Karinthië: zorg voor een noodvoorraad in huis

beeld ANP

Nergens is de aanleg van een noodvoorraad zo belangrijk als in Oostenrijk, waar stroomtoevoer kwetsbaar is vanwege het weer. Het daadwerkelijk aanleggen ervan? Dat is een ander verhaal.

De inkopen voor de maaltijd zijn gedaan; de koelkast puilt uit. Buiten is het onstuimig. Een harde wind doet de toppen van de bomen heen en weer zwiepen. Binnen is het behaaglijk warm dankzij de tegelkachel. Blaffend waarschuwt de hond dat er bezoek in aantocht is en even later komt er een rood autootje de berg oprijden.

We hebben vrienden uit de kerk uitgenodigd voor een Indische maaltijd. Tijdens de koffie horen we een hevig gekraak en een doffe plof. Door het raam zien we dat de opstekende storm een grote tak uit een van de bomen heeft geblazen. Opeens gaat het licht uit, is het wifi-signaal verdwenen en koelt de koelkast niet meer. Een blik in de meterkast leert dat alle zekeringen nog intact zijn. De oorzaak van de stroomuitval moet elders worden gezocht. De maaltijd kunnen we vergeten, want we koken elektrisch.

Om voorbereid te zijn op zo’n black-out, raadt de Oostenrijkse overheid burgers aan om een noodvoorraad voor minimaal een week aan te leggen. De organisatie voor burgerbescherming Helfer Wiens biedt checklists aan voor het aanleggen van zo’n voorraad: minstens een liter mineraalwater per persoon per dag, maar ook rijst, deegwaar, crackers, houdbare melk en groenten in blik. Lucifers, waxinelichtjes, een opwindbare radio en zaklamp en een campinggasstel zouden ook in elk huishouden op voorraad moeten zijn om een week zonder water en zonder stroom door te kunnen komen.

De noodmaatregelen die de Oostenrijkse overheid adviseert zijn vooral ingegeven door de kwetsbaarheid van het Oostenrijkse elektriciteitsnet. In de Alpen zijn de weersomstandigheden soms extreem en de bovengrondse elektriciteitsleidingen, waarmee grote delen van het land van stroom worden voorzien, zeer kwetsbaar.

Het advies om je op een stroomuitval voor te bereiden, is bepaald niet overbodig, merken we bij het licht van een tiental kaarsen. Het eten is niet wat we voor ogen hadden: brood met kaas en toast en vis uit blik in plaats van een uitgebreide Indische maaltijd. Natuurlijk is het een romantisch tafereel, maar stel dat we een week lang verstoken blijven van stroom? Stel dat in heel Karinthië de stroom uitvalt, dat er geen water meer uit de kraan komt en dat je niet meer kunt winkelen, omdat de kassa’s onbruikbaar zijn en de koelvitrines niet meer koelen? Stel dat je niet meer kunt tanken, omdat ook de tankstations zonder stroom zitten?

Die avond blijken ook de buren geen stroom te hebben. Ze klagen over kou, omdat ze hun huis elektrisch verwarmen. Warm eten kunnen ook zij vergeten. Met dikke jassen aan zit het echtpaar een boterham te eten. Door het raam wijst de buurman op een omgewaaide boom, die de bovengrondse elektriciteitskabel heeft vernield.

Uiteindelijk zijn we twee dagen lang verstoken van elektriciteit. Twee dagen zonder koffie en thee. Twee dagen zonder warme maaltijd. Twee avonden niet lezen, omdat kaarsen daarvoor onvoldoende licht geven.

We nemen ons echt serieus voor een noodvoorraad aan te leggen. Inmiddels zijn we een jaar verder. Maar, tja, die noodvoorraad is er nog altijd niet.