Raqqa zal nooit meer hetzelfde zijn

Syrië likt zijn wonden
De Armeens-katholieke Kerk van de Martelaren in Raqqa is totaal verwoest. Links de kerk vóór 2013, toen Raqqa nog onder het bewind van de Syrische president Assad viel. Midden onder het regime van IS, dat zijn vlaggen op de kerk plaatste en het kruis weghaalde. En rechts de kerk vandaag; verwoest tijdens de bevrijding van de Syrische stad. beeld AFP/Jacopb Hoekman
4

Hier, wijst een militair. „In dit huis woonden voor de oorlog nonnen. Daesh gebruikte het voor z’n administratie. Er ligt nog van alles.”

Het is aardedonker in het centrum van Raqqa, de eeuwenoude stad aan de Eufraat. De nacht is gevallen en stroom is er niet in de verwoeste voormalige Syrische hoofdstad van Islamitische Staat – of Daesh, zoals de meeste Arabischtaligen smalend zeggen.

Raqqa

Over het puin lopen we voorzichtig de restanten van het huis binnen, bedacht op mijnen die overal verstopt kunnen zitten en die zelfs door iets banaals als flitslicht kunnen worden geactiveerd. In een kamer liggen papieren met Arabisch schrift op de grond. Ordners in een kast bevatten nog veel meer documenten. We lichten onszelf bij met het lampje van onze smartphone. Er gaat geen explosief af.

Ik raap een document van de grond. ”Islamitische Staat, provincie Raqqa”, staat in sierlijk Arabisch op het briefhoofd. Het is nog maar een enkele maand geleden dat de terreurgroep hier heer en meester was. Zelfs nu zitten er vermoedelijk nog IS’ers in het uitgebreide ondergrondse gangenstelsel van Raqqa.

Een van de militairen die bij me zijn, pakt een aantal andere papieren. Sommige bevatten namen van gevangenen en hun straf; meestal de dood door onthoofding, uit te voeren op het centrale plein van Raqqa waar ik zojuist rondliep. Hier gebeurde het, nog maar zo kortgeleden. Hier huisde de leiding van de ergste terreurgroep ter wereld. Hier liet het kwaad zich in het gezicht kijken.

Terug naar het centrale plein. Het is in feite een grote rotonde, waar ooit IS-tanks hun overwinningsrondjes reden. In het midden is een verdiepte ruimte gecreëerd, met een hek eromheen.

Macabere grappen

Dit is het beruchte plein van de executies. Ooit heette dit het Naïmplein, dat vertaald kan worden als Plein van de Zaligheid. Je kon er ijs kopen, er zat een notenwinkel en er was een café met de naam Al Naïm, waar nu op recensiesites veel macabere grappen over worden gemaakt. Het was een bekende plek voor veel inwoners van Raqqa. Een plein om te flaneren als het na zonsondergang wat minder heet werd.

Maar nadat IS in 2014 Raqqa tot zijn hoofdstad maakte, werd het plein omgedoopt tot Helleplein. En het is niet moeilijk te raden waarom. Hier werden mensen gekruisigd. Hier werden hoofden afgehakt op een houtblok met een uitsparing voor de kin van het slachtoffer, terwijl kinderen toekeken – een betere leerschool bestond er niet volgens de IS-ideologie.

Vastgespietst

Ik sta op het plein en kijk met afgrijzen om me heen, nauwelijks in staat om goed tot me te laten doordringen wat hier gebeurde. Op de spijlen van het hek werden de hoofden vastgespietst. Op z’n minst gebeurde dat met vijftig militairen van de 417e Syrische divisie nadat zij door IS-strijders waren gevangengenomen. Er is (gruwelijk) beeldmateriaal van.

Een militair die zelf uit Raqqa komt, weet hoe het vervolgens ging. „Jongens die geen geld hadden om een bal te kopen, haalden hier gewoon een hoofd van het hek om mee te voetballen. Er waren er genoeg.” Hij hangt zijn kalasjnikov over zijn schouder en wijst om zich heen. „Hier, hier, hier: op iedere spijl zat een hoofd.”

