en Leerdam helpen met de bouw van het huis en de kerk. „Door de steun uit Nederland horen duizenden mensen in Servië het Evangelie. Ik weet niet hoe ik al die mensen in Nederland moet bedanken.”

Servië is lange tijd geteisterd door oorlogen. Dat kan niet aan u voorbij zijn gegaan?

„Toen er oorlog was tussen Kroatië en Servië (1991) zat ik net op school. Ik herinner me alles nog. Er was een embargo, we hadden het zo arm dat mijn grootmoeder noodgedwongen brood bakte van het voer voor het vee. We hadden slechts één kip die dagelijks een ei legde en dat kreeg ik dan bij het ontbijt.”

In 1999 volgde de Kosovocrisis en werd Servië zwaar gebombardeerd. „Ik was een jaar of vijftien. Ik weet van een keer dat we met 25 man op het land werkten en er een bombardement losbarstte. De angst om te sterven was zo groot dat we allemaal maagpijn hadden.”

Verlangen mensen in Servië terug naar het oude Joegoslavië?

„Ja, vooral ouderen verlangen naar de tijd van president Tito. En anderen zeggen dat we als landen op de Balkan meer moeten samenwerken.”

Andere kerken

De Evangelische Kerk groeit, stelt Subotin. In Kucura is de verstandhouding met de orthodoxe kerk uitstekend. Ook met rooms-katholieken en Grieks-katholieken is die goed. „Met Kerst organiseren we samen een concert. Je ziet onze verschillen, maar we hebben ook veel gemeenschappelijk. Het is een multiconfessioneel gebeuren in Kucura. Ik kan goed overweg met de orthodoxe priester, want hij is van dezelfde leeftijd als ik. Hij komt uit het zuiden van Servië waar evangelische kerken veel meer als sektarisch worden bejegend.”

Overigens ondervinden de evangelische kerken in heel Servië weerstand van de orthodoxe kerk. „Maar evangelische kerken hebben daar ook schuld aan”, vindt Subotin. „Evangelischen veroordelen orthodoxen vaak vanwege praktijken als iconenverering. Dat maakt orthodoxen boos en dat begrijp ik. Ik vind dat je het gesprek anders moet voeren en dat je bij de Bijbel en bij God moet beginnen. We zijn vaak te snel met het benoemen van de fouten van de ander en dat is niet de juiste weg. Logisch dat de orthodoxen dan zeggen dat wij de traditie weggooien.

De traditionele kerken hadden bij de overheid een streepje voor op de evangelische kerken. Maar de laatste jaren gaat het echt beter. We hebben een platform van evangelische kerken (PEUS) onder voorzitterschap van Samuilo Petrovski. Petrovski heeft goede contacten in de regering en wordt alom gerespecteerd. Vorig jaar bezocht het bestuur van PEUS, waar ik ook in zit, voor het eerst het parlement van Servië en dat was positief. Ze proberen ons te helpen.”

Eenheid

Wat is volgens u de opdracht voor de protestantse, evangelische kerken van Servië?

„Evangelische kerken van Servië zouden meer als eenheid moeten optreden. Dat is nu niet het geval. Elke voorganger heeft zijn eigen koninkrijkje en elke pastor heeft de beste leer en het beste onderwijs. We zijn een arm land. Als Amerika met duizend dollar komt, accepteren evangelische kerken dat te snel. Dat komt de eenheid ook niet ten goede. Sorry, maar het is waar. Dat is niet goed voor ons.

Ik heb meer op met Nederlandse kerken die onze manier van leven en werken steunen. Nederlanders zeggen niet: Dit is de beste manier van werken en zus of zo moet je het doen. Nee, wij stemmen de zaken gezamenlijk af en daar leer ik veel van. Het is mijn gebed dat we meer vrijheid in dit land krijgen. Ook dat evangelische en gereformeerde kerken de Romakerken accepteren en oprechte liefde voor ons tonen. We zijn allemaal protestants in een traditie die 500 jaar bestaat.”

Welke betekenis heeft Jezus Christus voor u gekregen?

„Ik leef vooral bij Mattheüs 25:35-40. Ik help vluchtelingen omdat ik ook een vreemdeling ben, net als zij. Met Mattheüs 25 bemoedig ik mijn team: Als we helpen, moeten we de naaste zien in de ander, ook als die geen christen is. We moeten hongerigen, dorstigen, gevangenen, zieken en vreemdelingen helpen en liefhebben, zoals we ook Jezus liefhebben. Nee, ik ben niet bang voor moslims. Ik heb ze lief en ik weet dat Jezus Zijn leven voor hen heeft gegeven. Ik ervaar soms meer vrijheid als ik vluchtelingen help dan wanneer ik met Serviërs te maken heb.”

Dit is het slot van een tweeluik over (de opvang van) vluchtelingen in Servië.