„Onze kinderen leren dat de schreeuw van een rat niets betekent”

Christelijk gezin over de grens
De familie Chakholoma uit Malawi trekt veel tijd uit voor het opdoen van Bijbelkennis. beeld Willemien van de Ridder

Het is rustig bij het huis van de familie Chakholoma. De vier kinderen Esther (9), Ruth (7), Timothy (5) en Elizabeth (4) zijn naar school. Vader Allan (42) is nog op kantoor. Alleen moeder Ireen (40) is thuis. ‘s Avonds is dat wel anders. Na het eten neemt het gezin dan de tijd voor Bijbelstudie.

Zowel Allan en Ireen komen uit het district Dedza, aan de westkant van Malawi, dichtbij de grens van Mozambique. Beiden groeiden op in een christelijk gezin, dat kerkelijk betrokken was bij de Church of Central Africa Presbyterian (CCAP). Op latere leeftijd sloot het echtpaar zich aan bij de charismatische Living Water Church. Van Dedza verhuisden ze naar de hoofdstad Lilongwe.

Daar woonden ze totdat Allan een baan vond als ”village father”, een soort pastoraal werker, bij een christelijk weeshuis in Chilangoma (Blantyre) in het zuiden van Malawi. Van de sollicitant werd verwacht dat hij aangesloten was bij de Reformed Presbyterian Church (RPC). Dat is een kerkverband van ongeveer 220 kleine gemeenten, in 1985 ontstaan als gevolg van zendingswerk vanuit Zimbabwe van de Free Presbyterian Church of Scotland. Allan en Ireen voelden zich thuis in deze kerk en sloten zich aan.

Allan ging bovendien een opleiding volgen aan de theologische opleiding van de kerken in Zomba. Eind juli hoopt hij zijn masters te behalen.

Oefenen

Allen is een druk bezet man. Hij geeft les op de theologische school, catechisatie aan de kinderen op het terrein, gaat naar de dorpen om te evangeliseren en begeleidt de studenten op het voortgezet onderwijs. Ireen runt een klein winkeltje in een dorp in de buurt. Ze verkoopt er kruidenierswaren en kleding.

Overdag zijn beiden in de regel van huis. Maar ’s avonds is er volop tijd en aandacht voor het gezin. Na de maaltijd lezen ze met elkaar een hoofdstuk uit de Bijbel en zingen ze psalmen. De kinderen worden er nauw bij betrokken. Ze moeten reageren op het gelezene. Elizabeth slaapt vaak al rond die tijd, moe van een hele dag spelen. Regelmatig wordt oudste dochter Esther gevraagd om een Bijbelstudie voor te bereiden, die ze dan ook moet leiden. De ouders corrigeren of vullen aan daar waar nodig is. Vorig jaar hebben ze met het gezin de boekjes ”Brug naar Esther” en ”Brug naar Genesis 1” van ds. A.T. Vergunst doorgewerkt.

Zondagsavond wordt er extra aandacht geschonken aan het bidden. Ieder kind mag afzonderlijk bidden en de noden en behoeften opdragen in het gebed. Het is een vaardigheid die Allan ook de kinderen in het weeshuis probeert aan te leren. Ze moeten geen schaamte kennen om een openbaar gebed te doen. In Malawi moet je niet gek opkijken wanneer je in een restaurant iemand aan een naastgelegen tafeltje hardop hoort voorgaan in gebed.

De kinderen krijgen een degelijke basis en de nodige bijbelkennis mee. Allan en Ireen vinden dit heel belangrijk. Er zijn maar weinig mensen in Malawi die naar de RPC gaan. De kinderen moeten zich kunnen verweren ten opzichte van andersdenkenden, zeker in een land als Malawi waar bijgeloof ook onder christelijke mensen nog een grote rol speelt. De roep van de uil of de schreeuw van een rat doet mensen al beven. Welk ongeluk zal er komen? „Onze kinderen kunnen vanuit de Bijbel bewijzen dat bijgeloof niet goed is”, zegt Allan. Dat is volgens hem zeker van belang als ze straks de lagere school verlaten en naar het hoger onderwijs gaan.

Als de kinderen geen school hebben, gaan ze regelmatig mee met evangeliseren. Het is nog wel eens een schok voor hen om te zien hoe anderen geloof beleven: de boodschap is vaak oppervlakkig en er is veel dans en muziek. Het idee is dat je met goede werken heel ver komt.

Allan respecteert de manier waarop mensen hun geloof beleven, maar brengt wel de reformatorische boodschap van verzoening alleen door genade. „We bereiken op die manier meer mensen”, zegt hij. „Wanneer we het brengen zoals we het gewend zijn in de kerk, lopen de mensen weg.”

Beltegoed

Allen en Ireen ervaren op dit moment weinig problemen in de opvoeding. De kinderen zijn nog jong en gaan om met de weeskinderen op het terrein die dezelfde opvoeding krijgen. In gevallen van signalen van bijgeloof weten ze aardig hun zegje te doen. Het zal moeilijker worden als ze naar het voortgezet onderwijs gaan.

Sociale media hebben geen grote impact op de kinderen. Telefoons en beltegoed zijn gewoonweg te duur voor de gemiddelde Malawiaan. Wanneer Esther naar het voortgezet onderwijs zal gaan, krijgt ze een telefoon. Ze kan dan niet iedere dag naar huis en kan zo contact houden.

serie Christelijk gezin over de grens

Waar liggen voor christelijke gezinnen wereldwijd de speerpunten in de geloofsoverdracht? Waar lopen ze in de opvoeding tegenaan? Een rondgang langs gezinnen in zeven landen. Deel 5: Malawi; donderdag deel 6: Verenigde Staten.