Zesde eeuw

Naast het plein staat een gebouwtje met daarop nog de aan flarden geschoten banieren van Al Furqan, het belangrijkste mediakantoor van IS. En vlak daarbij, vreemd genoeg, een kerk. Hoewel, vreemd genoeg? De geschiedenis van het christendom in Raqqa gaat terug tot de zesde eeuw – nog voordat de islam bestond. Deze stad was de woonplaats van duizenden christenen, die vrijwel allen zijn gevlucht in maart 2013, toen de voorloper van IS de stad in bezit nam.

Naar verluidt hebben maar enkele christelijke gezinnen het beleg van Raqqa door IS meegemaakt – door de ”jizya” te betalen, de (hoge) belasting die IS hun oplegde om christen te mogen blijven.

De kerk vlak bij het Naïmplein is niet zomaar een kerk. Het is de beroemde Armeens-katholieke Kerk van de Martelaren. Of is het beter om berucht te zeggen? Beelden van de kerk gingen de wereld over nadat IS hier de touwtjes in handen kreeg. Het kruis verdween van het dak, de zwarte zegelvlag van IS kwam ervoor in de plaats. De leiding van het zelfbenoemde kalifaat gebruikte het godshuis de afgelopen jaren om gelikte promotievideo’s van IS te tonen.

En dat is nog niet alles. De militairen die bij me zijn, wijzen naar de grond, waar zich nog altijd tunnels moeten bevinden. De kelders onder deze kerk werden gebruikt om jezidimeisjes vast te houden, tot het moment dat ze als slavin werden verkocht.

Vandaag is er niet veel meer van het gebouw over. Het heeft nauwelijks nog muren. Van alle kanten kun je erin lopen, hoewel dat door het explosiegevaar niet aan te raden is. De Kerk van de Martelaren is tijdens de laatste slag om Raqqa gevallen, zoals duizenden gebouwen in deze stad.

Staalconstructies

Grote delen van de stad zijn veranderd in één grote puinhoop van beton en staalconstructies. Nooit eerder in mijn leven zag ik zo veel verwoesting bij elkaar. Niet in Irak, niet in het Syrische Homs. Hier zijn eigenlijk geen woorden voor. Complete wijken, straat na straat, liggen in puin. Autowrakken zijn overal, soms uitgebrand, soms geplet, soms aan stukken gereten – ongetwijfeld in sommige gevallen tijdens de rit.

Een paar weken geleden lagen de lichamen hier nog op straat. Die zijn voortvarend weggehaald om de uitbraak van besmettelijke ziektes tegen te gaan, al zal zich vast hier of daar nog wel een lichaam van een IS’er of van een burger bevinden.

Tussen twee appartementencomplexen die waarschijnlijk nooit meer bewoond zullen worden, en waar resten van gordijnen uit de kapotgeschoten ramen wapperen, warmen drie mannen zich bij een vuurtje. Een van hen is Maurice, een welvarende christen uit Raqqa die vluchtte naar de stad Qamishli toen IS zijn woonplaats veroverde. Hij is net voor het eerst teruggegaan om te kijken wat er van zijn huis over is. Maar eigenlijk weet hij het nog steeds niet precies. Het is te gevaarlijk om zijn huis te bereiken, omdat het in een wijk staat die nog niet is gecontroleerd op mijnen en andere explosieven.

Van een afstandje heeft hij al wel gezien dat het pand deels is ingestort en voor het andere deel zwaar is beschadigd. „Ik ga terug naar Qamishli en blijf daar met mijn gezin”, zegt hij gelaten. „Voor ons is hier geen plaats meer.” En zeker niet als christen, vult hij aan. „Degenen die nu in Raqqa zijn, hebben nog altijd de mentaliteit van IS”, zegt hij. „Mijn vertrouwen in deze mensen is weg. Helemaal weg. Ik kan hier niet meer wonen.”

