„Op Lesbos licht in elke vluchteling het gelaat van Christus op”

Alireza (rechts) hoopt het tot Duitsland te schoppen. Zijn vader en zusjes warmen zich aan het vuur. beeld Niek Stam
2

De duizenden vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos maken zich op voor een nieuwe winter. In het overbevolkte kamp Moria op Lesbos is de nood hoog. Verbetering blijft uit.

Moria ligt niet ver van hoofdstad Mytilene. Tien minuten rijden. Wie naar Moria koerst, komt eerst Kara Tepe tegen. Dit vluchtelingenkamp geeft plek aan zo’n duizend vluchtelingen en wordt door de gemeente gerund. Die is er trots op. Het kamp, waar de meest kwetsbare vluchtelingen worden opgevangen, ziet er netjes uit, er is behoorlijk sanitair, afgelopen winter is er verwarming aangelegd en vluchtelingen worden individueel begeleid.

Vier kilometer verderop is het een compleet ander verhaal. Anders dan Kara Tepe hanteert Moria geen vol-is-volbeleid. Het kamp, dat capaciteit heeft voor 2000 tot 3000 vluchtelingen, is structureel overbevolkt. Het aantal bewoners fluctueert van 6000 tot 9000. Een groot aantal van hen woont in geïmproviseerde tenten.

Direct naast Moria ligt The Olive Grove. Op dit stukje ‘gekraakte grond’ wonen 1500 vluchtelingen buiten de hekken van het kamp. Hier is geen politietoezicht, amper sanitair en eindeloos veel vuilnis. Het is nu regenseizoen en dat merk je. Bruin ontlastingswater gutst door het open riool de helling af. Veel tenten lopen onder op het ongelijke terrein. Een Somalische man verzamelt keien en stenen in de modder, om een dammetje aan te leggen rondom zijn drijfnatte tent.

Alireza, een jongen van 16 uit Afghanistan, laat op zijn telefoon een filmpje zien van de vorige avond: overstromende emmers en teilen naast de hompen schuimrubber die voor een slaapplaats moeten doorgaan. Zijn vader stookt vlak voor de ingang een rokerig houtvuur, z’n twee dochters zitten naast hem; hun natte schoenen rondom de vuurplaats. „Alles is nat”, zegt Alireza, „het is niet vol te houden.”

Gestikt

„Nu de winter in aantocht is, zie je al het hout verdwijnen”, zegt Beitske Kooistra. Ze is als coördinator van de psychosociale hulp in het kamp werkzaam voor de Nederlandse Stichting Bootvluchteling. „Mensen doen er alles aan om warm te blijven”, vervolgt ze. „In een eerdere winter is een man gestikt in de tent, hij had een smeulende tak mee naar binnen genomen.”

In Moria is gebrek aan alles. Voor een maaltijd staan bewoners drie keer daags drie uur in de rij. Sommige vluchtelingen staan om 3:00 uur ’s nachts op om zeker te zijn van een maaltijd. Het sanitair is zeer gebrekkig. Er is één toilet per 75 inwoners. Seksueel geweld ligt op de loer, voegt Kooistra toe. „Als het donker is, gaan vrouwen in groepjes naar het toilet. Eén vrouw kan plassen, vijf anderen bewaken de ingang.” Sowieso kan het geweld elk moment oplaaien. Rellen en vechtpartijen tussen bevolkingsgroepen komen dagelijks voor. Nog deze week is een 22-jarige Afgaan met messteken om het leven gebracht. Hij zou 90 euro gestolen hebben.

Samen met andere hulporganisaties heeft de Stichting Bootvluchteling de medische zorg voor de mensen in het kamp op zich genomen. Het tekort aan menskracht is groot. „Wij werken vanaf het eind van de middag tot middernacht en behandelen zo’n tachtig tot honderd mensen per shift”, zegt Berg. Kooistra: „En we kunnen alleen basiszorg en noodhulp verlenen. Mensen die chronisch ziek zijn krijgen niet de hulp die ze nodig hebben.”

Ook de psychische nood is enorm. Veel vluchtelingen komen getraumatiseerd aan, volwassenen en kinderen snijden zichzelf en paniekaanvallen zijn aan de orde van de dag. Een kind van tien, zo meldde de Britse omroep BBC onlangs, probeerde zelfmoord te plegen.

Turkijedeal

De situatie in Moria is flink verslechterd sinds de Turkijedeal in maart 2016 van kracht werd. De afspraken tussen EU, Turkije en Griekenland hielden in dat Syrische vluchtelingen vanuit Griekenland zouden worden teruggestuurd naar Turkije. Voor elke teruggestuurde vluchteling zou de EU er één uit Turkije opnemen. De Griekse grenzen gingen op slot. Doel was op die manier vluchtelingen te ontmoedigen de gevaarlijke oversteek nog te maken.

Dat is deels gelukt. Het aantal vluchtelingen is drastisch afgenomen ten opzichte van 2015. In dat jaar zochten een miljoen vluchtelingen een veilig heenkomen in Europa, in 2018 zijn tot dusver ‘slechts’ 30.000 mensen op de Griekse eilanden aangekomen. Griekenland slaagt er door onderbezetting en bureaucratische rompslomp echter nauwelijks in vluchtelingen naar Turkije terug te sturen. Sinds 2016 lukte dat maar voor 300 Syriërs.

