Leider Hongkong verdedigt Chinese veiligheidswet

De leider van Hongkong, Carrie Lam, heeft dinsdag bij de VN de veiligheidswet verdedigd die China voor de stadstaat invoert. Lam verklaarde dat de wet „onvermijdelijk” is en dat geen centrale regering de ogen kan sluiten voor bedreigingen van de nationale veiligheid en de macht van de staat.

Lam hield dinsdag een toespraak voor de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève. Dat gebeurde kort nadat bekend werd dat het Chinese parlement de omstreden veiligheidswet had aangenomen.

Volgens Lam vult de nieuwe wet „een gapend gat” en zal de autonomie van Hongkong er niet onder lijden. In de videotoespraak verklaarde ze dat Hongkong is „getraumatiseerd door escalerend geweld, aangewakkerd door krachten van buiten”. De nieuwe wet is er volgens haar gericht op het voorkomen en bedwingen van het ondermijnen van de staatsmacht en terroristische activiteiten. „Deze misdaden zullen duidelijk in de wet worden omschreven. We zullen ons alleen richten op een extreem kleine minderheid van mensen die de wet hebben overtreden.”

Hongkong is een voormalige Britse kolonie die in 1997 werd overgedragen aan China. Het heeft een eigen rechtssysteem en parlement.

De veiligheidswet is een reactie op de onlusten in Hongkong van afgelopen jaar die waren ontstaan na een wetsvoorstel waarmee uitlevering aan China mogelijk werd. Met de nieuwe wet wordt het streven naar afscheiding, buitenlandse inmenging en ondermijning verboden. De wet die een maximale straf van levenslang kent, heeft voorrang op het onafhankelijke rechtssysteem van Hongkong.