Kerkdiensten zonder geheime politie in Iran

Dienst in een Assyrische kerk in Teheran. beeld Jaco Klamer
3

Christenen in Iran kunnen in vrijheid leven, hun heilige feestdagen vieren en zich ongestoord op straat vertonen, zegt Yonathan Beth Kolia. Hij vertegenwoordigt de Assyrische minderheid in het parlement. „Amerika doet alsof ons land een vergaarbak is van terroristen.”

We hebben in Iran veel voor minderheden kunnen bereiken, zegt Yonathan Beth Kolia (63), die in het Iraanse parlement de Assyrische minderheid vertegenwoordigt. „We krijgen subsidies voor Assyrische activiteiten, en ik kon bijdragen aan het ontkrachten van de zogenoemde bloedwet. Volgens die wet is het leven van een moslim twintigmaal meer waard dan dat van anderen, zoals het leven van een man meer waard is dan dat van een vrouw. „Is uw bloed meer waard dan het mijne”, vroeg ik president Rafsanjani. En hoewel hij het afkeurde dat ik deze kwestie op de man speelde, was hij het met mij eens dat mensenlevens gelijk gewaardeerd zouden moeten worden. Zijn stem gaf uiteindelijk de doorslag in de bekrachtiging van de wet, op 27 december 2004, waarin staat dat in Iran het leven van een christen net zo waardevol is dan dat van een moslim.”

Terwijl vrienden van Yonathan Beth Kolia vinden dat hij daadwerkelijk veranderingen in de islam heeft bewerkstelligd, vertelt een student op straat een ander verhaal. Zijn universitair docent sprak tijdens de lessen geestelijk leven smalend over de nieuwe wet die christenen meer waarde geeft: „Christenen en andere minderheden denken dat ze nu gelijkwaardig zijn aan moslims, maar dat is echt niet waar. De macht ligt in Iran niet bij het parlement maar bij de geestelijk leiders. Volgens de onthutste student had de docent overtuigd verkondigd: „Christenen zijn voor ons niet meer dan honden.”

Constante stress

Yonathan Beth Kolia moet om zijn parlementsfunctie te kunnen uitvoeren, loyaal zijn aan het gezag. Toch worden christenen op de arbeidsmarkt achtergesteld en moeten, bijvoorbeeld, een hogere schadevergoeding betalen als ze een ongeluk veroorzaken. Die spagaat eist zijn tol. Yonathan Beth Kolia vertelt dat hij in constante stress leefde gedurende de vijf achtereenvolgende periodes waarin hij de Assyriërs in het parlement vertegenwoordigde: „Mijn gezondheid ging in die tijd sterk achteruit: ik kreeg last van mijn bloeddruk en ik werd suikerpatiënt. Over zes maanden kan ik mijn taken overdragen aan mijn opvolger en de zware weg verlaten die ik bewandelde in het parlement.”

Volgens Beth Kolia hebben de Iraniërs weer hoop voor de toekomst. „Door de internationale economische sancties gingen de laatste jaren veel Iraanse fabrieken failliet, winkels sloten de deuren en Iran produceerde nog maar 300 tot 500 vaten olie per dag”, vertelt hij. „Dat verandert nu de buitenlandse blokkades zijn opgeheven. De economie trekt aan: internationale bedrijven oriënteren zich op de Iraanse markt, verschillende landen sturen hoge handelsdelegaties en nieuwe investeerders melden zich. Deuren die tot voor kort potdicht zaten, worden geopend, hoewel het land nog niet is aangesloten op het internationale betalingsverkeer. Veel geëmigreerde Iraniërs ondersteunen hun families vanuit Amerika. Maar op dit moment ondervinden wij veel problemen van de maatregelen van president Trump, waardoor wij onze naasten niet meer kunnen bezoeken. Het raakt ons diep dat hij Iraniërs afschildert als terroristen. Trump gedraagt zich zo niet christelijk. Wie vrede wil, kan anderen daarvan niet uitsluiten. Religie leert je om je niet alleen druk te maken om je eigen heil maar ook om dat van je naaste, als je in vrede wilt leven.”

Honderd procent islamitisch

In Amerika verbrandde een dominee ooit de Koran. Beth Kolia spreekt van „een onwaardige daad.” Volgens hem eisen fanatieke gelovigen de wereld en de waarheid voor zichzelf op. „Zeven dagen na deze Koranverbranding moest ik spreken in het Iraanse parlement, en zei dat deze man niet alleen de Koran had verbrand maar ook God, Jezus en Maria, die in de Koran een belangrijke plaats innemen. Als Iraanse moslims zich op dezelfde manier zouden gedragen als deze dominee, zouden de Iraanse christenen in één dag uit de weg zijn geruimd.”

