Post Uit Berlijn: gezichtsgymnastiek voor uitspraak Duits

Duits raakt bij Nederlanders in onbruik. beeld iStock, Andrey Krav

Al jaren klinkt de klaagzang over de langzaamaan wegkwijnende beheersing van het Duits bij Nederlanders. Het aantal leraren Duits is schaars; scholen maken er een keuzevak van.

Waar men zich in de grensstreek nog goed verstaanbaar maakte in een grensoverschrijdend dialect, moeten mensen zich steeds vaker behelpen met een overzeese taal: het Engels.

En dat terwijl we in Duitsland een buitengewoon belangrijke handelspartner hebben. Zaken gaan nu eenmaal makkelijker wanneer je de taal van de klant spreekt. Tegelijk hoor ik hier in Berlijn regelmatig Nederlandse toeristen in het Engels een kopje koffie bestellen. Logisch ook, want we worden in de media nauwelijks nog met het Duits geconfronteerd. Zo verleren we zelfs de meest basale gesprekjes.

Van Duitsers hoor ik vaak: „Jullie spreken toch allemaal vloeiend Duits?” Ze moesten eens weten. Misschien baseren ze hun rooskleurige voorstellingen op ervaringen in toeristische trekpleisters als Domburg, Noordwijk of Ameland. Daar weet de lokale middenstand wel hoe belangrijk het is om de taal van de gast te spreken.

Toch wil ik niet alleen maar somberen over de afnemende taalvaardigheid. Lichtpuntjes zijn er namelijk ook. Zo kreeg een aantal voetbaltrainers, museumdirecteuren en bedrijfsleiders de afgelopen jaren eervolle aanstellingen in Duitsland, waar ze al snel zonder al te veel te hakkelen de pers de woord stonden. Het kan dus wel.

Toen ik naar die dappere landgenoten luisterde, viel me een aantal foutjes op die we als Nederlanders blijkbaar allemaal maken. Ik zelf ook, maar ik had het geluk bevriend te raken met een Duitser die alle beleefdheidsvormen aan de kant schoof, en me aan het werk zette met een probleem dat me zelf nog niet was opgevallen.

Kennelijk spreken wij Nederlanders behoorlijk eentonig en onverstaanbaar. Ik hoef tegenwoordig maar met een half oor naar de radio te luisteren, maar ik pik de Nederlanders er direct uit. Ook wanneer ze grammaticaal bijna foutloos zijn. We behandelen het Duits namelijk net zo vlak en bijna lui als onze moedertaal. En daar greep mijn vriend in: doe eens meer je best, gebruik al je spieren in je gezicht.

Hij hielp me kritisch luisteren naar afzonderlijke klanken. En warempel, wat moffelen we veel letters weg! Mijn ”Aha Erlebnis” kwam bij het woord ”bisschen”, dat ik altijd uitsprak als ”biesjen”. Hak dat woord doormidden. ”Biss” sluit je af met de scherpe s, gevolgd door ”chen” met een zachte g die in Limburg niet zou misstaan.

Het was een erg behulpzame schop onder mijn achterste. Zo leerde ik meer drama in mijn woorden te leggen, meer aandacht voor de afzonderlijke klanken. In het begin voelt het alsof je overdrijft. Maar de beloning volgde snel. Waar ik voorheen dankzij mijn accent gauw door de mand viel, krijg ik nu nauwelijks nog de vraag waar ik vandaan kom.

Mijn verhaal werd bevestigd door mijn moeder. Ze vertelde over haar strenge dirigent die een Nederlands koor werken van Bach wilde laten zingen met de juiste uitspraak. Daarom hierbij een oproep aan alle koorleden die Duitse componisten eer aan willen doen: sis als een slang, sproei als een gieter, trek je mondhoeken wagenwijd open en gooi de schroom van je af. Met de juiste gezichtsgymnastiek klinkt Bach al ”ein bisschen besser”.