Niet wegkijken van wat China in Hongkong doet

Niet wegkijken als het kwaad in de buurt is. Was dat niet dé oproep die op 4 mei klonk op de Dam? Ook de jonge dissident Joshua Wong doet die oproep nu China ‘zijn’ Hongkong terroriseert.

Herinnert u zich haar nog? Het meisje dat tijdens Dodenherdenking op de Dam haar gedicht voorlas? Eva Pronk heette ze en ze is nog maar 15. Ze had het over een oude man, een vrouw, en een jongen, „net achttien.” „Deze helden, gewone mensen zoals jij en ik, kozen ervoor te vechten voor de vrijheid.”

Toen ik Eva op die lege Dam zag staan en haar die grote woorden hoorde uitspreken, over vrijheid en vechten, had ik net de autobiografie van Joshua Wong gelezen, de jonge voorvechter van vrijheid in Hongkong (”Unfree Speech”, Penguin Books, 2020). Zijn levensverhaal telt nog geen 270 pagina’s, maar kan Wong het helpen dat hij nog maar 21 is?

Joshua Wong vecht in Hongkong tegen de tirannie die het grote buurland China bezig is op te leggen aan zijn vaderstad. Dat sluipenderwijs. Wong wil dat niet laten gebeuren en hij mobiliseert daarom iedereen om dat stille sterven van Hongkong als vrije samenleving tegen te gaan. Toen Wong zijn eerste protestdemonstratie organiseerde, was hij niet veel ouder dan Eva op de Dam: 17 jaar. „Een van de bewakers snauwde me toe: Je had op school moeten zitten, maar je kiest ervoor om rotzooi te schoppen.”

Natuurlijk kan Eva daar zelf niets aan doen, maar toen ik haar zo hoorde, oogde het plein daar op die Dam ineens wel erg leeg. Wong heeft het ook over vrijheid, maar híj sprak daarover terwijl hij de tronie van een Chinese veiligheidsagent tegenover zich zag, en toen niet wegkeek, zoekend naar uitzicht op een lege ruimte.

Over (niet) wegkijken gesproken. Was dat niet dé samenvatting van wat de andere spreker naar voren bracht, koning Willem Alexander? Nu kun je dat ”wegkijken als het kwaad zich manifesteert” opsluiten in de vitrinekast van het verleden, bijvoorbeeld door het te vertalen met ”wir haben es nicht gewusst.”

Maar dat bedoelde de koning niet. Uit alles wat hij zei werd duidelijk dat er een moreel appel blijft uitgaan van dat ”niet wegkijken”, toepasbaar in het heden.

Des konings woorden werden in mijn oren vervangen door die van de Chinese dissident Ai Weiwei, die een voorwoord schreef in Joshua Wongs boek. Wat hij schrijft had zo op de Dam kunnen worden uitgesproken. Dit bijvoorbeeld: „Vrijheid is niet een gegeven iets, maar moet constant worden bevochten.” Bij Ai Weiwei hebben deze zinnen betrekking op wat er in Hongkong gaande is. In dat verband heeft hij het over opportunistisch wegkijken, want dat is wat „die zogenaamd vrije wereld” doet als het om China gaat. En precies dát stelt Joshua Wong aan de kaak, als Ai Weiwei.

Wie denkt dat Hongkong een ver-van-zijn-bed-show is (waardoor wegkijken mag), die wordt door Wong gecorrigeerd. Wat nu in Hongkong gebeurt, is zijn overtuiging, gaat zich ook voltrekken in de rest van de vrije wereld. Het autoritaire China zal zijn volle gewicht aan economische invloed inzetten om de westerse vrijheid te ontmantelen. „Daarom kan de wereld niet wegkijken.”

Wat mij betreft geven deze woorden Eva’s jongen –„die vocht voor de vrijheid”– een gezicht. En verdwijnt haar gedicht niet in een lege ruimte.