Een dichter schreef ooit dat mensen allemaal deel uitmaken van één lichaam, en datzelfde geldt voor Iran, vervolgt het Assyrische parlementslid. „Wij erkennen en respecteren Iran en zijn grenzen en kunnen hier zo goed functioneren. Twaalf jaar geleden was ik in Zweden, waar nog maar 27 procent van de bevolking in God gelooft. In heel Europa loopt het geloof sterk terug. Misschien worstelen christenen in Europa dus wel met een groter probleem dan Iraanse christenen. Wij leven hier al meer dan 2000 jaar, tegenwoordig in een staat die voor bijna 100 procent islamitisch is. Toch geeft de overheid verschillende religies de ruimte en kunnen christenen in vrijheid leven. De Iraanse regering betaalt onze Assyrische school en sponsort culturele festivals, waardoor de Assyrische minderheid in Iran tot bloei kan komen. En hoewel 250.000 Iraniërs recht hebben op één zetel in het parlement, ben ik al jarenlang parlementslid, terwijl ik maar 20.000 tot 25.000 Assyriërs vertegenwoordig, net als de Joden en Zoroastriërs. En de Armeniërs vervullen zelfs twee zetels in het parlement met een achterban van zo’n 80.000 Armeniërs. Wij voelen ons geen vreemdelingen in Iran, maar Iraniërs.”

Beth Kolia vertelt dat hij als Assyrisch parlementslid eens een minister naar huis stuurde. „Dat laat zien dat elke stem in het parlement telt. Er waren twee vliegtuigen op elkaar gebotst met Armeniërs aan boord, onder wie een Armeense priester. Maar de verantwoordelijke minister weigerde, zelfs na herhaald aandringen, vragen over het ongeluk te beantwoorden in het parlement. De toenmalige president Mahmud Ahmadinejad vond dat de minister zich niet hoefde te verantwoorden voor de dood van een paar Armeniërs. Deze minachting voor het parlement is door ons afgestraft: we stuurden hem naar huis.”

Islamitisch kostersechtpaar

Volgens de Assyrische kerkbestuurder Johnson Tomeh (50) werden de Assyriërs christelijk toen Jezus twee discipelen voor de genezing van een zieke naar koning Abgar in Ninevé stuurde. „De koning en al zijn onderdanen werden christen omdat Jezus had gezegd: „Mijn koninkrijk is niet van hier, maar van het hart.” Ook het Bijbelboek over Jona bij Ninevé is een belangrijk geschrift in de ontstaansgeschiedenis van de Assyriërs.”

De Assyrische religieuze gemeenschap bestaat al 5000 tot 7000 jaar, weet Beth Kolia. „In het noordoosten van Iran leefden vroeger veel christenen, en er zijn veel kerken te vinden. Ook in de hoofdstad Teheran openen Assyriërs hun kerkdeuren, in een stad vol moslims. De kerk van St Mary heeft zelfs een islamitisch kostersechtpaar, en dat vind ik een goede ontwikkeling. Want volgens een Iraans gezegde wordt wat je hoort pas waarheid als je het met eigen ogen hebt gezien.”

De Assyrische Samson Davidof (28) besloot God zijn leven lang te dienen, en is nu deken van de St George, samen met Beneil Sargon (25). „Toen ik voor God koos, merkte ik dat het oude leven bleef trekken. Ik had een nachtmerrie. Mijn moeder vertelde me dat ze die nacht had gedroomd dat de bisschop me een kruis overhandigde, terwijl Maria zei dat ik een belangrijke taak zou krijgen. Daarna groeide mijn liefde voor die dienende taak in de kerk. Christus laat mij bij elke stap die ik zet zien dat Hij mijn leven leidt als een goede Herder.”

Verboden te bekeren

De Iraanse Assyrische priester Yobalit Aldo (31) vertelt dat de Assyrische christenen elke kerkdienst de komst van Jezus vieren. „Tijdens de dienst worden de gordijnen voor het altaar steevast geopend. Ze blijven alleen gesloten als we Zijn lijden en sterven herdenken. Het altaar beeldt de hemel uit en de gordijnen de weg naar God. Bij de opstanding uit de doden openen we de gordijnen volledig en vieren we dat de weg naar God vrij is, en dat er geen belemmeringen zijn voor een relatie met God. Nadeel is wel dat de kerkdiensten belegd worden op zondagen, want dat is in Iran een werkdag. Gemeenteleden met een vaste baan kunnen dus niet naar de dienst komen. Vlak voor de christelijke feestdagen bezoek ik persoonlijk onze kerkleden, om hen op te roepen de feestdagen in de kerk te vieren. Want in de kerk kunnen we op elkaar toezien en leren we hoe we in de voetsporen van Jezus kunnen treden.”

