Nederlanders bezorgen Duitsers vakantiegevoel

Met andere ogen

Nederlanders hebben in Duitsland een groot voordeel. Zonder dat we er ook maar iets voor hoeven te doen, wekken we bijzonder veel sympathie op. „We moeten veel meer met elkaar samenwerken.”

„Herr B..., Herr Booo..., Herr Buuufmann?” De loodgieter staat hulpeloos te hakkelen en kijkt me enigszins vertwijfeld aan. „Bouwman”, zeg ik hem te hulp schietend. „Zeg maar gewoon Baumann”, waarbij ik mijn eigen achternaam met een klein Duits accent aandik. De loodgieter oogt opgelucht. „Ja, als je het zo zegt, is dat een hele normale naam. Maar waarom schrijft u het zo raar?”

Een tafereeltje zoals op deze ochtend maak ik bijna wekelijks mee. Het vormt de onvermijdelijke brug met alle associaties die de persoon in kwestie met Nederland heeft. Voor veel West-Duitsers uit het Ruhrgebied was Nederland de kortste weg naar zee, het ideale vakantieland. En daarmee zorgt een ontmoeting met een Nederlander bij veel West-Duitsers automatisch voor een vakantiegevoel.

Voor Oost-Duitsers is Nederland letterlijk en figuurlijk veel verder weg. Zo ook voor de loodgieter. Ja, zijn oom uit Keulen ging vaak naar de Noordzee, vertelt hij van onder de gootsteen. Maar zelf weet hij er weinig van, zegt hij in plat Berlijns.

Dat Berlijnse dialect heeft diverse Nederlandse invloeden, vertel ik hem. ”Oooch” lijkt meer op ”ook” dan op ”auch”. Of ”wat is ’n ditte?” klinkt Nederlandser dan ”was ist das?”. En ”ik” is geen ”ich”, maar ”icke”. Volgens taalwetenschappers heeft het te maken met Nederlandse werklieden die zich in de afgelopen eeuwen rond de huidige Duitse hoofdstad vestigden.

Een aantal maanden geleden sprak ik SPD-Bondsdaglid Udo Schiefner, die opgroeide in Viersen, net over de grens bij Venlo. Als kind vond hij het spannend om de grens over te steken, ook al ging het maar om enkele kilometers. Zijn ogen lichten op bij de herinneringen. „Vla! Dropjes! Allemaal zaken die je bij ons niet had. Ik kom nog steeds graag in Nederland.”

Kooplui

In Beieren wordt niet automatisch aan Nederland gedacht, merkte Alexander Fackelmann, directeur van het gelijknamige familiebedrijf dat huishoudelijke artikelen fabriceert. Toch zei hij direct ja toen hij door de Nederlandse ambassade werd gevraagd om honorair consul namens Nederland te worden voor de regio rond Neurenberg. Nederlanders zijn geweldige kooplui, zegt hij. „Dat weten we hier wel. Maar jullie zijn veel meer dan bloemen en kaas.” Sinds hij honorair consul is, heeft hij een andere kant ontdekt. „Hightech en internet, daar is Nederland goed in. En dat past zeer goed bij Beieren en onze slogan ”Laptop und Lederhosen”: traditiegetrouw, maar we gaan mee met de tijd.”

Toch is de afstand tussen Nederland en Zuid-Duitsland ook gevoelsmatig groot, merkt Fackelmann tot zijn spijt. „Kijk, de Keulenaren en de Düsseldorfers, dat zijn voor ons gevoel al bijna Nederlanders!”

Toch passen Beieren en Nederland bijzonder goed bij elkaar, vindt de ondernemer. „We moeten veel meer met elkaar samenwerken.” Daarom was de handelsmissie met koning Willem-Alexander en koningin Máxima in 2016 een belangrijke stap in de goede richting, zegt hij. „Dat was klasse. Het heeft hier zichtbaar veel sympathie gewekt. Sindsdien gebeurt er iets.”

De fietsenmaker in Berlijn die vooral klassieke omafietsen van Nederlandse makelij (Hollandräder) verkoopt, weet nog een reden waarom Nederlanders bij veel Duitsers wel een potje kunnen breken. „Jullie accent doet ons smelten. Meisje, jongetje, doei, dat klinkt allemaal ”voll süss”.”

zomerserie Met andere ogen
Hoe kijken buitenlanders tegen Nederland aan? Soms met verrassend andere ogen. In een zevendelige serie geven buitenlanders hun mening over ons land. Deel 3: Duitsland.