Post uit Caïro: Juf in speelzaal is altijd tot geven van goed ‘advies’ bereid

Roze t-shirt als schooluniform in Caïro. beeld Frederike Hessing

In Egypte dragen de kinderen op school een uniform. Zelfs onze twee-jarige dochter gaat in vol ornaat naar de peuterspeelzaal. Adviezen over aanschaf geeft de juf er gratis bij.

Helemaal gelukkig was ik er niet mee dat onze dochter al op zo’n jonge leeftijd een uniform aan moest. Het viel achteraf echter reuze mee. Het ‘uniform’ bleek slechts een t-shirt te zijn. Nu de winter langzaam zijn intrede doet, wordt het er één met lange mouwen. Roze voor meisjes, blauw voor jongens.

Bij de aanschaf suggereerde de juf dat ik het uniform ook „buiten” kon kopen, oftewel niet bij de peuterspeelzaal zelf, maar bij een andere winkel. De uitdrukking klonk me niet vreemd in de oren. Mijn schoonzus heb ik wel eens hetzelfde horen zeggen bij de aanschaf van het schooluniform van haar zevenjarige dochter. Vaak kopen ouders het uniform ”buiten” om de prijs nog een beetje omlaag te krijgen. Ik had echter geen flauw vermoeden waar ik een roze t-shirt met het embleem van de peuterspeelzaal zou moeten vinden – behalve dan bij de peuterspeelzaal zelf. Dus hebben we het kledingstuk toch maar op de plek zelf gekocht.

Tijdens het passen bleek het t-shirt ruim een maat te groot te zijn. Dus vroeg ik om een kleiner exemplaar. De juf vertelde me: „Weet je zeker dat je een maat kleiner wilt? Je kunt deze op de groei kopen, dan heeft ze er volgend jaar ook nog wat aan. De meeste ouders kopen een maat groter dan hun kind eigenlijk nodig heeft.”

In een tijd dat de salarissen in verhouding mondjesmaat stijgen en de prijzen van eerste levensbehoeften de afgelopen jaren de pan zijn uitgerezen, is het heel begrijpelijk dar ouders op elke mogelijke manier nog wat geld proberen te besparen. Maar ik kon me niet voorstellen dat ik onze dochter in een klein model soepjurk liet rondlopen. Dus reageerde ik: „Ja ik weet het zeker, dit is echt veel te groot.”

Inmiddels gaat onze peuter al enkele maanden gelukkig naar de peuterspeelzaal. Ze vindt het geweldig om met de „baby’s” te spelen. Ze spreekt inmiddels een aardig mondje Arabisch en Engels. En ze heeft geleerd een kruisje te slaan, zoals het betaamt op een koptisch-christelijke peuterspeelzaal.

In het begin was het natuurlijk wennen en moest ze weleens een traantje laten. Ik trouwens ook. Ik was gewend om haar elke dag bij mij thuis te hebben. Dus zeker in het begin was het een proces van loslaten, waar ik zelf ook doorheen moest. In die periode kon ik de manier van doen van de leidsters van de peuterspeelzaal niet altijd waarderen. Achteraf kan ik er echter wel om lachen.

Een van die momenten tijdens het ophalen staat in mijn geheugen gegrift. Ik wacht tot de deur opengaat en ik mijn dochter weer in de armen kan sluiten. Na een poosje wachten gaat de deur open. Mercy staat klaar met haar tas en ik krijg in het Egyptisch-Arabisch te horen: „We willen melk, mama.” Voor ik iets kan zeggen, doet de juf de deur alweer dicht. Ik sta perplex.

Sinds dat akkefietje heeft mijn dochter een flesje melk bij zich naast haar flesje water. Problemen zijn er sindsdien niet meer geweest. Deze situatie vond ik destijds heel onbeleefd, maar gaandeweg ben ik gaan inzien dat dit niet de gebruikelijke manier van doen is. Ze bracht de boodschap alleen maar zó, om duidelijk te zijn. Het had vriendelijker gekund, maar afijn. Zolang het bij adviezen over t-shirts en melk blijft, valt het allemaal wel mee.