En dus loopt het aantal vluchtelingen op de Griekse eilanden op. Waar vluchtelingen in 2015 maar een paar dagen in Moria verbleven, is dat, als gevolg van de trage procedures inmiddels opgelopen tot anderhalf tot twee jaar. „Wie nu aankomt, kan pas in de zomer een eerste gesprek verwachten”, zegt Kooistra.

Gastvrij

Ondertussen trekt de vluchtelingencrisis op Lesbos ook z’n sporen in het eiland. Het toerisme heeft een knauw gekregen; het aantal overnachtingen is met bijna de helft teruggelopen. Toch is de lokale gemeenschap de voorbije jaren veelvuldig geprezen vanwege haar verwelkomende houding ten opzichte van de vluchtelingenstroom. Terwijl er in één week tijd soms meer vluchtelingen op het eiland aankwamen dan hoofdstad Mytilene inwoners telt, stonden veel bewoners paraat aan de stranden. Vissers lieten hun werk liggen om mensen te redden uit de Egeïsche zee.

Die warme opstelling heeft ook Leon Kiskinis, priester van de enige rooms-katholieke kerk op Lesbos, aangegrepen. Hij stond enkele jaren geleden plots in de schijnwerpers toen paus Franciscus kamp Moria bezocht. Kiskinis vertelde tegenover Radio Vaticaan dat „de eenvoudige inwoners van Lesbos een ongekende mate van broederschap en humaniteit hebben opgebracht”, ook zijn eigen parochianen. „In elke vluchteling licht het gelaat van Christus op, die hongerig was en naakt, een vreemdeling. Die vluchteling willen we helpen.”

Zwaar juk

Kaldi Georgiou, oudste van de Vrije Apostolische Pinkstergemeente op Lesbos, zag eenzelfde opstelling bij de leden van zijn kerk. Het is een kleine gemeenschap met zo’n 65 leden. „We zijn een kleine, arme gemeente, maar van meet af aan hebben we geprobeerd te helpen. Onder meer door kleding in te zamelen en noodhulp te verlenen.”

„Soms komen er ook vluchtelingen naar onze diensten. Daar zijn we blij mee”, zegt Georgiou. „We proberen hen het Evangelie te verkondigen, zoals we dat altijd doen.” Toch is de stemming onder de inwoners van Lesbos aan het omslaan, zegt Georgiou. „We zijn niet tegen vluchtelingen. Helemaal niet. Maar niet elke vluchteling heeft goeds in de zin, waardoor onze bevolking veel problemen ondervindt. Olijfbomen worden omgehakt om vuur te stoken, er wordt gestolen, er zijn gevechten op straat. De bevolking voelt zich niet veilig meer.”

Georgiou stelt dat de problemen het gevolg zijn van de overbevolking van de vluchtelingenkampen. „Al die nationaliteiten en bevolkingsgroepen bij elkaar; dat is niet vol te houden. En ook Lesbos kan er niet langer mee omgaan. Het is een klein eiland.”

„Als christen”, zegt Georgiou, „probeer je te doen wat je kunt. Er zijn ook gemeenteleden actief in het vluchtelingenkamp om ondersteuning te bieden. Maar als kostwinner of inwoner is de situatie voor onze inwoners een zwaar juk. Het toerisme staat zwaar onder druk en de reputatie van Lesbos als vakantie-eiland is verpest.”

In Moria is er niemand die op spoedige verbetering durft te rekenen. Ook Ali (21) uit Syrië niet. Hij laat een stripboek zien, waarin hij zijn nog jonge levensverhaal heeft verbeeld. Het vertelt hoe in de Syrische burgeroorlog 4000 van zijn dorpsgenoten gedood werden, en hoe hij zelf maandenlang in een isoleercel van IS doorbracht.

„Ik sterf drie keer per dag”, schrijft hij. „Ik sterf ’s ochtends, ik sterf ’s middags ik sterf ’s avonds.” Met zijn oversteek naar Europa hoopte Ali de ellende achter zicht te laten. „Maar in Moria ben ik opnieuw in de gevangenis terechtgekomen.”

Laptoptas van reddingsvesten

Vluchtelingencentrum Mosaik in het centrum van Mytilene biedt taallessen, juridische bijstand en psychologische zorg, maar ook workshops, kinderopvang en culturele evenementen. „Het werkt twee kanten op”, vertelt Alice Kleinschmidt, één van de coördinatoren. „Vluchtelingen, zoals bijvoorbeeld een kunstenaar uit Eritrea, geven schilderworkshops aan locals; eilandbewoners geven taalles aan vluchtelingen.”

De stichting, die vanuit Nederland onder meer wordt ondersteund door Kerk in Actie, heeft inmiddels meer dan 4000 vluchtelingen kunnen helpen. Een klein aantal van hen heeft zelfs een vaste baan verworven in het naastgelegen atelier van Safe Passage Bags, waar van reddingsvesten onder meer laptophoezen, etuis en tassen worden gemaakt. „Het is de nalatenschap van de vluchtelingen op dit eiland”, zegt de organisatie. „Elke tas draagt de geschiedenis van een gedwongen reis met zich mee en laat zien waar geweld toe leiden kan.”