Paramaribo: elke buurt heeft zijn ‘eigen’ zwerver

Een zwerver in Paramaribo. beeld Armand Snijders

De Surinaamse overheid laat zwervers aan hun lot over. Zij zijn vooral aangewezen op hulp van buurtbewoners. Maar ‘onze’ zwerver is onlangs door de overburen de straat uitgejaagd.

Volkomen terecht, want onze buurtzwerver had in de avonduren geprobeerd hun mooie dure zangvogel, die buiten in een kooitje hing, mee te nemen. Ze zagen dat dankzij de camera’s die steeds meer huiseigenaren hebben hangen om bezittingen te beschermen. Hij werd betrapt en nam de benen.

De politie werd ingeschakeld, maar ik weet niet of ze hem ooit ter verantwoording hebben geroepen en in een cel hebben gezet. De gevangenissen zitten al overvol met kruimeldieven en dat levert een hoop administratieve rompslomp op. Feit is dat ik hem enkele dagen later elders in de buurt weer zag lopen.

Ik ken alleen de bijnaam van de zwerver in kwestie: Tokyo. Een vreemde naam voor een creool die echt niets maar dan ook helemaal niets Aziatisch in zijn genen of bloed heeft, laat staan Japans. Waarom hij zo wordt genoemd, heb ik ook nooit kunnen achterhalen.

Tokyo was vrijwel dagelijks in ons doodlopende onverharde straatje, meestal om wat te klussen op het erf van welgestelde bewoners verderop. Daarna kwam hij steevast bij ons of de overburen om wat eten vragen. Want, zo beweerde hij, dat wilden de mensen bij wie hij kluste hem niet geven. Ik vermoed dat hij wel keurig werd betaald, maar dat hij het ontvangen geld vooral nodig had om zijn dagelijkse dosis drugs te kopen en dat niet wilde gebruiken voor een fatsoenlijke maaltijd.

Af en toe schoven mijn vrouw of de bewuste overburen hem een broodje of een bakje rijst met groenten en een stukje vlees toe. Verder hadden we eigenlijk geen last van hem. Integendeel: als je wilde, kon je van alles bij hem ‘bestellen’ en hij leverde het. We wisten natuurlijk dat hij het bestelde ergens anders zou stelen, daarom hebben we daar nooit gebruik van gemaakt.

Toegegeven: als hij weer eens met een zak sappige manja’s, zoals mango’s hier worden genoemd, aanklopte, kochten we die soms wel van hem voor een lucratieve prijs. Natuurlijk weet ik dat hij die elders op een erf had ‘gevonden’. Maar als wij ze niet zouden nemen, zouden andere buurtbewoners dat wel doen. Daarmee moedigden we hem eigenlijk aan om te blijven stelen, erken ik met enige schaamte.

Zoals Tokyo zijn er zovelen in Suriname, met name in de hoofdstad Paramaribo. Elke buurt heeft zijn ‘eigen’ zwerver of zelfs zwervers. Door de aanhoudende crisis in het land zijn het er in de afgelopen jaren steeds meer geworden. Zoals dat met alle daklozen die door drugsgebruik op straat terecht zijn gekomen het geval is, heeft ook Tokyo het voor een belangrijk deel aan zichzelf te danken dat hij in deze situatie is beland.

Maar dat is geen reden om deze mensen aan hun lot over te laten. Helaas is dat wel wat de overheid doet. Vooral politici beschouwen hen als het uitschot van de samenleving. Voor de naar schatting tussen de zeshonderd en duizend zwervers, is in de hele stad maar één door de overheid betaalde opvang waar ze terecht kunnen voor een broodje en af en toe een douche.

En dus zijn Tokyo en zijn lotgenoten vooral aangewezen op hulp van buurtbewoners. Maar dan moeten ze niet stelen van diegenen van wie ze wel wat ondersteuning krijgen.