Polarisatie rond stemmen per post

Verkiezingen VS 2020
Bij verkiezingen in de Amerikaanse staat Ohio in april werd gebruikgemaakt van stemmen per post. beeld AFP, Megan Jelinger
2

Politici en ambtenaren in Amerika breken zich het hoofd over het houden van verkiezingen in coronatijd. De oplossing? Stemmen per post. Democraten vinden dat zeker een optie, een groot deel van de Republikeinen –president Trump voorop– bepaald niet.

De mogelijkheid om het stemformulier met daarop de naam van de kandidaat van je keuze in een enveloppe te stoppen en de postbode te vragen om die bij het stembureau af te geven, bestaat in vrijwel alle staten van Amerika al jaren. Het enige wat de kiezer moet doen, is tijdig een stembiljet aanvragen en zorgen dat dit uiterlijk op de dag van de verkiezing bij de stemcommissie is. In de meeste staten is opgave van een reden voor het stemmen per post ook niet nodig; zestien staten willen die wel vernemen én beoordelen.

Nu de coronapandemie nog niet op haar retour lijkt te zijn, willen de meeste staten de mogelijkheid om per post te stemmen verruimen. Elf van de zestien die tot nu toe nog eerst de reden om per post te stemmen willen toetsen, zijn voornemens die eis te laten vallen. In de 34 staten die al langer een ruime mogelijkheid kennen om per post te stemmen, worden maatregelen genomen om kiezers hiervoor te motiveren. Zo wil de gouverneur van Californië alle kiezers ongevraagd een biljet toesturen waarmee ze per post hun stem kunnen uitbrengen.

Wachtrijen

Dit alles om te voorkomen dat er op 3 november, de dag waarop in Amerika de presidentsverkiezingen worden gehouden, lange wachtrijen voor de stemlokalen staan. Met alle gevaren op besmetting met corona van dien.

Illustratief zijn de voorverkiezingen in april van dit jaar in de staat Wisconsin. De democratische gouverneur Tony Evers wilde die vanwege de corona-uitbraak uitstellen. De rechter bepaalde anders. De Republikeinen in het staatsbestuur blokkeerden vervolgens het plan om per post te stemmen. Het resultaat: lange rijen van kiezers met mondkapjes en stemlokalen met functionarissen in beschermende pakken. In de weken die erop volgden werden er tientallen besmettingen vastgesteld bij burgers die hun stem hadden uitgebracht.

Toch zijn er politici, vooral binnen de Republikeinse Partij, die niets voor het stemmen per post voelen. Hun argument? De stemmethode leidt tot fraude. President Trump, die in het verleden zelf zijn stemformulier in een enveloppe deed, stelde half juli dat de komende verkiezingen de meest corrupte uit de Amerikaanse geschiedenis dreigen te worden omdat veel kiezers de posterijen zullen inschakelen. Risico’s die Trump en zijn partijgenoten onder meer noemen: kinderen kunnen de stembiljetten van de deurmat oprapen en die aan zwervers of daklozen geven, men kan de biljetten onder de kopieermachine leggen en zo extra stemmen genereren en de post kan bewust containers met retourenveloppen ophouden tot na de teldatum.

Momenteel worden er in meer dan tien staten processen gevoerd die een verruiming van de regels voor het stemmen per post moet blokkeren. In bijna alle gevallen zijn het Republikeinen die naar de rechter stapten.

Supermarkt

En het gevaar op besmetting? Conservatieve radiostations schamperen: Als die slappe Democraten werkelijk te bang zijn om naar het stembureau te gaan, moeten ze ook wegblijven uit de supermarkt.

Het idee dat stemmen per post fraude in de hand werkt, zit diep bij Trump en zijn partijgenoten. Maar de feiten wijzen niet in die richting. De Heritage Foundation, een conservatieve denktank met goede banden met het Witte Huis, houdt sinds 1990 een database bij met gevallen van kiesfraude. De afgelopen twintig jaar zijn er 143 incidenten geweest, oftewel 0,00006 procent van alle stemmen. Terwijl er al die jaren ook al (beperkte) mogelijkheden waren om per post de stem uit te brengen.

Kim Wyman is in de staat Washington aan de Amerikaanse westkust al een aantal jaren verantwoordelijk voor het verloop van de verkiezingen. Sinds 2005 wordt er in Washington bijna uitsluitend per post gestemd. „Probleemloos,” zegt de Republikeinse Wyman. „Ik ken geen voorbeelden van fraude.”

Wyman is niet de enige Republikein die vraagtekens zet bij de zorg van Trump dat stemmen per brief een grote kans op fraude biedt. Tom Ridge, voormalig gouverneur van Pennsylvanië en tijdens president Bush hoofd van het Bureau van Binnenlandse Veiligheid, zegt: „Trump heeft geen reden zich zorgen te maken over de betrouwbaarheid van het verkiezingsresultaat. Dat weet hij zelf ook wel. Ik denk dat hij meer bezorgd is over het resultaat dat het voor hem persoonlijk oplevert.”

Wantrouwen

Richard L. Hasen, hoogleraar verkiezingsrecht aan de University of California, wijst in een telefonisch interview op het effect dat Trump met zijn opmerkingen sorteert. „De president stelt dat het stemmen per post erg fraudegevoelig is. Maar daarvoor levert hij geen enkel bewijs. En tegelijk zijn de suggestieve opmerkingen van Trump erg gevaarlijk. Vrije en eerlijke verkiezingen zijn het fundament van een democratie. De uitspraken van Trump voeden het wantrouwen jegens de betrouwbaarheid van de verkiezingen. Dat schaadt de democratie.”

