Met de corona kwam de honger

Buitenland
Flat in La Mina, een volkswijk van Barcelona. In de kleine appartementen van nog geen 70 vierkante meter wonen soms meerdere gezinnen. beeld Lex Rietman
3

„Is Loli ook overleden?” Francisco Hernandez, voorzitter van de buurtvereniging in La Mina, lijkt het niet te kunnen geloven. Maar Carmen knikt beslist en somt nog een rijtje recente slachtoffers op. Corona trof deze volkswijk van Barcelona hard.

De vergadertafel in het lokaal van de buurtvereniging La Mina staat vol dozen met levensmiddelen. Pasta, rijst, bakolie, bouillon, blikjes vis. Onbederfelijk voedsel voor de meest behoeftigen, legt Hernandez uit. Is hier dan geen sociale dienst, of een voedselbank? „Jawel, maar die kunnen de vraag niet aan. En je hebt altijd die typische slimmerik die de hulp eigenlijk niet nodig heeft maar er wel mee aan de haal gaat.”

De school in de wijk is door de pandemie al bijna drie maanden dicht. De kinderen van zo’n vijftig gezinnen, die hun enige volwaardige maaltijd op school kregen, hebben honger. De schoolleiding heeft gevraagd of de buurtvereniging wilde bijspringen. Op de tafel voor ons prijkt het resultaat. Opgebracht door de bijdragen van de meest actieve buurtbewoners, een klein dozijn in getal.

Hernandez (76) is eigenlijk nog maar net weer op de been. Op 28 maart werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Hij behoorde tot de risicogroep: leeftijd, hoge bloeddruk, bronchitis. Aanvankelijk zag het er somber uit. „Ze hebben me hier voor de deur van het lokaal van de straat opgeraapt”, zegt hij. „Van het ene op het andere moment stik je zowat.” Vijfenhalve week later mocht hij het ziekenhuis weer verlaten. Daarna moest hij twee weken in quarantaine in het luxehotel Princesa, vlakbij La Mina.

Sinds twee weken is Hernandez weer thuis. Hij is vanmiddag de enige van de vijf aanwezige leden van de buurtvereniging zonder mondkapje. „Dat kan eigenlijk niet hè?”, zegt iemand half serieus. „Sorry, vergeten”, verontschuldigt hij zich. Het wordt hem vergeven. Hij is nu in elk geval niet meer besmettelijk.

Getto

Sommigen noemen La Mina een getto. In de late jaren zestig werd de buurt uit de grond gestampt om onderdak te bieden aan duizenden arbeidersgezinnen uit de nabijgelegen krottenwijk Campo de la Bota. De enorme grijze flatblokken waren snel en slecht gebouwd. La Mina werd een conflictueuze wijk waar de sociaal-economische problemen zich opstapelden, en waar de politie zich liever niet liet zien.

Pogingen om de situatie te verbeteren, leverden niet altijd het gewenste resultaat op. Het contrast met andere volkswijken in Barcelona is groot. Groenstroken zijn verwilderd, de straten liggen bezaaid met zwerfvuil, afgedankte meubels en hondenpoep.

„Je hebt hier mensen die de huisvuilzak zonder problemen van het balkon naar beneden kieperen”, zegt Hernandez. Wie een foto van een huizenblok wil maken, wordt al snel dreigend toegeroepen. De heroïne is weer terug van weggeweest.

Maar daar staat dan weer tegenover dat nergens in Groot-Barcelona de elektrische-stepdichtheid zo hoog is als hier. Voortdurend suizen kinderen en opgeschoten jongeren op zo’n ding voorbij, het mondkapje liefst onder de kin.

De flats in La Mina zijn klein, tussen 62 en 68 vierkante meter. Vier van de tien bewoners zijn zigeuners en een kleine 40 procent is van Spaanse herkomst, vertelt Hernandez. De rest bestaat uit immigranten uit China, Pakistan en Afrika. In sommige flats wonen tien of vijftien mensen: immigranten die alleen op deze manier de huur kunnen betalen, of families die met diverse gezinnen samenwonen. Dat zijn geen gemakkelijke omstandigheden voor een strikte lockdown zoals deze tot amper twee weken geleden van kracht was.

