Post Uit Jeruzalem: temperatuur laten opmeten bij de supermarkt

Buitenland
Politie draagt mondkapje in Israël. beeld AFP, Ahmad Gharabli

De coronacrisis heeft ook hier in Jeruzalem een grote invloed op het leven van de burgers om ons heen. Onze hoogste prioriteit is de voorschriften in acht te nemen om gezond te blijven.

De voorschriften buitenshuis zijn duidelijk: houd twee meter afstand en draag een mondkapje. Wie geen kapje draagt, maakt kans op een boete van omgerekend 50 euro, ook al deelt de politie weinig bekeuringen uit. Overal zijn maatregelen getroffen om risico’s te verkleinen.

De beveiliger die bij de voordeur van de supermarkten op een stoeltje zit, had vroeger alleen maar de taak in de tassen te kijken om te controleren of niemand wapens meenam.

Maar deze dagen heeft de beveiliger er een nieuwe taak bij. Hij dient de temperatuur op te nemen van iedereen die naar binnen wil. Dat gebeurt met een thermometer, die wel wat op een pistool lijkt.

Hij houdt het apparaat voor mijn voorhoofd en zegt: „Petje af graag.” Ik zeg: „Hoever?” In het begin wilde hij dit nog wel zeggen, maar inmiddels niet meer. Een van de beveiligers, die er blijkbaar genoeg van had de hele dag zijn arm op te lichten, zei: „Ik doe het wel even op uw arm. Dat is een graad minder dan op het hoofd.”

Bij een van de supermarkten die wij geregeld bezoeken, komen klanten niet zonder mondkapje naar binnen. Vergeten? Geen nood, bij de voordeur kunt je er een kopen. Sommige klanten dragen ook handschoenen.

Ook de kassière houdt haar handen bedekt. Om het risico van besmetting verder te verkleinen, draagt ze bovendien een spatmasker. Als een klant opeens een hoest- of niesbui krijgt, is zij beschermd tegen ‘rondspringende’ virussen.

In bussen en trams dragen de meeste passagiers een mondkapje, al hebben ze dat dikwijls naar beneden getrokken – onder de neus, of zelfs onder de mond. In april en begin mei was het houden van twee meter afstand van elkaar nog te doen, maar nu het steeds drukker wordt, is dit niet meer mogelijk.

Tot nu toe zijn er 300 Israëliërs aan het virus bezweken. Al zijn dat er 300 te veel, toch doet Israël het qua aantallen slachtoffers in vergelijking met andere landen goed. Het aantal ernstig zieken is met 35 op dit moment ook vrij gering. Er komen dagelijks ruim 150 patiënten bij, maar die hebben relatief milde verschijnselen. De opleving van het virus is vooral op scholen te zien.

Dat is niet zo verwonderlijk. Als ik zo om me heen kijk op straat, zie ik dat de ene generatie zich beter aan de voorschriften houdt dan de andere. Er zijn altijd uitzonderingen, maar jongeren onder de pakweg 25 jaar houden zich nergens aan. Jeruzalemmers tussen de 25 en 50 houden zich vrij redelijk aan de voorschriften en boven de 50 redelijk tot goed.

Zelf ben ik sinds de lockdown ook weer twee keer bij een restaurant geweest. Een keer was op een terrasje, voor een werkbespreking met twee collega’s. Het terrasje zat voor slechts een vijfde deel vol. Een dergelijke leegte was ondenkbaar voor de pandemie.

De tweede keer was in een restaurant. Ook die eetgelegenheid was vrij leeg, met drie andere groepjes of echtparen. Iedereen die binnen kwam, probeerde een plek zo ver mogelijk van de anderen vandaan te vinden.

De serveerster had keurig een mondkapje op. De kok was de enige met het mondkapje op de kin. Het valt ook niet mee je overal aan te houden.