Personeel Spaans verzorgingstehuis blijft slapen op werk

Buitenland
Bedden in een conferentiecentrum in Barcelona, voor kwetsbare groepen als daklozen. beeld AFP, Pau Barrena

Madrid is de voornaamste infectiehaard van Spanje. Maar om politieke redenen piekert de regering niet over een quarantaine. Intussen dreigen ziekenhuizen te bezwijken.

Wonen op je werk. Dat is de opmerkelijke keuze die de werknemers van een bejaardentehuis in het Noord-Spaanse Lleida hebben gemaakt om de kans op besmetting met het coronavirus tot een minimum te beperken. Sinds zondag blijven 24 verzorgers en verplegers slapen in het tehuis met 90 bewoners.

Eerder had directeur Carol Mitjana zelf al het goede voorbeeld gegeven. Na de invoering van de alarmtoestand was zij de eerste die op haar werk bleef overnachten. Meer dan de helft van de personeelsleden blijkt nu bereid om hetzelfde te doen. Zij draaien bij toerbeurt driedaagse ploegendiensten van elf uur. De twintig overige werknemers blijven geïsoleerd thuis om zo nodig een collega te vervangen.

Begin deze week kwam luitenant-generaal Miguel Villarroya met een lugubere mededeling. Villarroya zei dat het leger bij ontsmettingswerkzaamheden in tehuizen „dode en verwaarloosde” bejaarden had aangetroffen, terwijl het personeel de benen had genomen. De generaal noemde echter geen cijfers, locaties of nadere details. Daarmee kregen zijn woorden de lading van een algemene verdachtmaking van de sector, wat tot onrust en verontwaardiging onder de zorgwerkers leidde. Later zei de Spaanse regering dat het leger „ten minste” twee overleden bejaarden in een tehuis had gevonden.

Zeker is dat het coronavirus veel slachtoffers maakt onder Spaanse bejaarden. Bijna 9 van de 10 dodelijke slachtoffers is ouder dan 70 jaar. Woensdag steeg het totale aantal coronadoden met 738, veruit de grootste dagelijkse toename sinds het begin van de epidemie. Daarmee staat de teller op 3434 en is China inmiddels voorbijgestreefd. Alleen Italië (6820) telt nu nog meer slachtoffers dan Spanje. Maar dat zou wel eens een kwestie van tijd kunnen zijn. Drie weken na de eerste melding had Spanje eenderde meer coronabesmettingen dan Italië in dezelfde periode.

Beslissende week

Ook aan de groei van het aantal geïnfecteerden lijkt voorlopig nog geen eind te komen. Woensdag was het virus bij bijna 48.000 mensen vastgesteld. Dat waren er 8000 meer dan een dag eerder, veruit de grootste dagelijkse stijging tot nu toe.

Ondanks deze harde werkelijkheid vertrouwt het ministerie van Volksgezondheid erop dat de piek van de pandemie nu snel bereikt zal worden bereikt. „Deze week is beslissend”, aldus Fernando Simon, epidemioloog en technisch specialist van het ministerie. De hoop is dat eind deze week, twee weken na de invoering van gedeeltelijke lockdown van Spanje, een kentering in zicht zal komen.

Niet iedereen deelt het optimisme van de regering en haar adviseurs. En groep van zeventig wetenschappers heeft aangedrongen op striktere maatregelen om de verspreiding van het virus in te dammen. Zij bepleiten een verbod op alle niet-essentiële economische activiteiten en hermetische afsluiting van de grote infectiehaarden. Als dat niet gebeurt, voorzien zij dat de ziekenhuizen spoedig overbelast zullen raken.

In Madrid lijkt die grens bijna bereikt. De Spaanse hoofdstad is van meet af aan de voornaamste infectiehaard van het land geweest. Maar om politieke redenen heeft de regering er geen moment over gepiekerd om de regio af te sluiten, zoals de Italianen in Lombardije deden.