Premier van Spanje blundert met stoere taal

De Spaanse premier Pedro Sanchez blunderde deze week met iets te stoere verkiezingsretoriek. beeld AFP, Jorge Guerrero

„Soms ben je even niet zo precies”. Binnen 24 uur haalde Pedro Sánchez bakzeil. Woensdag insinueerde hij dat het Openbaar Ministerie naar zijn pijpen danste, donderdag bood hij zijn excuses aan en noemde hij het OM volstrekt autonoom. Daarmee gaf de sociaaldemocratische lijsttrekker toe dat hij een blunder had begaan.

Zondag kiezen de Spanjaarden voor de vierde keer in vier jaar een nieuw parlement. De verkiezingen zijn het gevolg van het onvermogen om na de vorige stembusgang in april een meerderheid te vormen. Of misschien was het onwil, want de sociaaldemocratische PSOE van Sánchez –die in april flinke winst had geboekt en de grootste partij was geworden– bleek steeds weer nieuwe bezwaren te vinden tegen een linkse coalitie met Unidas Podemos.

Het werkelijke struikelblok was echter niet Podemos. Een regeerakkoord van de sociaaldemocraten met Podemos zou de steun nodig hebben van de Catalaanse en Baskische partijen. En hoewel Sánchez aan deze partijen te danken had dat hij in 2018 premier was geworden, wilde hij dat voor geen goud. Het zou hem immers een gemakkelijk doelwit maken als „handlanger van de separatistische coupplegers.”

Sánchez vertrouwde erop dat een herhaling van de verkiezingen gunstig voor hem zou uitpakken. En inderdaad: de peilingen lieten maandenlang forse winst zien voor zijn partij. De sociaaldemocraten durfden zelfs even te dromen van een absolute meerderheid van 176 zetels – nu hebben ze er 123.

Maar de voorbije weken is die trend gekeerd. Sánchez is weer terug bij af. Zijn PSOE schommelt nu rond de 120 zetels. De sociaaldemocraten blijven daarmee de grootste, maar de rechtse Volkspartij (PP) klimt uit het dal en kruipt naderbij. Met harde taal tegen Catalonië probeert Sánchez zijn rechtse rivaal Pablo Casado op afstand te houden.

Puigdemont

„Ik beloof Puigdemont naar Spanje te halen en hem voor de rechter te slepen”, zei Sánchez begin deze week in een tv-debat. De voormalige Catalaanse premier, die in oktober 2017 met enkele andere leden van zijn kabinet naar België was uitgeweken, wordt in Spanje beschuldigd van oproer. Twee eerdere uitleveringsverzoeken aan België waren op niets uitgelopen en weer ingetrokken. Een derde verzoek werd onlangs uitgevaardigd na de recente veroordeling in Spanje van negen medestanders van Puigdemont tot lange celstraffen.

Over Europese uitleveringsverzoeken beslist Justitie in de betrokken landen, niet de regering. Hoe dacht Sánchez zijn belofte waar te kunnen maken? vroeg een journalist hem. „Onder wie valt het OM?”, was zijn wedervraag. „Onder de regering dus.” Oftewel: het OM doet wat ik wil.

De reacties lieten niet op zich wachten. De officieren van justitie vlogen verontwaardigd in de gordijnen, de advocaat van Puigdemont zag een nieuw argument voor de stelling dat het hier om politieke vervolging gaat

Sánchez had erop gerekend dat de opgraving van dictator Franco en de zware veroordelingen van de Catalaanse leiders in zijn voordeel zou werken. Dat lijkt een misrekening. De peilingen wijzen op een spectaculaire groei van Vox. Niemand verslaat deze ultrarechtse partij in radicale maatregelen tegen Catalonië, het centrale thema in de campagne.