Echte fraude voorziet Hasen bij de komende verkiezingen dan ook niet, maar hij verwacht wel problemen, zeker als de coronapandemie nog voortduurt. „Als er niet snel begonnen wordt aan adequate voorbereidingen voor het stemmen per post gaat het verkeerd. Zo’n operatie vergt administratief veel werk, in sommige staten moeten de wetten worden aangepast en vergeet niet dat de posterijen ook aanpassingen moeten plegen. Dat kost tijd. En ook geld. Voor dat laatste moet de regering zorgen. En helaas, de president is vooralsnog niet bereid de posterijen extra geld te geven.”

Trump voorspelde donderdag omvangrijke fraude als de presidentsverkiezingen op 3 november hoofdzakelijk per post verlopen. beeld via Twitter

Registreren als kiezer geeft veel gedoe

Wie in Amerika zijn stem wil uitbrengen moet vaak wel enkele administratieve hordes nemen. Een uitleg.

Wie mag er stemmen?

Amerikaanse staatsburgers kunnen alleen hun stem uitbrengen wanneer ze als kiezer zijn geregistreerd. Bij de registratie kun je aangeven of je als Democraat, Republikein of als onafhankelijke te boek wilt staan. North Dakota is de enige staat waar de registratie niet noodzakelijk is.

Wanneer moet die registratie geschieden?

Dat verschilt van staat tot staat. Meestal is dat twee tot vier weken voor de verkiezingen. Maar dat is niet overal zo. In de staat Connecticut moet dat al drie maanden voor de verkiezingsdatum. In een derde van de staten kan de registratie ook op de verkiezingsdag zelf plaats hebben.

Is elke staatsburger als kiezer geregistreerd?

Zeker niet. Uit een studie van 2012 blijkt dat 24 procent van de burgers die in aanmerking komen om te stemmen zich niet laat registreren. Dat betekent dat zo’n 50 miljoen Amerikanen sowieso niet meedoen aan de verkiezingen. En van de geregistreerde burger doet vaak minder dan driekwart mee.

Is de registratie ingewikkeld?

Dat verschilt van staat tot staat. In sommige staten moet men zich persoonlijk op een kantoor van de gemeente melden om zich als kiezer te laten registreren. In andere staten kan dat online. In veel staten gaat de registratie automatisch bij het aanvragen van bijvoorbeeld een rijbewijs, invaliditeitskaart, paspoort enzovoort. Formeel zou dit sinds 1995 in elke staat de regel moeten zijn. Toen werd de National Voter Registration Act, bijgenaamd de Voter Motor Act, ingevoerd. Deze wet is bedoeld om de registratie van kiezers te bevorderen. Maar er zijn nog steeds staten die extra barrières opwerpen.

Welke barrières zijn dat?

Die extra belemmeringen worden soms aangebracht om de registratie voor bepaalde groepen moeilijk te maken. Zo was tot voor twee jaar in de stad New York de regel dat wie zich online als kiezer wilde registreren dat alleen kon doen als hij daarbij zijn rijbewijs gebruikte om zich te identificeren. Inderdaad bepaalt de wet dat men zich bij registratie moet identificeren. Maar nergens staat dat het gebruik van een rijbewijs de enige manier is. In een stad waar minder dan de helft van bevolking een rijbewijs heeft, is zo’n bepaling dus duidelijk een extra drempel.

In de staat Kansas werden bij de laatste verkiezingen, in 2018 voor het Congres, 30.000 kiezers niet bij de stembus toegelaten omdat de foto op hun registratiekaart niet aan de voorschriften zou voldoen. Later bleek dit niet juist. Maar toen waren de stembussen al lang gesloten.

Florida kende een aantal jaren een wet waardoor mensen die in de gevangenis hadden gezeten nooit meer mochten gaan stemmen. Bij een referendum in 2018 schrapten de kiezers die bepaling. Daarop zorgden de Republikeinen in Florida voor een nieuwe wet die bepaalde dat ex-gedetineerden eerst aan allerlei eisen moesten voldoen voordat ze weer als kiezer konden worden geregistreerd. De rechter veegde die wet van tafel.

De gouverneur van de staat Georgia, de Republikein Brian Kemp, probeerde in 2016 het aantal zwarte kiezers terug te dringen. Hij stuurde 360.000 stemgerechtigde bewoners van zwarte wijken een brief dat zij zich opnieuw als kiezer moesten registreren omdat zij waren verhuisd. Dankzij een snelle reactie van de activiste Stacey Hopkins werd deze actie weer afgeblazen. Hopkins wist dat de zwarte burgers vaak slordig zijn met ambtelijke post. Maar als kenner van de wet wist ze ook dat het niet nodig was om je opnieuw te laten registreren zolang je maar in hetzelfde district bleef wonen. Dit gold voor veruit de meeste kiezers die een brief hadden ontvangen.

Is de registratie een garantie dat er bij de verkiezingen geen fraude wordt gepleegd?

Het is zeker een veiligheidsklep. Zeker in het verleden, toen de registratie heel beperkt was, ging er het nodige mis. Berucht waren de ”cemetery votes”, de begraafplaatsstemmen. Het meest recente voorbeeld daarvan is uit het leven van Lyndon B. Johnson, die in de jaren vijftig senator voor Texas was en in 1963 president werd. Hij behaalde volgens enkele van zijn biografen ten minste twee keer een verkiezingsoverwinning doordat overleden mensen met hun stem het tekort voor een overtuigende overwinning aanvulden. Hun namen waren na hun sterven niet uit de kiesregisters gehaald. Partijgenoten van Johnson controleerden die registers om te zien of er overledenen in stonden. Op naam van die mensen werd een stempas gemaakt. Daarmee gingen deze Democraten naar een stemlokaal en brachten een stem op Johnson uit. Omdat kiezers zich toen niet behoefden te identificeren, was dit een betrekkelijk eenvoudige methode tot fraude.