Feesten

„Veel mensen hebben zich goed aan de regels gehouden”, zegt Hernandez. „Maar er zijn ook heel wat bewoners die de regels aan hun laars lappen.” Antonio Pinel, ook actief in de buurtvereniging, valt hem bij. „Helaas zijn er culturele verenigingen, zoals die van de zigeuners, die tijdens de lockdown steeds geopend zijn gebleven”, zegt Antonio. „Ze hielden feesten tot diep in de nacht. De politie stak er geen vinger naar uit.”

Nu krijgt de buurtvereniging steeds meer te maken met de sociale gevolgen van de stilgelegde economie. „We krijgen hier echtparen over de vloer die huilend van schaamte om voedsel vragen omdat ze allebei hun baan hebben verloren”, zegt Hernandez.

Spanje behoort met bijna een kwart miljoen besmettingen en ruim 27.000 geregistreerde coronadoden tot de zwaarst getroffen landen door de pandemie. Maar net als elders is die tol niet gelijk over de bevolking verdeeld.

Het Spaanse ministerie van Volksgezondheid zegt geen cijfers te hebben over coronaslachtoffers onder specifieke bevolkingsgroepen. De Catalaanse overheid biedt iets meer inzicht. Een recente studie van het departement van Gezondheid in Barcelona wijst uit dat het coronavirus ook hier meer besmettingen veroorzaakt onder armen dan onder rijken. En in alle leeftijdscategorieën is het aantal coronadoden het hoogst onder de laagste inkomens.

Dokter Jaume Sellares betreurt het gebrek aan informatie. „We weten al een tijd dat je postcode je gezondheid conditioneert”, zegt de vicevoorzitter van het college van artsen in Barcelona. „Maar dat is nu niet voldoende. We moeten zo nauwkeurig mogelijk weten wat er in de buurten aan de hand is en hoe het met de diverse bevolkingsgroepen staat. Hoe meer informatie, hoe beter je een antwoord kunt formuleren op de pandemie.”

Waarom corona vooral allochtonen treft

Corona discrimineert niet, klonk het toen de Britse premier Boris Johnson het kreeg. Maar het virus treft in veel landen allochtonen meer dan autochtonen.

Als conductrice Belly Mujinga (47) op 22 maart aankomt op haar werk bij het Londense station Victoria Park, lijkt het nog een dag te worden als alle andere. Totdat een man op haar af loopt, haar bespuugt en roept dat hij besmet is met het coronavirus. Ook een collega van de in Congo geboren vrouw krijgt de volle laag.

Doodsbang stappen de twee naar hun leidinggevende. Ze vragen om de politie te bellen, maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan moeten ze gewoon weer aan het werk, zonder maskers op en handschoenen aan. Eerder vingen de vrouwen ook al bot toen ze aangaven achter een balie met glas te willen werken. Voor het argument dat Mujinga al een ademhalingsaandoening had en daardoor extra kwetsbaar voor het coronavirus, bleek de leidinggevende doof.

Of Mujinga inderdaad corona kreeg door degene die haar bespuugde, zal misschien wel nooit bekend worden. Vier dagen na het incident krijgen zij en haar collega klachten. De Congolese moet op 2 april naar het ziekenhuis en aan de beademing. Drie dagen later sterft de vrouw. Ze laat een man en dochter van elf achter. Het is onbekend hoe het met de collega van Mujinga is. De spuger is nooit gepakt.

Afro-Amerikanen

In veel landen verschenen afgelopen weken publicaties over coronadoden. Daaruit wordt één patroon steeds duidelijker: mensen met een migratieachtergrond sterven vaker aan het virus dan mensen zonder migratieachtergrond. Om tal van redenen lopen ze eerder corona op en bezwijken ze er vaker aan.