Volgens Beth Kolia kunnen christenen in Iran in vrijheid leven, hun heilige feestdagen vieren en zich ongestoord op straat vertonen. „En dat terwijl Amerika doet voorkomen alsof ons land een vergaarbak is van terroristen. Maar moslims mogen in Iran geen christen worden. Ik begrijp dat wel. Mijn grootvader was voorganger in de Assyrische kerk en ik ben opgegroeid in een christelijk gezin. Ik zou het verschrikkelijk vinden als mijn kinderen moslim zouden worden, en daardoor kan ik het begrijpen dat moslimouders niet willen dat hun kinderen christen worden. Het klopt dat Christus ons de opdracht gaf het Evangelie aan anderen door te geven, en de Assyriërs zijn vanaf de start van de Assyrische kerk vanuit de vlakte van Ninevé noord- en oostwaarts getrokken om de blijde boodschap te verkondigen, waardoor de Kerk van het Oosten ontstond.”

Yobalit Aldo beaamt dat christenen tegenwoordig in Iran kerkdiensten kunnen beleggen zonder dat er geheime politie aanwezig is. „We moeten ons daarbij wel aan bepaalde regels houden, zoals de regel dat er gepreekt wordt in het Assyrisch, om te voorkomen dat moslims zich bekeren tot het christelijke geloof. Als dat gebeurt, moeten we onze kerkdeuren sluiten. Maar wij willen zelf ook niet dat onze Assyrische gemeenschap wordt gemixt met andere religieuze gemeenschappen.”

De Weg

„Ik zou tijdens de diensten graag in het Farsi preken, mijn moedertaal, omdat ik nu met mijn Assyrische preken alleen de Assyriërs bereik”, verzucht Yobalit Aldo. „Maar wij houden ons aan de regels van de overheid. Er zijn verschillende manieren om het Evangelie aan anderen te verkondigen, zoals Petrus en Paulus ieder een eigen stijl hadden: Paulus bezocht andere volken, terwijl Petrus zich op de Joden richtte. Wij werken, in Iran, in de lijn van Petrus. Wij dienen in Iran ons eigen volk en onze eigen kerk.”

„Door mijn daden probeer ik mensen zover te krijgen dat ze God gaan eren”, bekent de priester. „Maar ik probeer Iraniërs af te wimpelen als ze meer van me willen weten over het christelijke geloof. Wanneer ze echt geïnteresseerd zijn, kunnen ze zelf de Bijbel bestuderen, en die zal hen de Weg wijzen.”

----

Religieuze minderheden in Iran

Artikel 13 van de Iraanse grondwet bepaalt dat Armeniërs, Assyriërs, Zoroastriërs en Joodse Iraniërs in Iran de enige erkende religieuze minderheden zijn. Vijf van de 290 Iraanse parlementszetels zijn gereserveerd voor vertegenwoordigers van deze religieuze minderheden. Zoroastriërs, Joodse Iraniërs en Assyriërs vaardigen elk één afgevaardigde af, Armeniërs hebben recht op twee zetels in het parlement.

Deze vier traditionele geloofsgenootschappen van etnische minderheden mogen in Iran geen kerkdiensten beleggen in de voertaal van het land, het Farsi. Ook mogen ze geen nieuwe leden ‘van buiten’ toelaten. Om de overheid te vriend te houden, beleggen Joden hun samenkomsten in het Hebreeuws, Armeniërs in het Armeens, Assyriërs preken in het Assyrisch en Zoroastriërs in een oud dialect van het Farsi. Voor andere religieuze minderheden is in Iran officieel geen plaats, vooral kerken die evangeliseren onder moslims moeten het ontgelden, want moslims mogen hun geloof niet vaarwel zeggen. Christenen uit kerken die niet door de Iraanse overheid worden erkend, mogen in Iran hun geloof niet in vrijheid belijden. Zij beleggen daarom soms geheime kerkdiensten bij mensen thuis. Ook de baháien, een van oorsprong Iraanse religieuze minderheid, worden gediscrimineerd en zelfs vervolgd om hun geloof. Zij hebben in Iran zelfs geen recht op een bestaansminimum.

Eind 2016 berispte de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Iran nog voor de schending van de mensenrechten. Het was, sinds 1985, de 29e resolutie waarin hierover bezorgdheid werd geuit.