Reis af naar India en stop de verrommeling van... Nederland

De verrommeling van het Nederlandse landschap moet een halt worden toegeroepen, en wie daarvan niet overtuigd is, zou eens naar een ontwikkelingsland moeten gaan: zo erg kan het dus worden!

Valt er vanuit het verre buitenland nog iets te leren als het om de Nederlandse provinciale verkiezingen van volgende week gaat? Ik denk het wel.

De thema’s ruimtelijke verrommeling en landschappelijke degradatie vielen de afgelopen weken nogal eens tijdens debatten en interviews. Logisch, want de provincies zijn de eerstverantwoordelijken voor de inrichting van het landschap.

De landschappelijke verfomfaaiing is een zorg van menige Nederlander, en dat is niet voor niks. Windmolens zitten steeds vaker in de weg als je van je af wilt kijken, en donkere wolken pakken zich samen boven iedereen die van groene weiden houdt: die moeten immers veranderen in zonneweiden, een soort glazen zee van zonnepanelen.

De verrommeling van het landschap is al langer bezig, en daar zijn wij burgers/consumenten zelf schuldig aan. Iets kopen op bestelling is immers populair, maar het betekent wel de opmars van pakketpostdiensten, en die hebben op hun beurt weer behoefte aan distributieloodsen. Die grijze blokken duiken vooral buiten steden en dorpen op, langs snelwegen, en daar hinderen ze het zicht van iedereen die wil genieten van het Nederlandse landschap.

Iedere keer dat ik ergens in het verre buitenland ben –in India bijvoorbeeld– word ik herinnerd aan die Nederlandse verrommeling. Dat komt door de bende die je dáár aantreft. Het platteland in ontwikkelingslanden oogt doorgaans als een uitgestrekte vuilnisbelt. De talloze gaten en kuilen in onverharde wegen vallen natuurlijk het eerst op – en wie ze niet ziet, die voelt ze wel. Vuilnis ligt her en der verspreid, autowrakken en afgedankt puin vullen de bermen. Struikgewas hangt vaak vol met stukken plastic, en niemand lijkt zich er druk om te maken. Dorpen ogen als een verzameling garageboxen, maar dan in dienst als winkeltje, of als reparatieplek van een autohandelaar.

Verslonzing van het landschap is in ontwikkelingslanden vaak een kwestie van zwak bestuur, of het komt door gebrek aan financiële middelen.

De misstanden in die landen zijn voor mij een schrikbeeld van hoe de publieke ruimte kan verslonzen: staat het Nederlandse landschap ook zoiets te wachten?

Die vraag klemt omdat welvaart niet altijd garandeert dat het goed komt met die ruimte. Waarde hechten aan een fraai landschap heeft immers ook te maken met waarden die je koestert. Het bedrijfsleven alle ruimte geven vanuit fanatiek neoliberaal denken loopt meestal niet goed af voor het landschap.

Soms zijn doorslaggevende factoren minder hoogdravend en is gebrek aan interesse de reden van verrommeling.

Een bewijs daarvan zie ik in de tuin van mijn buren. Die wordt ernstig verwaarloosd sinds zij verslingerd zijn aan de Iphone en ander gereedschap voor sociale media. De leefwereld van mijn buren is een digitale geworden en daarom doet hun tuin er niet meer toe.

Zoiets zou zomaar kunnen gebeuren in de publieke tuin die ons landschap heet: verwaarlozing uit desinteresse. Een reisje richting het arme zuiden is dan een nuttige correctie. En daarna? Snel het stemhokje in!