Oud-ambassadeur Ilan Baruch: „Israël moet haast maken met terugtrekking”

Ilan Baruch. beeld PAX PAX
2

UTRECHT. Israël moet serieus werk gaan maken van terugtrekking uit de omstreden gebieden, vindt de Israëlische oud-ambassadeur Ilan Baruch. „Premier Netanyahu doet geen enkele moeite om vrede te bereiken.”

Eén oog heeft Ilan Baruch nog. Het andere is bedekt met een lapje: dat heeft hij verloren tijdens de Uitputtingsoorlog die tussen 1967 en 1970 tussen Egypte en Israël woedde. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser probeerde toen de in de Zesdaagse Oorlog verloren Sinaï te heroveren op Israël.

Zou Baruch, nu 66, nog altijd de wapens willen opnemen voor zijn land? „O ja”, knikt hij. „Absoluut. Maar wel op conditie dat ik mijn eigen keuzes mag maken. Ik vind dat onze veiligheid verdedigd moet worden, maar dat het leger er niet is voor nationalistische politieke doeleinden die de vrede in de weg staan.”

En zo wordt het leger volgens Baruch volop ingezet. De politieke koers van de regering-Netanyahu bracht hem er in 2011 toe uit de Israëlische diplomatieke dienst te stappen. „Ik kan mijn land niet langer eerlijk representeren”, zei hij toen.

Met name de voortdurende Israëlische aanspraak op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem is Baruch een doorn in het oog. Hij was in 1993 een van de Israëlische onderhandelaars bij de akkoorden van Oslo, waar juist was afgesproken dat Israël zich zou terugtrekken uit die gebieden.

Baruch, inmiddels politiek actief binnen de linkse partij Meretz, vindt dat de Israëlische regering zich meer moet aantrekken van de wereldwijde kritiek over het niet nakomen van die belofte. Die kritiek afdoen als antisemitisme vindt hij „simplistisch, provinciaals en kunstmatig.”

Samen met hoogleraar geografie Izhak Schnell uit Tel Aviv was hij de afgelopen dagen op uitnodiging van vredesbeweging PAX in Nederland om deze boodschap uit te dragen.

„Het springende punt van het conflict tussen Israël en de Palestijnen is de bezetting”, onderstreept Baruch. „Zolang dat voortduurt, is er geen enkele kans op vrede en staan alle militaire activiteiten van Israël onder de verdenking van immoraliteit.”

Schnell: „De bezetting brengt alleen maar onheil. Aan Palestijnse zijde worden er evenzeer fouten gemaakt, maar wij moeten ten minste doen wat in onze macht ligt om de cyclus van geweld te doorbreken. Netanyahu is er echter enkel op gebrand de status quo te handhaven.”


Is het mogelijk in vrede te leven met mensen die klip-en-klaar uit zijn op je ondergang, zoals de Hamasaanhangers? Of met een president Abbas, die onlangs zei dat hij iedere druppel bloed verwelkomt die in Jeruzalem vloeit?

Baruch: „Abbas heeft vanaf zijn aantreden heel consequent een houding van niet-gewelddadig verzet gepredikt, en dat ook in extreme situaties volgehouden. Zijn recente uitspraken verwerp ik uiteraard, maar je moet ze wel zien in de context van intense spanningen in Oost-Jeruzalem en grote frustratie onder zijn bevolking tegenover Israël. Te midden daarvan wordt hij beschuldigd van collaboratie met Israël.

Ik vind het uiteindelijk belangrijker dat de Palestijnse Autoriteit de samenwerking op veiligheidsgebied met Israël niet heeft opgezegd. Ik zie liever concrete samenwerking gepaard gaan met lelijke woorden, dan mooie woorden zonder concrete daden.

Hamas is een ander verhaal. Maar ook in dat geval denk ik dat Israël het gesprek niet bij voorbaat uit de weg moet gaan. Feitelijk is Israël op dat gebied de Rubicon al overgestoken bij onderhandelingen over gekidnapte Israëlische soldaten.”

Schnell: „Wat betreft Hamas ben ik pessimistischer dan Baruch. Hamas zal vanuit zijn religieuze ideologie niet tevreden zijn met een Palestina met de grenzen van voor 1967.”


U stelt dat het Israëlische gezag over de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem een breekpunt voor vrede is. Netanyahu stelt daarentegen dat de voortdurende aanvallen op Israël vanuit de Gazastrook dat zijn.

Baruch: „Oké, als hij nu zijn best had gedaan om vrede te bereiken, dan had ik dat punt nog wel willen honoreren. Maar hij heeft werkelijk niets gedaan op dat gebied.”

Schnell: „De situatie is vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Algerijnse strijd tegen de Franse kolonisatie. Eerst was er de kolonisatie, toen het geweld. Dat is de dynamiek. Het gaat om de vraag hoe we uit een vicieuze cirkel van geweld kunnen komen.”

Baruch: „Ik erken echt wel dat de veiligheid een belangrijk punt is. De Palestijnen zitten op 1 kilometer van luchthaven Ben Gurion en op 5 kilometer van Tel Aviv. Maar ik hekel de manier waarop Netanyahu die problematiek inzet voor zijn eigen nationalistische agenda.”
Wat hoopt u te bereiken met uw bezoek aan Nederland?

Baruch: „Landen in Europa hebben lange tijd vrijwel kritiekloos achter Israël gestaan. Zeker wat Duitsland betreft zat daar een schuldgevoel over de Holocaust achter. Dat moet veranderen. Landen als Nederland moeten blijven vechten voor het voortbestaan van Israël. Ontkenning daarvan wortelt vrijwel altijd in antisemitisme. Maar tegelijkertijd zal ze moeten hameren op het Palestijnse recht op een eigen staat, waar mensen in vrijheid en waardigheid kunnen leven.”

Schnell: „Ik zou graag zien dat Europese landen zeggen: we steunen Israël voor 100 procent, maar er is een rode lijn en dat is het bezettingsbeleid.”

Baruch: „Wat ons betreft worden er economische maatregelen genomen om Israël onder druk te zetten. De combinatie van economische en politieke druk kan zeer succesvol zijn. En er is haast geboden: het tempo waarin de situatie in het Midden-Oosten escaleert houdt geen gelijke tred met de politieke veranderingen in Europa ten opzichte van Israël.”


U denkt dat terugtrekking van Israël vrede zal brengen?

Schnell: „We hebben geen enkele garanties, maar het opent tenminste nieuwe mogelijkheden. De Palestijnen hebben niet de macht om een dergelijke beslissing te nemen.”

Baruch: „De bezetting is op zichzelf een kwaad. Het dehumaniseert mensen en het gevolg daarvan is frustratie en geweld.”