Gelijkgestemden

Het is het oude liedje. Een treurig liedje, in het bijzonder tussen de puinhopen van Raqqa. Wie denkt dat de situatie weer normaal wordt nadat de oorlog voorbij is, vergist zich. Het cement van een samenleving bestaat uit vertrouwen. En zéker in een land als Syrië, met zijn verschillende bevolkingsgroepen, is dat vertrouwen een basisvoorwaarde.

Maar in Raqqa en omgeving is vrijwel niets van dat vertrouwen over. Zelfs als Raqqa wordt herbouwd, wat een onmogelijke klus lijkt, zal blijken dat het repareren van onderling vertrouwen een nog veel ingewikkelder zaak is.

Wat overblijft? Nog meer mensen die Syrië vaarwel zeggen en naar omliggende landen vertrekken – of, nog liever, naar het Westen. En degenen die daar geen enkele kans voor hebben? Die wonen in wijken met gelijkgestemden. Christenen bij elkaar, soennieten bij elkaar, Koerden bij elkaar, alevieten bij elkaar. Deze oorlog heeft de geografie van het land veranderd tot in de verre toekomst.

Sykes-Picot

En, gek genoeg, dat is precies wat IS wilde. Het kalifaat moest een einde maken aan de huidige grenzen in het Midden-Oosten, die er al ruim honderd jaar zijn. Het zijn lijnen die zijn getrokken op westerse tekentafels. De Britten en de Fransen sloten in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog een geheim akkoord waarin ze het Midden-Oosten onder elkaar verdeelden: het Sykes-Picot-akkoord.

De Fransen kregen grofweg het noordelijk gedeelte inclusief Syrië, de Britten het zuidelijk gedeelte. Het verklaart de kaarsrechte lijnen die veel staten in het Midden-Oosten nog altijd hebben. Afrekenen met die westerse grenzen was een van de doelstellingen van IS. Het kalifaat zou grensoverschrijdend zijn, één groot islamitisch grondgebied voor alle moslims.

En inderdaad brak IS door de grenzen van Syrië en Irak heen. Tot de terreurorganisatie werd geminimaliseerd en het kalifaat vrijwel al zijn grondgebied verloor, aan het eind van 2017.

Maar daarmee werd de oorspronkelijke situatie niet hersteld. In Irak probeert de nationale regering met wisselend succes de macht van Koerden in het noorden zo veel mogelijk in te perken, en in Syrië moet president Assad tandenknarsend toezien dat hij ook in het post-IS-tijdperk in flinke delen van zijn land niets te zeggen heeft.

Honderd jaar na Sykes-Picot staan er daadwerkelijk dingen te veranderen – maar of dat ten goede is, moet nog blijken. Het samengestelde leger onder leiding van de Koerden dat in Raqqa de lakens uitdeelt, doet in elk geval zijn best om te laten zien dat de stad en de regio beter af zijn zónder Assad.

Door het duister lopen we naar een militaire post in het hart van Raqqa. Ons water is op, maar op de basis is nog wel wat. Een militair komt met een hele tray vol flesjes aanzetten. Water van IS.

Een tiental strijders dromt om onze auto samen, verlicht door de koplampen en de lichten van onze telefoons. Sommige van hen zijn nog jongens, misschien 17 of 18 jaar oud. De vorige nacht heeft deze groep nog gevochten met naar men denkt achtergebleven IS-sympathisanten uit de tunnels onder de stad. Die tunnels zijn berucht. Er is, zo wordt wel gezegd, een bovengronds en een ondergronds Raqqa. Dat ondergrondse Raqqa is nog lang niet uitgekamd.

Intussen is de stad verweesd. In feite staat hij daarmee symbool voor het hele land, waar meer dan de helft van de inwoners op de vlucht is geslagen – binnen Syrië of erbuiten. Het kalifaat is wel verslagen, maar dat geldt ook voor de geesten van veel Syriërs.

serie Naoorlogs Syrië

Midden-Oostencorrespondent Jacob Hoekman reisde door Syrië en deelt zijn ervaringen in een serie. Deel 1: Hoe zeven jaar oorlog een land in puin legde.