Protesten Iran: geen Arabische lente op z’n Perzisch

Een Iraanse vrouw trotseert bij de universiteit van Teheran het traangas tijdens een van de demonstraties in het land. beeld AFP

Dood aan president Rohani, klinkt het al bijna een week in Iran. Wankelt het strengislamitische regime? De wens lijkt de vader van de gedachte. Midden-Oostenkenner Paul Aarts: „Alleen een luidruchtige minderheid wil ervan af.”

Veel westerlingen vinden het middeleeuws dat in Iran moslimgeestelijken de scepter zwaaien, zegt Aarts. Ze zien het regime liever vandaag dan morgen verdwijnen. Maar een doorsnee-Iraniër kijkt daar anders tegen aan, aldus de aan de Universiteit van Amsterdam verbonden Midden-Oostendeskundige.

Aanleiding voor de protesten is de beroerde economie. President Rohani beloofde dat Iraniërs het beter zouden krijgen na het sluiten van de nucleaire deal met de Verenigde Staten in 2015. Het tegenovergestelde gebeurde.

Korrel zout

„Vooral jongeren hebben het zwaar. Zo’n 40 procent zit zonder werk, onder hen zelfs gepromoveerden. En dan moeten er in Iran per jaar 1 miljoen banen bij komen om het werkloosheidscijfer niet te laten stijgen, onmogelijk natuurlijk. Het is een recept voor blijvende onvrede.”

Zegt Aarts daarmee dat de protesten primair economisch zijn en niet zozeer gericht tegen het politieke systeem? Volgens hem is in Iran dit onderscheid moeilijk te maken, omdat vrijwel alles er politiek is. Maar door de demonstranten gebezigde leuzen zoals „Dood aan Khamenei” (de hoogste geestelijk leider) en „Dood aan Rohani” (de president) moeten volgens hem niet worden overschat.

„Dit soort kreten moet je met een korrel zout nemen. Weliswaar zal het regime hiervan geschrokken zijn en in die zin zijn ze zeker niet betekenisloos. Maar het wil niet zeggen dat de 80 miljoen Iraniërs de regering kwijt willen. Alleen een luidruchtige minderheid wil ervan af, en bovendien woont daarvan al een groot deel in het buitenland. De overgrote meerderheid wil slechts een goedbelegde boterham.”

Waarop de protesten zullen uitlopen? „Dit soort volksopstanden kent altijd een onvoorspelbaar verloop. Het enige wat ik durf te zeggen, is dat het regime nu niet serieus in gevaar is.”

De in New York woonachtige Iraniër Hooman Majd –auteur van onder meer het in 2010 verschenen boek ”Een democratie van ayatollahs”– wuift de mogelijkheid van een „regime change” stellig van de hand. „Er is niets wat daarop wijst”, zei hij dinsdagavond per telefoon.

Hij vergelijkt de protesten van nu met de „groene beweging” die in 2009 demonstreerde tegen grootschalige stembusfraude. „Achtenhalf jaar geleden gingen zo’n 4 miljoen mensen de straat op; nu –hoewel verspreid door heel het land– relatief kleine groepen. Bovendien gaat het dagelijks leven gewoon door. Mensen gaan naar hun werk en ook de winkels zijn open. Het is geen Arabische lente op z’n Perzisch. De autoriteiten kunnen dit prima handelen.”

Wat ook wezenlijk anders is dan in 2009: het gebruik van geweld. „Toen demonstreerden Iraniërs vreedzaam, nu schoot een demonstrant zelfs een politieagent neer. Ongehoord. Ook bij de kleinere protesten die de afgelopen jaren plaatsvonden en de westerse media niet haalden, kwam dit niet voor.”

De Amerikaanse president Trump volgt op de voet wat er in Iran gebeurt. Via Twitter meldde hij onder meer dat al het geld dat Obama gaf naar terrorisme is gegaan en in de zakken van de machtshebbers is verdwenen. Daarop valt weinig af te dingen, maar er zullen maar weinig Iraniërs blij zijn met zijn steun, aldus Majd. „Het enige wat Trump wil, is Iran verder isoleren, en daar is de bevolking niet bij gebaat.” Paul Aarts: „De woorden van Trump zijn de doodskus voor de demonstranten in Iran.”