In het Verenigd Koninkrijk, het land waar Mujinga in 2000 naartoe emigreerde, overleden circa 40.000 mensen door Covid-19. Ongeveer een vijfde van het aantal doden bestaat uit mensen met een migratieachtergrond. Dat is vele malen hoger dan op grond van hun bevolkingsaantal mag worden verwacht, want het percentage Britten dat buitenlandse wortels heeft, bedraagt ongeveer 14 procent.

Qua aantallen stierven in de Verenigde Staten de meeste mensen aan corona. De teller staat inmiddels op bijna 110.000. Onderzoeksbureau APM Research Lab becijferde dat zwarte Amerikanen procentueel het hardst getroffen zijn. Per 100.000 inwoners stierven er 54,6 Afro-Amerikanen aan. Voor de minderheden met Aziatische en Latino-roots liggen de cijfers met respectievelijk 24,9 en 24,3 meer dan de helft lager. Witte Amerikanen –22,7 doden per 100.000 inwoners– overleden het minst vaak aan het coronavirus. Om de hoek bij president Trump is de sterfte onder Afro-Amerikanen immens. Van de coronadoden in Washington is 80 procent zwart.

Ook in Nederland sterven mensen met een migratieachtergrond vaker aan Covid-19 dan mensen die niet van buitenlandse origine zijn. Het verschil is lang niet zo groot vergeleken met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Volgens het CBS was tussen 9 maart en 19 april de relatieve oversterfte onder mensen met een westerse migratieachtergrond met 49 procent iets hoger dan onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (47 procent), maar flink groter dan onder inwoners met een Nederlandse achtergrond (38 procent).

Contactberoep

Voor de relatief hoge sterfte onder allochtonen wijzen deskundigen diverse oorzaken aan. Een belangrijke besmettingsbron lijkt het werk te zijn. Velen hebben een zogenaamd contactberoep en werken ook nog eens in een cruciale sector. Zo kregen de Britse Belly Mujinga en haar collega het coronavirus hoogstwaarschijnlijk vanwege hun werk. De zorg en het openbaar vervoer bleken voor veel mensen plaatsen om corona op te lopen. Zo stierven alleen al in Londen tientallen chauffeurs en machinisten aan Covid-19. Een chauffeur uit het Amerikaanse Detroit liet zich 21 maart op Facebook geërgerd uit over een vrouw die een keer of vijf hoestte in zijn bus zonder haar mond te bedekken. Binnen twee weken overleed de man aan het virus.

De huisvesting van veel mensen met een migratieachtergrond is ook een reden waardoor zij sneller besmet raken. In Nederland en Duitsland is op dit moment veel te doen over slachterijen waarin corona-uitbraken zijn vastgesteld. Behalve dat het voor de medewerkers op de werkvloer lastig is om voldoende afstand te houden, wonen veel arbeidsmigranten ook op elkaars lip in volgepakte huizen. Andere migrantengroepen bestaan veelal uit relatief grote huishoudens, soms vanwege de gewoonte om met meerdere generaties in een huis te wonen. Daardoor kan het virus zich sneller verspreiden.

Een groter risico om aan Covid-19 te sterven, hebben mensen met suikerziekte, overgewicht en een hoge bloeddruk. Sommige etnische groepen zijn hiervoor vatbaarder.

Onverzekerd

Dat een deel van de migranten nauwelijks de taal spreekt van hun nieuwe vaderland, kan ook zorgen voor hogere sterfte. Zo is niet zeker of informatie over risicobeperkende maatregelen –handen wassen, in je elleboog hoesten, 1,5 meter afstand houden– hen voldoende bereikt. Taal kan ook een barrière zijn die de weg verspert naar de juiste zorgverlening.

In de Verenigde Staten is nog een reden waarom niet iedereen gelijke toegang heeft tot de zorg. Tientallen miljoenen Amerikanen zijn niet of slecht verzekerd. Deels komt dat doordat de ziektekostenverzekering is gekoppeld aan werk; wie geen werk heeft, moet het zonder verzekering stellen. Mensen zonder geldige verblijfspapieren kunnen zich evenmin indekken tegen de gevolgen van ziekte. Voor deze groepen geldt: je gaat pas naar het ziekenhuis als het echt moet. Vaak is het dan al te laat.