Manen tot soberheid stuit in VS vooral op onbegrip

Meer zin in minder
Amerika is hét land van materialisme. Maar er zijn genoeg mensen die van die welvaart niets meekrijgen, zeker na de financiële crisis. beeld RD, Henk Visscher

Een dikke portemonnee, met vooral veel creditcards waarmee je op krediet kunt kopen. Opscheppen over je salaris. Het materialisme viert onder Amerikanen hoogtij. Tegenbewegingen vinden slechts zelden gehoor.

Nog steeds zijn er veel Amerikanen die dromen van een land van melk en honing –Amerika– waar men financieel geheel onafhankelijk is en zorgeloos kan genieten van grote rijkdom.

Maar Amerikanen dromen er niet alleen van, ze geloven er ook in. Voor de meesten wordt het leven bepaald door de zucht naar meer en nog meer: een nog hoger inkomen, een nog mooier huis, een nog duurdere auto, computer, flatscreen enzovoort. Het verlanglijstje raakt nooit leeg. Er blijft altijd wel iets om te begeren en voor te werken.

Het grootwinkelbedrijf speelt daar gretig op in. Wanneer men niet kan wachten tot de spaarpot is gevuld, kan men nu wel kopen en straks betalen. Natuurlijk, dat kost wel wat rente.

Wie in de VS maant tot soberheid, ook al is het maar een beetje, wordt door veel Amerikanen met onbegrip of de nodige spot aangekeken. Soberheid is iets voor losers.

De miljoenen armen zien zo’n oproep als een goedkoop excuus om de maatschappelijke schaamte over de armoede bij hen te verdedigen. „Wat soberheid? Ik heb niets extra’s. Minderen is voor mij onmogelijk”, schrijft Phil Kervy op een internetplatform. Kervy woont in Mississippi, de staat waar de armoede elke bezoeker aangrijnst.

Maar er zijn opinieleiders die met overtuiging de boodschap van consuminderen brengen. Neem Reverend Billy van de Church of Stop Shopping. Hij gaat het land door om te prediken „tegen de ziekelijke koopzucht.” Zijn bus stopt bij voorkeur bij de shoppingmalls, de grote koopcentra die doorgaans aan de rand van Amerikaanse steden te vinden zijn.

Hoewel zijn preken doorspekt zijn met „passende Bijbelteksten” is zijn optreden feitelijk meer satirisch theater. Reverend Billy pleit voor een Stop-Shopping-Day. „Dan is er ten minste één dag in het jaar dat mensen niets kopen. Wedden dat ze aan het einde van die dag een tevreden gevoel hebben?”

Vanuit de meer serieuze christelijke hoek is Ed Stetzer, directeur van het Billy Graham Center in Wheaton, een van degenen die met regelmaat hameren op versobering. „Wie de Bijbel serieus neemt, weet dat het aardse goed slechts in bruikleen is gegeven. Het echte land van melk en honing komt hierna. Christenen zijn pelgrims. Maar vaak is deze boodschap aan dovermansoren gericht.”

Veel welgestelde Amerikanen proberen de kritische noten te dempen door te wijzen op hun forse giften aan goede doelen. Stetzer wil die niet bagatelliseren, maar zegt soms de indruk te hebben dat deze giften de functie hebben van een „aflaat om het eigen overdadige gedrag goed te praten.” Daarbij wijst hij erop dat ook bij het goeddoen nog materialisme kan zijn. „Het is natuurlijk prachtig als studenten in een arm land gaan helpen. Maar moet zo’n actie duizenden dollars per persoon kosten omdat de jongeren een comfortabele accommodatie moeten hebben?”

Fundamenteel is de waarschuwende stem van het Colson Center for Christian Worldview. Via de dagelijkse nieuwsbrief en door het organiseren van seminars over sober leven proberen ze mensen te motiveren minder schatten op deze aarde te vergaderen. De naamgever van het instituut, Chris Colson, voormalig adviseur van president Nixon, stelde ooit: „De puriteinen hebben ons geleerd te werken voor elkaar en met elkaar. De moderne consument denkt alleen maar aan zichzelf. Dat is de wortel van het kwaad van materialisme.”